Spring naar inhoud

Jaarrekening 2021

1. Balans per 31 december 2021 voor resultaatbestemming

Vaste activa

(x € 1.000)

  Ref. 2021 2020
Vastgoedbeleggingen 6.1    
DAEB vastgoed in exploitatie 6.1.1 1.853.762 1.561.464
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 6.1.2 138.302 121.614
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.1.3 8.667 8.098
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 6.1.4 16.771 16.382
Totaal van vastgoedbeleggingen   2.017.502 1.707.558
       
Materiële vaste activa 6.2    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 6.2.1 2.414 2.779
Totaal van materiële vaste activa   2.414 2.779
       
Financiële vaste activa 6.3    
Latente belastingvorderingen 6.3.5 1.344 736
Overige vorderingen 6.3.9 2 2
Totaal van financiële vaste activa   1.346 738
       
Totaal van vaste activa   2.021.262 1.711.075

Vlottende activa

(x € 1.000)

  Ref. 2021 2020
Voorraden 6.4    
Voorraden 6.4 0 0
       
Vorderingen 6.5    
Huurdebiteuren 6.5.1 1.319 1.320
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.5.6 5.470 6.427
Overige vorderingen 6.5.7 356 213
Overlopende activa 6.5.8 7.496 488
Totaal van vorderingen   14.641 8.448
       
Liquide middelen 6.6    
Liquide middelen 6.6 11.166 4.009
    11.166 4.009
       
Totaal van vlottende activa   25.807 12.457
       
Totaal van activa   2.047.069 1.723.532

Passiva

(x € 1.000)

  Ref. 2021 2020
Eigen Vermogen 6.7    
Herwaarderingsreserve 6.7.1 1.228.502 955.918
Overige reserves 6.7.2 76.667 214.658
Resultaat na belastingen van het boekjaar 6.7.3 299.828 134.593
Totaal van eigen vermogen   1.604.997 1.305.169
       
Voorzieningen 6.8    
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 6.8.1 21.167 19.166
Latente belastingverplichtingen 6.8.2 0 0
Overige voorzieningen 6.8.7 79 75
Totaal van voorzieningen   21.246 19.241
       
Langlopende Schulden 6.9    
Schulden aan overheid 6.9.1 0 25
Schulden aan banken 6.9.2 382.054 357.592
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.9.3 8.424 7.899
Overige schulden 6.9.4 629 573
Totaal van langlopende schulden   391.107 366.089
       
Kortlopende Schulden 6.10    
Schulden aan overheid 6.10.1 127 386
Schulden aan banken 6.10.2 9.423 14.299
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 6.10.3 9.122 5.117
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 6.10.6 1.871 1.740
Overlopende passiva 6.10.9 9.176 11.491
Totaal kortlopende schulden   29.719 33.033
       
Totaal van passiva   2.047.069 1.723.532

2. Winst- en verliesrekening

Winst- en verliesrekening over 2021

(x € 1.000)

Winst- en verliesrekening over 2021      
(x € 1.000)      
  Ref. 2021 2020
Huuropbrengsten 7.1 73.014 72.726
Opbrengsten servicecontracten 7.2 4.419 5.114
Lasten servicecontracten 7.3 -5.300 -4.457
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 7.5 -5.259 -5.197
Lasten onderhoudsactiviteiten 7.6 -23.400 -25.624
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 7.7 -11.776 -11.626
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   31.698 30.936
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   16.378 1.385
Toegerekende organisatiekosten   -258 -131
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -11.707 -1.148
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 7.12 4.413 106
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.13 -2.122 5.067
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.14 285.008 112.512
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 7.15 44 109
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille   282.930 117.688
       
Opbrengsten overige activiteiten 7.16 288 246
Kosten overige activiteiten 7.17 -241 -207
Totaal van netto resultaat overige activiteiten   47 39
       
Overige organisatiekosten 7.18 -8.396 -2.659
       
Kosten omtrent leefbaarheid 7.19 -734 -1.211
       
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 7.20 66 7
Rentelasten en soortgelijke kosten 7.21 -7.146 -7.578
Totaal van financiële baten en lasten   -7.080 -7.571
       
Totaal van resultaat voor belastingen   302.878 137.328
       
Belastingen 7.22 -3.050 -2.735
       
Totaal van resultaat na belastingen   299.828 134.593

3. Kasstroomoverzicht toegelaten instelling

(A) Operationele activiteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2021 2020
Ontvangsten      
Huurontvangsten 1.1 73.123 73.204
Zelfstandige huurwoningen 1.1.1 en 1.1.2 69.280 69.298
Onzelfstandige wooneenheden 1.1.3 915 769
Overige niet-woongelegenheden 1.1.4 en 1.1.5 3.018 3.137
       
Vergoedingen 1.2 3.783 4.263
Overige bedrijfsontvangsten 1.4 325 487
Saldo ingaande kasstromen   77.321 77.954
       
Uitgaven      
Betalingen aan werknemers 1.7 -7.378 -7.827
Onderhoudsuitgaven 1.8 -19.388 -23.181
Overige bedrijfsuitgaven 1.9 -12.337 -12.116
Betaalde interest 1.10 a -7.547 -7.781
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 1.11 a -265 -57
Verhuurderheffing 1.11 b -8.793 -8.722
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 1.12 -202 -205
Vennootschapsbelasting 1.13 -2.699 -5.000
Saldo uitgaande kasstromen   -58.609 -64.889
       
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten   18.712 13.065
       
       

(B) (Des)investeringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2021 2020
Vaste Activa ingaande kasstroom      
Verkoopontvangsten bestaande huur 2.1 16.281 1.987
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 2.2 0 0
Verkoopontvangsten grond 2.4 0 0
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa   16.281 1.987
       
Vaste Activa uitgaande kasstroom      
Nieuwbouw huur 2.6 -32.572 -11.697
Verbeteruitgaven 2.7 -8.770 -29.795
Aankoop 2.9 -1 -687
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2.11 0 -485
Sloopuitgaven 2.12 -283 -336
Investeringen overig 2.14 -152 -289
Externe kosten bij verkoop 2.15 -217 -47
Totaal van verwerving van materiële vaste activa   -41.995 -43.336
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA 2.16 -25.714 -41.349
       
Financiële Vaste Activa      
Ontvangsten overig 2.17.2 72 45
Uitgaven overig 2.18.2 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 2.19 72 45
       
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten   -25.642 -41.304

(C) Financieringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2021 2020
Ingaand      
Nieuwe te borgen leningen 3.1.1 21.521 56.800
Nieuwe ongeborgde leningen 3.1.3 10.000 0
    31.521 56.800
       
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen 3.2.1 -17.431 -21.751
Aflossing ongeborgde leningen 3.2.3 0 0
    -17.431 -21.751
       
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten   14.090 35.049
       
Mutatie kort geld 4.1 0 2.997
Mutatie liquide middelen 4.1 7.157 3.813
       
Liquide middelen per 1-1   4.009 196
Liquide middelen per 31-12   11.166 4.009

4. Algemene toelichting

Activiteiten

Woningcorporatie Woonforte is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn. Zij heeft specifieke toelating in de Regio Holland Rijnland en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

Stichting Woonforte is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Bedrijven te Den Haag/kantoor Leiden onder nummer 28023102 en statutair gevestigd aan de Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn. Het vestigingsadres is eveneens Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn.

Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

Woonforte heeft een belang in de volgende verbindingen:

  • Holland Rijnland Wonen te Lisse
  • Woningnet N.V. te Utrecht.

Per 1 april 2019 is het contract met Woningnet N.V. beëindigd, vanaf 1 april 2019 wordt gebruik gemaakt van het systeem van ZIG. In verband met de beëindiging van het contract met Woningnet N.V., is de noodzaak tot het houden van aandelen komen te vervallen.

Woonforte wil deze aandelen verkopen om daarmee de verbinding daadwerkelijk te beëindigen. Woonforte is echter afhankelijk van nieuwe kandidaat-aandeelhouders van Woningnet N.V., dan pas komen er mogelijkheden tot overdracht van de aandelen.

Woonforte heeft geen transacties met verbonden partijen verricht en er zijn geen nieuwe verbindingen aangegaan.

Verenigingen van Eigenaars

Met 2.237 appartementen participeert Woonforte als eigenaar in 70 verschillende Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) per ultimo 2021. In 19 VvE’s heeft Woonforte een meerderheidsbelang in de complexen waarin particuliere eigenaren participeren. De werkzaamheden van deze VvE’s betreffen het beheer van gemeenschappelijke zaken en delen van de appartementsgebouwen.
De jaarlijks geactualiseerde meerjarenonderhoudplanning in combinatie met de actuele reserve binnen een VvE bepaalt de benodigde onderhoudsreservering per individuele VvE.

Deze benodigde onderhoudsreservering bepaalt samen met de jaarlijkse exploitatiekosten de uiteindelijke hoogte van de VvE-bijdrage die door alle gezamenlijke eigenaren jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Deze huidige voorzieningen worden in relatie tot de actuele meerjarenonderhoudplanningen en geprognotiseerde inkomsten binnen de afzonderlijke VvE's voor de middellange termijn grotendeels als toereikend geacht. Op de langere termijn zullen de VvE-bijdragen binnen een deel van de VvE's naar verwachting stijgen.

De regels uit de Woningwet hebben geen impact op de huidige beheerstructuur van de 70 VvE's. Woonforte voert geen beheertaken uit.

Woonforte heeft nog wel een langlopend VB&O (verzekerd beheer en onderhoud) contract voor de VvE Ruimzicht. Het betreft een VvE-dienst en een niet meer toegestaan verzekerd onderhoudsproduct ten behoeve van de VvE in een complex waar Woonforte geen bezit heeft en die contractueel vóór 1 juli 2015 is aangegaan. Op basis van de nieuwe Woningwet mag dit VB&O- contract door de niet-DAEB-tak worden voortgezet tot het contract afloopt. Woonforte kan de overeenkomst voor het eerst op 1 juli 2037 opzeggen met een opzegtermijn van zes maanden. De overeenkomst eindigt derhalve op zijn vroegst op 1 februari 2038.

Stelselwijzigingen

In 2021 is er een stelselwijziging doorgevoerd ten aanzien van de verwerking van de voorziening onrendabele investeringen. Deze stelselwijziging heeft geen invloed op het eigen vermogen. Zie hieronder de belangrijkste wijzigingen. 

Herclassificatie van vastgoed in exploitatie naar vastgoed in ontwikkeling

Met ingang van 1 januari 2021 heeft als gevolg van een wijziging van wet- en regelgeving een stelselwijziging plaatsgevonden. Er zijn wijzigingen doorgevoerd in RJ 645.212 en RJ645.217. Deze wijziging ziet toe op een scherpere definitie van vastgoed in exploitatie en de overgang hiervan naar vastgoed in ontwikkeling. Hiermee is in de regelgeving vastgelegd wat in de praktijk veelal op deze manier werd toegepast. Voor Woonforte heeft deze wijziging niet geleid tot een aanpassing van de cijfers. 

Voorziening onrendabele investeringen

Met ingang van 1 januari 2021 heeft als gevolg van een wijziging van RJ645.218 een stelselwijziging plaatsgevonden. De bestaande regelgeving zag alleen toe op het treffen van een voorziening onrendabele investeringen bij nieuwbouwprojecten, dit is nu ook mogelijk gemaakt voor investeringen in bestaande complexen. 

De voorziening onrendabele investeringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten welke zijn afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van vastgoed bestemd voor de eigen exploitatie, waarvoor nog onvoldoende uitgaven zijn gedaan om het voorzieningsbedrag gesaldeerd op te nemen onder de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie. 

Er is geen disconteringsvoet voor toekomstige kasstromen gehanteerd, dit heeft namelijk nauwelijks effect op de contante waarde, omdat de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen na circa 1 jaar vrijvalt. 

In 2021 heeft Woonforte geen investeringen in bestaande complexen gedaan waarvoor een voorziening onrendabele investeringen gevormd moet worden. 

Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Woonforte zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de balans (6) en de toelichting op de winst- en verliesrekening (7) bij de betreffende jaarrekeningpost.

Er hebben in 2021 geen schattingswijzigingen plaatsgevonden.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. Bij deze methode zijn alle ontvangsten en uitgaven direct gekoppeld aan activiteiten.

De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. Debet standen op de rekening courant met kredietinstellingen worden ook als liquide middelen gedefinieerd.

In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. 

Gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB

Woonforte heeft de gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de jaarrekening.
Bij Woonforte staat de portefeuille niet-DAEB in dienst van de lokale volkshuisvestingopgave. Dat wil zeggen: het bezit in de niet-DAEB-tak bestaat uit woningen die niet nodig of geschikt zijn voor de DAEB-portefeuille, maar wel een bijdrage kunnen leveren aan de huisvesting van huishoudens met een (laag) middeninkomen.

De overige niet-DAEB-activiteiten van Woonforte zien toe op:

  • verhuur van parkeervoorzieningen die los verhuurd worden aan huurders van een DAEB- of een niet-DAEB-woning;
  • verhuur van parkeervoorzieningen die deel uitmaken van een collectieve (openbare) parkeervoorziening;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat tot de niet-DAEB-tak behoort;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan DAEB-eenheden.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht te komen, wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. Een aantal direct toe te rekenen posten wordt in overeenstemming met het scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB- dan wel aan de niet-DAEB-activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen.

De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand uiteengezet:

Grondslag voor scheiding

Posten in gescheiden verantwoording

Directe scheiding op vhe-niveau.

De opbrengsten/kosten en kasstromen van individuele transacties worden direct toegerekend aan de individuele vhe die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB.

Winst- en verliesrekening:

  • Huuropbrengsten
  • Opbrengsten servicecontracten
  • Verkoopopbrengsten en -lasten
  • Kosten overige activiteiten (verhuurderheffing)

Kasstroomoverzicht:

  • Ontvangsten huren en vergoedingen
  • Desinvesteringskasstromen vastgoedbeleggingen
  • Verhuurderheffing

Toerekening op complexniveau en gescheiden naar de DAEB- en niet-DAEB-activiteiten op basis van de relatieve verdeling van eenheden in het betreffende complex.

Balans:

  • Vastgoedbeleggingen
  • Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
  • Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten servicecontracten
  • Lasten onderhoudsactiviteiten
  • Overige directe lasten exploitatie bezit (m.u.v. saneringsfonds)
  • Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Kasstroomoverzicht:

  • Uitgaven servicecontracten
  • Onderhoudsuitgaven
  • Investeringskasstromen vastgoedbeleggingen

Geborgde leningen classificeren als DAEB, niet geborgde leningen als niet-DAEB.

Balans:

  • Schulden/leningen overheid
  • Schulden/leningen kredietinstellingen

Winst- en verliesrekening:

  • Rentebaten en rentelasten

Kasstroomoverzicht:

  • Financieringskasstroom
  • Renteontvangsten en -uitgaven

Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB-/ niet-DAEB-tak van Woonforte op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB.

De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is: 93% - 7% (2020: 93%-7%).

Balans:

  • Materiële vaste activa
  • Latente belastingvorderingen
  • Huurdebiteuren
  • Belastingen en premies sociale verzekeringen
  • Overige vorderingen
  • Overlopende activa
  • Voorziening latente belastingverplichtingen
  • Overige voorzieningen
  • Schulden aan leveranciers
  • Schulden ter zake van pensioenen
  • Overige schulden
  • Overlopende passiva

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten verhuur en beheeractiviteiten
  • Overige directe lasten exploitatie bezit (m.u.v. saneringsfonds)
  • Toegerekende organisatiekosten
  • Opbrengsten en kosten overige activiteiten
  • Overige organisatiekosten
  • Leefbaarheid

Kasstroomoverzicht:

  • Personeelsuitgaven
  • Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat
  • Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden
  • Overige bedrijfsontvangsten en bedrijfsuitgaven
  • Investeringskasstromen in materiële vaste activa
  • Desinvesteringskasstromen in materiële vaste activa 

5. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

5.1 Algemeen

De toegelaten instelling heeft de jaarrekening opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Woningwet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) 2015, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (herzien 2019), de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV 2015 is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevatten die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling (dVi de verantwoordingsinformatie verslagjaar 2021).

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ten opzichte van het voorgaand jaar gewijzigd. De cijfers voor 2020 zijn, waar nodig, geherrubriceerd teneinde vergelijkbaarheid met 2021 mogelijk te maken. Bij vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (ref. 6.1.4) zijn de cijfers 2020 van de investeringen en van de cumulatieve waardeveranderingen gewijzigd. Dit heeft geen resultaateffect.  

5.3 Continuïteit

Inmiddels is duidelijk dat de gevolgen van de Covid-19-crisis langere tijd merkbaar zullen zijn. Per afdeling en per relevante activiteit monitort Woonforte voortdurend en nauwlettend de verwachte gevolgen, vergezeld van een berekening van de effecten. De conclusie is dat de continuïteit van Woonforte niet in gevaar is. 
Derhalve zijn de waarderingsgrondslagen gebaseerd op duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten.

5.4 Grondslagen voor balanswaardering

5.4.1 Vastgoedbeleggingen (Ref 6.1)

Algemene uitgangspunten

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief naar de toegelaten instelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

De vastgoedbeleggingen worden onderscheiden in DAEB-vastgoed in exploitatie, niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

De verwerking van uitgaven na eerste verwerking

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt, uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Tevens worden hierbij de rente tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen een rentepercentage van 2,5%. Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie (Ref 6.1.1 en ref 6.1.2)

Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB.

Classificatie

DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens op het moment van afsluiten van de huurovereenkomst, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen en overige objecten in exploitatie die niet voldoen aan het criterium van DAEB-vastgoed.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021). Woonforte past voor het volledige bezit de full-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Woonforte maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
  • feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen (zoals afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatieafspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed maar maken onderdeel uit van de niet uit de balans blijkende verplichtingen;
  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar op basis van de systematiek van het handboek.

Bij de waardering wordt onderscheid gemaakt naar de volgende vastgoedcategorieën:

  • woongelegenheden;
  • bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
  • parkeervoorzieningen;
  • intramuraal zorgvastgoed (ZOG).

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeervoorzieningen plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het door-exploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG-, MOG- en ZOG-vastgoed is alleen het door-exploiteerscenario van toepassing.

Bij door-exploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur gebeurt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Bij beide scenario's wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip 'marktwaarde verhuurde staat' zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten vindt op basis van marktconforme uitgangspunten plaats. Daarbij worden parameters gehanteerd: 

  • Prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten.
  • Looninflatie als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten.
  • Bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten.
  • Leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Ten aanzien van het gebruik van de parameters voor de vastgoed-categorieën verwijzen wij naar het handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Woonforte heeft de volgende vrijheidsgraden toegepast.

Impact vrijheidsgraden

  Parameter handboek Bandbreedte eigen parameter
Markthuur De markthuur is afgeleid van een aantal complexkenmerken (waaronder de leegwaarde) waarbij er op basis van een referentiecomplex op- en afslagen worden toegepast. De markthuur is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur.
Markthuurstijging conform de basisversie.
De bandbreedte van de markthuur ligt tussen de € 299 en € 1.400.
Markthuurstijging Inflatievolgend. Conform handboek.
Exit Yield Conform handboek. Conform handboek.
Leegwaarde De leegwaarde wordt gelijkgesteld aan de geïndexeerde WOZ-waarde (waardepeildatum 1 januari 2020). De indexatie is locatie afhankelijk. De leegwaarde is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde leegwaarde. De bandbreedte van de leegwaarde van woningen ligt tussen de € 85.000 en € 430.000.
Leegwaardestijging De leegwaardestijging gebeurt met indexatie op basis van een indexatietabel per gebied/regio. Conform handboek.
Disconteringsvoet Modelmatig afgeleid van een aantal complexkenmerken ten opzichte van een referentiecomplex. De disconteringsvoet is ingeschat door taxateur op basis van referenties (market evidence), aangezien dit een betere weergave geeft van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet. De brandbreedte van de disconteringsvoet voor woningen ligt tussen de 3,6% en 8,9%.
Mutatiegraad Afgeleid van de vijfjaars gemiddelde mutatiegraad. De mutatiegraad is vastgesteld op basis van historische gegevens per complex. Hierbij wordt door de taxateur een hogere ondergrens van 5% gehanteerd. Het door de externe taxateur gehanteerde minimum van 5% geeft een betere weergave van en sluit beter aan bij de werkelijke situatie dan het in het handboek gehanteerde minimum. De brandbreedte van de mutatiegraad voor woningen ligt tussen de 5% en 22%.
Onderhoud Genormeerd o.b.v. een aantal complexkenmerken. Conform handboek (m.u.v. trafohuisjes e.d.).
Juridische splitsingskosten Genormeerd op € 544 per woning. Conform handboek.
Erfpacht n.v.t. n.v.t.
Schematische vrijheid n.v.t. n.v.t.
Bijzondere omstandigheden   Bij een aantal complexen is € 15.000 per woning aan funderingsherstel ingerekend.

Gehanteerde werkwijze taxaties
Jaarlijks laat Woonforte 1/3 deel van haar vastgoed taxeren door een externe taxateur wat betekent dat elk object minimaal eens per drie jaar getaxeerd wordt.

Het bezit is voor 1/3 deel getaxeerd, voor 2/3 deel bepaald door middel van een markttechnische update. Ook voor het BOG-bezit geldt dat 1/3 deel getaxeerd is en 2/3 deel een markttechnische update heeft gekregen.

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat
Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van vastgoed in exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Herwaarderingsreserve

Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.

Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.

Afschrijvingen

Op het vastgoed in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop

Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waardepeildatum 31 december 2021 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden meegenomen in de stichtingskosten van het project.

Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Woonforte en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Woonforte.

De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden)  komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde. Om tot de beleidswaarde te komen, worden - uitgaande van de marktwaarde in verhuurde staat - de volgende vier afslagen gehanteerd: beschikbaarheid (1), betaalbaarheid (2), kwaliteit (3) en beheernorm 2021 (4).

1. Beschikbaarheid
Voor het gehele bezit wordt uitgegaan van het scenario door-exploiteren (in plaats van de hoogste van door-exploiteren en uitponden in de marktwaarde). De overdrachtskosten worden in deze stap op 0% gesteld aangezien het bezit niet wordt verkocht zoals wordt verondersteld in de marktwaarde. Ook wordt een eindwaarde verondersteld op basis van eeuwigdurend door-exploiteren (in plaats van een eindwaarde uit de marktwaarde).

2. Betaalbaarheid
De huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal aangepast tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur.

Woonforte hanteert in haar streefhuurbeleid de volgende uitgangspunten:

Nieuwbouw

Bij nieuwbouw wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de huurprijzen in het normenkader nieuwbouw: 

  • eengezinswoningen: maximaal liberalisatiegrens of minimaal 2e aftoppingsgrens;
  • appartementen t/m 55m2: maximaal 1e aftoppingsgrens of minimaal kwaliteitskortingsgrens;
  • appartementen vanaf 55m2: maximaal liberalisatiegrens of minimaal 1e aftoppingsgrens.

Bestaande voorraad

  • geliberaliseerd segment: maximaal markthuur;
  • bereikbaar segment: maximaal liberalisatiegrens;
  • middensegment: maximaal 2e of 1e aftoppingsgrens;
  • goedkoop segment: maximaal kwaliteitskortingsgrens.

Daarnaast wordt in de beleidswaarde de eigen verwachte reguliere huurverhoging doorgerekend in plaats van de extra opslag boven inflatie die in de marktwaarde wordt gehanteerd.

3. Kwaliteit (onderhoud)
De component instandhoudingsonderhoud (inclusief mutatieonderhoud) uit de marktwaarde is 
   vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie).

De onderhoudsnorm 2021 is overeenkomstig de definities Onderhoud en Beheer van Aw/WSW  bepaald op basis van de post 'lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst- en verliesrekening uit de meerjarenbegroting 2022. Hierbij is gekeken naar een gemiddeld normbedrag van 15-jaars geprognotiseerde winst- en verliesrekening.

Op basis van deze berekening is de norm voor DAEB-woningen vastgesteld op € 2.386 (2020: € 2.258) per woning. Voor niet-DAEB-woningen is de norm vastgesteld op € 2.340 (2020: € 2.634) per woning. De totale lasten onderhoudsactiviteiten zijn gestegen ten opzichte van 2020 vanwege de gewijzigde onderhoudsbegroting en de gestegen onderhoudskosten. Bovendien is de kostentoerekening in de functionele V&W aangepast ten opzichte van 2020. Hierdoor worden iets meer kosten aan onderhoud toegerekend en iets minder aan beheer. Deze oorzaken verklaren de stijging van de norm bij DAEB. De daling van de norm bij niet-DAEB wordt veroorzaakt doordat in de begroting 2022 het aantal niet-DAEB-woningen toeneemt, waar dit in de begroting 2021 nog afnam. Dit komt voort uit een gewijzigde portefeuillestrategie in de Kaderbrief. Voorgaande jaren was al zichtbaar dat wijzigingen in de omvang van het niet-DAEB-bezit een groot effect kunnen hebben op de niet-DAEB-norm voor onderhoud. 

4. Beheernorm 2021
De beheerkosten uit de DCF-berekening van de marktwaarde zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer. De beheernorm 2021 is overeenkomstig de nieuwe definities Onderhoud en Beheer van Aw/WSW  bepaald op basis van de post ‘Lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ minus de verhuurderheffing in de functionele winst- en verliesrekening uit de meerjarenbegroting 2022. De norm is bepaald op basis van een 15-jaars geprognotiseerde winst- en verliesrekening en is voor zowel DAEB- als niet-DAEB-woningen vastgesteld op € 688 (2020: € 709) per woning. Dit wordt veroorzaakt doordat de beheerlasten voor woningen over de komende 15 jaar ook daadwerkelijk iets zijn gedaald in de begroting 2022 ten opzichte van vorig jaar. Bovendien is de kostentoerekening in de functionele V&W aangepast ten opzichte van 2020. Hierdoor worden iets meer kosten aan onderhoud toegerekend en iets minder aan beheer. Deze twee oorzaken hebben een kleine daling van de beheernorm tot gevolg.

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2021 € 985 miljoen.

Het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde ultimo 2021 is uiteengezet bij de toelichting onder paragraaf 6.1.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (Ref 6.1.3)

Voor vastgoed in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie wordt overgedragen aan derden waarbij de regeling kwalificeert als financieringstransactie, eindigt het eigen gebruik en wordt het vastgoed gerubriceerd als onroerende zaken verkocht onder voorwaarden. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting.

Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden.

Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de getaxeerde leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. De leegwaarde wordt jaarlijks opnieuw geschat. Waardeveranderingen worden in het resultaat verantwoord onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden. De regeling kwalificeert als een financieringstransactie indien niet alle belangrijke economische voor-en nadelen zijn overgedragen. Dit is in het kader van een regeling VOV doorgaans het geval indien sprake is van een terugkoopplicht dan wel een terugkooprecht tegen een significant lagere terugkoopprijs dan de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (Ref. 6.1.4)

Dit betreft investeringen ten behoeve van projecten waarin nieuwbouw wordt ontwikkeld of projecten waarbij bestaand bezit door middel van sloop/nieuwbouw tot volledig nieuw vastgoed wordt ontwikkeld. 

Vastgoed in aanbouw of ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde in verhuurde staat (RJ 645.209).

De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onrendabele investeringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met waardeverminderingen.

De herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het verschil tussen de verkrijgings- en vervaardigingsprijs en de marktwaarde in verhuurder staat van het vastgoed waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft.

5.4.2 Materiële vaste activa (Ref 6.2)

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (Ref 6.2.1)

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

Niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbare activa worden gewaardeerd tegen de verwachte lagere opbrengstwaarde.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Tevens worden hierbij de rente tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen een rentepercentage van 2,5%.
Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken, wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Woonforte verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde als wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activaregistratie is te herleiden, wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.

5.4.3 Financiële vaste activa (Ref 6.3)

Latente belastingvorderingen (Ref 6.3.5)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa, latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

Overige vorderingen (Ref 6.3.9)

De onder financiële vaste activa opgenomen overige vorderingen omvatten verstrekte leningen alsmede obligaties die tot het einde van de looptijd worden aangehouden. Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden de rente-inkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht op basis van de effectieve rente. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.4.4 Voorraden (Ref 6.4)

Ingenomen grondposities worden verwerkt tegen aanschafprijs en bijkomende kosten of tegen lagere actuele waarde en opgenomen onder de overige voorraden. Het gaat om grondposities waar nog geen ontwikkelplan/-doelstelling voor aanwezig is of grondposities die aangemerkt zijn om te verkopen. 

5.4.5 Vorderingen (Ref 6.5)

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.4.6 Liquide middelen (Ref 6.6)

Liquide middelen bestaan uit kastegoeden, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.4.7 Eigen vermogen (Ref 6.7)

Herwaarderingsreserve (Ref 6.7.1)

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het bedrag van het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Als op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt deze eerst teruggenomen alvorens een herwaarderingsreserve gevormd wordt voor het betreffende complex.

Overige reserves (Ref 6.7.2)

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van de op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

5.4.8 Voorzieningen (Ref 6.8)

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.

Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen (Ref 6.8.1)

Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en nieuwbouwprojecten.

Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van definitieve ontwerpfase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen nieuwbouw worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde op balansdatum van het betreffende complex overtreffen wordt voor het meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde verhuurde staat).

Latente belastingverplichtingen (Ref 6.8.2)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa (zie paragraaf 5.4.2), latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen. Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Overige voorzieningen (Ref 6.8.7)

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Woonforte onderkent de volgende overige voorzieningen:

•          Jubilea.
De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van CAO-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

5.4.9 Langlopende schulden (Ref 6.9)

Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. De langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt verwerkt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst- en verliesrekening als interestlast.

De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft Woonforte een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden.

De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. De terugkoopverplichting wordt als verplichting op de balans opgenomen zonder rekening te houden met de tijdswaarde van geld, omdat inschatting van het tijdstip waarop terugkoop in de toekomst zal plaatsvinden, mede gelet op de onbeperkte terugkooptermijn, niet goed mogelijk is. Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

In leningen besloten derivaten worden afgesplitst en separaat verantwoord indien er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract.

Voor de waardering en resultaatbepaling van de embedded derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.4.12.

5.4.10 Kortlopende schulden (Ref 6.10)

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De kortlopende schulden worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Winsten  en verliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

5.4.11 Leasing

Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Woonforte ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.4.12 Financiële instrumenten

Binnen het treasurybeleid van Woonforte dient het gebruik van financiële instrumenten (‘derivaten’) ter beperking van renterisico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut en conform BTiV-artikel 106 lid 1 sub b is het aantrekken en afstoten van derivaten uitsluitend toegestaan om de risico’s van het financiële beleid en beheer te beperken.

Woonforte past kostprijshedge-accounting toe.
Bij het toepassen van kostprijshedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultatenbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post.

Dit betekent:

  • als de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, wordt ook het derivaat tegen kostprijs gewaardeerd;
  • zolang de afgedekte post in de kostprijshedge nog niet in de balans wordt verwerkt, wordt het hedge-instrument niet geherwaardeerd.

Perfecte hedge bij kostprijshedge-accounting
Bij Woonforte is dit laatste van toepassing voor de renteswap die ervoor zorgt dat de schuld waarover een variabele rente wordt berekend, wordt omgezet in een vastrentende lening. Indien er sprake zou zijn van een ineffectief deel van de waardeverandering van de renteswap dan wordt deze verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de financiële baten en lasten. Woonforte stelt periodiek de effectiviteit van de hedge-relatie vast. Dit doen wij door vast te stellen dat bij onze renteswap het referentiebedrag en de hoofdsom, de looptijd, de einddatum, de renteherzieningsdata, de data van ontvangst en betaling van rente, de basis voor het bepalen van de rentevoet voor het hedge-instrument en de afgedekte positie gelijk zijn. Gedurende het boekjaar en per jaareinde 2021 is er geen sprake van ineffectiviteit, zie onderstaande tabel.

Hedgetabel swaps vs. roll overs

Hedgetabel ultimo 2021

Dealcode Tegenpartij Type Hoofdsom 2020 Hoofdsom 2021 Start- datum Eind- datum Variabele rente Coupondata rente Conventie Vaste rente Coupondata rente Conventie
IRS0000632 AAB Payer swap -5.000.000 -5.000.000  3/06/13  1/06/22 EUR 6M 01-jun, 01-dec actual/360 4,1300% 01-jun 30/360
LBBT008012 BNG BANK Roll-over vast 5.000.000 5.000.000  3/06/19  1/06/22 EUR 6M +2bp 01-jun, 01-dec actual/360      

Embedded derivaten
Woonforte bezit een aantal basisrenteleningen. Deze leningen worden beschouwd als embedded derivaten.

De RJ290 schrijft voor dat een in een contract besloten derivaat (embedded derivative) van het basiscontract dient te worden gescheiden en in overeenstemming met de bepalingen in paragraaf 5 van de RJ290 als een derivaat te worden verwerkt indien en alleen als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan.

1. Er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico's van het basiscontract.
2. Een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat.
3. Het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd met verwerking van de reële waardeveranderingen in het resultaat.

Bij de basisrentelening bestaat een nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract. Hiermee wijkt een basisrentelening af van de voorwaarde zoals genoemd onder 1, derhalve hoeft het derivaat niet te worden gescheiden van het basiscontract. Dit betekent dat de basisrenteleningen zijn gewaardeerd tegen kostprijs en ze komen daarom niet separaat tot uitdrukking in de balans.

Toelichting van liquiditeits- en kasstroomrisico’s uit hoofde van hedgerelaties
Zoals eerder aangegeven is er bij de swap van Woonforte sprake van 100% hedge-effectiviteit. In het contract dat is afgesloten zijn geen break-clausules en/of margin call verplichtingen opgenomen. Woonforte loopt over dit contract uit dien hoofde geen liquiditeitsrisico.

5.5 Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen direct zodra deze voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrument. De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Het functionele model van de winst- en verliesrekening geeft meer inzicht in de opbouw van het jaarresultaat en in welke mate de verschillende activiteiten hebben bijgedragen aan dit resultaat dan het categorale model.

Bij het verdelen van de opbrengsten en kosten wordt onderscheid gemaakt in direct en niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten. Opbrengsten en kosten worden zoveel mogelijk direct toegerekend, toegewezen aan activiteiten en bij het betreffende onderdeel in de winst- en verliesrekening verantwoord.

De toerekening van de niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels door middel van een verdeelstaat. Toerekening heeft op reële, redelijke en toetsbare wijze plaatsgevonden.

Opbrengstverantwoording
Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

5.5.1 Huuropbrengsten (Ref 7.1)

Hieronder worden de huuropbrengsten opgenomen welke uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd, onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.
Ook de mutatie van de voorziening dubieuze debiteuren wordt onder de huuropbrengsten verantwoord. De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders.

5.5.2 Opbrengsten servicecontracten (Ref 7.2)

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten. De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid.

5.5.3 Lasten servicecontracten (Ref 7.3)

Onder de lasten servicecontracten worden de kosten verantwoord van leveringen en diensten.

5.5.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten (Ref 7.5)

Hieronder worden alle kosten verantwoord welke zijn te relateren aan de verhuur en beheeractiviteiten. Dit betreft zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord. Onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten worden de lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel opgenomen dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed m.u.v. de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten, afschrijvingskosten van de activa ten dienste van de exploitatie voor zover indirect toegerekend aan vastgoed in exploitatie, overige lasten en opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten.

Daarnaast zijn het beheerdeel, bankkosten, vergaderkosten en algemene kosten van de bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten verantwoord. Bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren bevatten naast de component ‘beheer’ ook een component ‘onderhoud’ welke onder de lasten onderhoudsactiviteiten is opgenomen.

5.5.5 Lasten onderhoudsactiviteiten (Ref 7.6)

Onder deze post worden alle onderhoudskosten verantwoord welke zijn gerelateerd aan het vastgoed in exploitatie, inclusief de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten, voor zover daadwerkelijk werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief.

Daarnaast is het onderhoudsdeel van de bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren onder de lasten 'onderhoudsactiviteiten' verantwoord. Bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren bevatten naast de component ‘onderhoud’ ook onder andere een component ‘beheer’ welke onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten is opgenomen.

5.5.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit (Ref 7.7)

De kosten die samenhangen met het verhuren, beheren en onderhouden van het bezit zijn gegroepeerd in afzonderlijke onderdelen van de winst- en verliesrekening, namelijk lasten verhuur en beheeractiviteiten en lasten onderhoudsactiviteiten. Kosten die niet direct gerelateerd zijn aan de sub-activiteiten verhuren, beheren en onderhouden worden verantwoord onder de overige directe operationele lasten exploitatie bezit. Onder de overige directe operationele lasten bezit worden de belastingen (OZB, waterschapslasten), verzekeringen, verhuurderheffing en overige directe operationele lasten exploitatie bezit opgenomen.

5.5.7 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille, overige organisatiekosten en leefbaarheid. Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting in de winst- en verliesrekening. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers van Woonforte.

De pensioenregeling is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW) en is naar zijn aard een toegezegde pensioenregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. 

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • pensioengevende salarisgrondslag (middelloonregeling);
  • afspraken over indexatie;
  • beschrijving belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst;
  • wijze waarop pensioenregelingen zijn ondergebracht bij de pensioenuitvoerder;
  • (maand)dekkingsgraad van de pensioenuitvoerder 126,0% ultimo 2021;
  • beleidsdekkingsgraad van de pensioenuitvoerder 118,8% ultimo 2021.

Woonforte heeft geen verdere verplichtingen uit hoofde van haar pensioenregeling anders dan de betaling van premies. In het geval van een tekort bij het pensioenfonds heeft Woonforte geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

De premies worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord voor zover zij in het verslagjaar verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien deze tot een terugstorting leiden of tot een vermindering van toekomstige betalingen.

5.5.8 Afschrijvingen

Afschrijvingen vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille en overige organisatiekosten.

Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting op de winst- en verliesrekening.

De afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief.
Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur van het actief. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden.

Over terreinen en op actuele waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn inbegrepen onder de afschrijvingen.

5.5.9 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille (Ref 7.12)

Onder de verkoopopbrengst vastgoedportefeuille wordt de verkoopopbrengst verantwoord die wordt gerealiseerd op verkopen van vastgoed in exploitatie minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten (externe verkoopkosten).

Naast de direct toerekenbare verkoopkosten worden organisatiekosten toegerekend (interne verkoopkosten).
De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich bezighoudt met verkopen en overige toegerekende organisatiekosten. De boekwaarde van de verkochte eenheden wordt per verkoopdatum verwerkt in de winst- en verliesrekening.

De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille minus de boekwaarde van de verkochte eenheden minus de toegerekende organisatiekosten resulteert in een netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille. Resultaten op verkochte eenheden worden verantwoord op het moment van overdracht van het betreffend vastgoedobject.

5.5.10 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.13)

De overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille worden gevormd door waardeverminderingen die ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investering in nieuwbouw, woningverbetering en renovatie (onrendabele toppen).

Naast waardeverminderingen kunnen er ook terugnames van waardeverminderingen voorkomen.

Daarnaast hebben de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille betrekking op duurzame waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

5.5.11 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.14)

De niet-gerealiseerde waardeverandering van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen).

5.5.12 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden (Ref 7.15)

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden als de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

5.5.13 Opbrengsten overige activiteiten (Ref 7.16)

Hieronder zijn de opbrengsten van beheer voor derden en opbrengsten van service abonnementen, dakverhuur telefonie (antennes), EPV-vergoedingen en opbrengst verhuur logeerkamer alsmede de opbrengsten van verkoop onder voorwaarden opgenomen.

5.5.14 Kosten overige activiteiten (Ref 7.17)

Hieronder zijn de kosten van beheer voor derden, kosten van overige dienstverlening en incidentele kosten opgenomen alsmede de kosten van verkopen onder voorwaarden.

5.5.15 Overige organisatiekosten (Ref 7.18)

De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel belast met governance & bestuur, jaarverslag & control, P&O, ondernemingsraad en treasury. De toerekenbare organisatiekosten worden bepaald door de ingeschatte uren te vermenigvuldigen met de werkelijke salariskosten. Tevens wordt hier de bijdrage heffing Aw en de saneringsheffing opgenomen.

5.5.16 Kosten omtrent leefbaarheid (Ref 7.19)

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Woonforte die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen. Onder leefbaarheid worden de kosten verantwoord welke gerelateerd worden aan leefbaarheid en welke niet noodzakelijk zijn voor de verhuurexploitatie.

De leefbaarheidsactiviteiten passen binnen de kaders van de Woningwet en zijn gelimiteerd tot het in de Woningwet genoemde bedrag per verhuureenheid.

De leefbaarheidsactiviteiten worden in overleg met de gemeente vastgesteld. Onder leefbaarheid valt: woonmaatschappelijk werk, achter-de-voordeuraanpak, buurtbeheerders, (mede) bestrijden van overlast en het schoon, heel en veilig houden van de woonomgeving. De activiteiten moeten ten gunste komen van de eigen huurders of de directe omgeving van de woongelegenheden van Woonforte. 
Woonforte mag ook het groen rondom de eigen complexen onderhouden en de aanleg en het onderhoud van kleinschalige infrastructuur in de directe nabijheid van de woongelegenheden doen in het kader van leefbaarheid.

Naast de directe kosten bestaan de kosten leefbaarheid uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich specifiek bezighoudt met leefbaarheid (buurtbeheerders 70%, huismeesters 40%, consulenten sociaal beheer 20%) alsmede de ingeschatte uren van de ondersteunende afdelingen Communicatie en ICT en overige toegerekende kosten leefbaarheid.

De dekking van de buurtbeheerderskosten die ten laste van de leveringen en diensten wordt gebracht, wordt in mindering gebracht op de toegerekende personeelskosten leefbaarheid.

5.5.17 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten (Ref 7.20)

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst- en verliesrekening verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

5.5.18 Rentelasten en soortgelijke kosten (Ref 7.21)

Rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende passiefpost. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen. Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke hoeveelheid tijd vergt om het actief gebruiksklaar te maken. Geactiveerde rente wordt in de winst- en verliesrekening in mindering gebracht op de post rentelasten en soortgelijke kosten.

Onder deze post worden ook de lasten opgenomen in verband met het vervroegd aflossen en herfinancieren van kapitaalmarktleningen. Deze lasten bestaan uit herbeleggingsverliezen (boeterente), provisies en disagio (borgstelling WSW).

5.5.19 Belastingen (Ref 7.22)

Woonforte is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sinds 2008 verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO) tussen corporaties en de Belastingdienst.

In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van fiscale resultaatverantwoording. Op 16 november 2021 heeft Woonforte besloten de VSO stilzwijgend met één jaar te verlengen.

De belasting wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

5.5.20 Risico’s financiële positie

  Mogelijke impact Beheersingsstrategie Maatregelen
Marktrisico Het verkoopprogramma huurwoningen wordt niet (geheel) gerealiseerd. Geen maatregelen nodig gelet op de huidige marktsituatie.
Accepteren
Prijs/tegenpartij risico De vordering op de tegenpartij wordt bij beleggingen niet (geheel) ontvangen. Als de marktwaarde van de beleggingen (swaps) positief wordt (is nu negatief) tegenpartij monitoren. Ten aanzien van de rekening courant wordt gestuurd op een saldo onder de € 100.000 (garantiedrempel).
In beide situaties monitoren dat de tegenpartij minimaal een lange termijn kredietbeoordeling van A/A2 toegekend heeft gekregen.
Reduceren
Renterisico Forse stijging van de rentelasten waardoor er minder geld beschikbaar is om doelstellingen te halen. Renterisicomanagement waardoor de gevoeligheid voor renteschommelingen wordt beperkt door een evenwichtige spreiding van de renterisico’s in de tijd. Reduceren

Risico’s ten aanzien van de financiële positie

Dit zijn de risico’s en onzekerheden met betrekking tot de financiële positie van Woonforte zoals continuïteits-, liquiditeits- en renterisico’s.
Op basis van de jaarrekening 2021 en de begroting 2022 blijft Woonforte voldoen aan de gestelde externe normen van Aw/WSW en interne normen.

Continuïteitsrisico

Woonforte past uitgangspunten gericht op een duurzaam bedrijfsmodel toe. De essentie daarvan is dat het kasstromen genererende vermogen van de vastgoedportefeuille op langere termijn op een bepaald minimaal niveau blijft. Woonforte is financieel gezond maar kan niet alles realiseren. Er zijn keuzes gemaakt met betrekking tot de prioritering van de realisatie van doelstellingen.

Liquiditeitsrisico

Het waken over de beschikbaarheid van liquiditeit is een belangrijk aandachtsgebied van treasury. De korte en middellange liquiditeitsplanning zijn in het treasuryjaarplan opgenomen. Deze worden per kwartaal of als dat gewenst is tussentijds in de treasurycommissie besproken. Woonforte heeft in 2021 geen liquiditeitsprobleem gehad.

Renterisico’s

Woonforte beheerst de renterisico’s voornamelijk via een vervalkalender waarbij de gemiddelde looptijd van de leningen geënt is op het opvangen van renteschokken en voldoende flexibiliteit biedt. Bij het aantrekken van nieuwe leningen kijkt Woonforte naar de samenhang tussen vastgoedportefeuille, exploitatiekasstromen en gewenste samenstelling van de leningenportefeuille.

6. Toelichting op de balans

6.1 Vastgoedbeleggingen

6.1.1 Vastgoed in exploitatie

De mutaties van het vastgoed in exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

    DAEB-vastgoed in exploitatie   Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
  2021 2020 2021 2020
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 679.521 653.709 57.991 57.369
Cumulatief waardeveranderingen 881.943 783.149 63.623 57.957
Boekwaarden per 1 januari 1.561.464 1.436.858 121.614 115.326
         
         
Mutaties        
Investeringen 5.342 36.824 209 1.753
Desinvesteringen -9.326 -853 -2.396 -294
Waardeveranderingen 270.611 106.130 14.398 6.382
Overige waardeveranderingen -3.284 -7.336 -44 -716
Overboekingen van vastgoed in ontwikkeling 28.400 2.526 5.076 0
Overboekingen naar vastgoed in ontwikkeling 0 -5.687 0 -107
Overboeking van voorziening ORT 0 -7.728 0 0
Overboekingen (van DAEB naar niet-DAEB en vice versa) 555 730 -555 -730
Totaal mutaties 292.298 124.606 16.688 6.288
         
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 704.492 679.521 60.325 57.991
Cumulatief waardeveranderingen 1.149.270 881.943 77.977 63.623
         
         
Boekwaarden per 31 december 1.853.762 1.561.464 138.302 121.614
         

De posten DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie zijn als volgt opgebouwd:

  Aantal 2021     Aantal 2020    
  DAEB Niet-DAEB Totaal DAEB Niet-DAEB Totaal
Woongelegenheden 9.787 485 10.272 9.789 486 10.275
Intramuraal zorgvastgoed 320 0 320 261 0 261
Maatschappelijk onroerend goed 34 0 34 38 0 38
Bedrijfsonroerend goed 1 99 100 1 142 143
Parkeergelegenheden 129 927 1.056 129 859 988
Totaal 10.271 1.511 11.782 10.218 1.487 11.705

Investeringen en overboekingen

De totale investeringen voor het DAEB-vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2021 uit op € 5,5 miljoen (voor DAEB € 5,3 miljoen en voor niet-DAEB € 0,2 miljoen). 

Het betreft de volgende investeringen:

Aankoop € 290.900

  • Een woning terugkoop Goudse Rijweg 308.

Renovatie € 4,3 miljoen

  • Er zijn twee renovatieprojecten uitgevoerd voor € 1,9 miljoen. Dit bedrag is volledig geactiveerd, omdat deze projecten zijn gekwalificeerd als ingrijpende verbouwing. Het gaat om de renovatieprojecten Akkerwinde/ Boterbloemweg en Lauwers.
  • Bij het renovatieproject Prins Hendrikstraat is € 25.900 voor woningverbetering uitgevoerd.
  • Voor zonnepanelen is € 2,3 miljoen besteed.

Dagelijks en planmatig onderhoud € 1,0 miljoen

  • Uitgaven die vanuit dagelijks onderhoud (€ 0,1 miljoen voor geriefsverbetering) en planmatig onderhoud (€ 0,9 miljoen voor woningverbetering) zijn geactiveerd.

Desinvesteringen
De totale desinvesteringen voor het DAEB- en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2021 uit op € 11,7 miljoen. Dit betreft:

  • de marktwaarde van de verkopen;
  • de marktwaarde van vijf algemene ruimtes 

Overboekingen vastgoed in ontwikkeling 

  • 15 eengezinswoningen Weegbree € 3,4 miljoen;
  • 121 woningen Ampère (63 appartementen en 58 zorgwoningen) € 30,1 miljoen.

Niet gerealiseerde waardeveranderingen

In 2021 zijn de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat in exploitatie voor het DAEB-vastgoed € 270,6 miljoen en niet-DAEB-vastgoed € 14,4 miljoen.

Verzekering & zekerheden
De vastgoedbeleggingen zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van Woonforte. De activa zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Woonforte heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het DAEB-bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

Marktwaarde in verhuurde staat
Woonforte waardeert haar vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen in exploitatie bedraagt ultimo 2021 € 1.992 miljoen (2020: € 1.683 miljoen).
Deze marktwaarde in verhuurde staat kan uitgesplitst worden in € 1.854 miljoen (2020: € 1.561 miljoen) voor het DAEB-bezit in exploitatie en € 138 miljoen (2020: € 122 miljoen) voor het niet-DAEB-bezit in exploitatie.

De Woonforte specifieke parameters worden in onderstaande tabel toegelicht. Het betreft hier de parameters waar Woonforte de vrijheidsgraden heeft toegepast. De gemiddelde percentages zijn vermeld.

Mutatiekans door-exploiteren woningen 6,65%
Disconteringsvoet (%) woningen 5,68%
Disconteringsvoet (%) BOGMOG 7,80%
Disconteringsvoet (%) parkeren 6,71%
Disconteringsvoet (%) intramuraal zorg 6,59%
     
Gemiddelde Leegwaarde parkeren 16.325
Gemiddelde Leegwaarde woningen 254.317
     
Gemiddelde markthuur woningen 808
Gemiddelde markthuur BOGMOG 1.167
Gemiddelde markthuur parkeren 87
Gemiddelde markthuur intramuraal zorg 2.280
     
Gemiddelde contracthuur woningen 568
Gemiddelde contracthuur BOGMOG 1.008
Gemiddelde contracthuur parkeren 57
Gemiddelde contracthuur intramuraal zorg 2.166

De oorzaak van de stijging van de marktwaarde in verhuurde staat is met name de gestegen leegwaarde van woningen als gevolg van de hoge huidige verkoopprijzen. Daarnaast is als gevolg van de onverminderde vraag op de woningmarkt de disconteringsvoet iets verlaagd. Ook het tarief van de verhuurderheffing is verlaagd ten opzichte van vorig jaar, de extra verlaging uit december is hierin meegenomen. Per saldo hebben deze ontwikkelingen een positief effect op de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie. De verwachte afschaffing van de verhuurderheffing is nog niet verwerkt in het handboek marktwaardering 2021 en dit effect zal pas volgend jaar zichtbaar zijn in de marktwaarde.

Gevoeligheidsanalyse

Om inzicht te geven in de betekenis van de belangrijkste parameters in de marktwaarde is ten aanzien van de woningportefeuille (DAEB en niet-DAEB) in onderstaande tabel een gevoeligheidsanalyse opgenomen. Daaruit blijkt dat de leegwaardeontwikkeling en disconteringsvoet een grote invloed hebben op de uitkomst van de marktwaarde 31 december 2021. Een aanpassing van 1% in deze variabelen heeft een mutatie van tussen de € 102,7 miljoen en € 217,7 miljoen tot gevolg. De financiële positie is hiermee enigszins gevoelig voor schommelingen in de belangrijkste variabelen en in de marktwaardeberekening.

Parameter

  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2021 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 6,65% -1% -61,40 -3,08%
Disconteringsvoet 5,80% +1% -217,70 -10,93%
Leegwaarde ontwikkeling 2,34% -1% -102,70 -5,16%
  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2020 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 6,94% -1% -50,40 -2,99%
Disconteringsvoet 6,24% +1% -187,20 -11,12%
Leegwaarde ontwikkeling 2,21% -1% -92,60 -5,50%

WOZ-waarde
De WOZ-waarde van het bezit heeft betrekking op het bedrag waarvoor de gemeente de woningen heeft getaxeerd, als ze, vrij van huur, aangeboden zouden worden in de vrije verkoop.

In 2021 is de aanslag opgelegd voor het vastgoed in exploitatie, gebaseerd op de WOZ-beschikkingen met een waardepeildatum 1-1-2020 van € 1.949 miljoen. Hiervan heeft € 1.822 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 127 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

In 2022 is een WOZ-aanslag opgelegd. De waarde van vastgoed in exploitatie gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen bedraagt € 2.122 miljoen (waardepeildatum 1-1-2021). Hiervan heeft € 1.986 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 136 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2021 € 985 miljoen.

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2021 bestaat uit de volgende onderdelen:

(x € 1.000)

Marktwaarde verhuurde staat   1.992.064
     
Af:    
Beschikbaarheid (door-exploiteren) 90.025  
Betaalbaarheid (huren) -715.726  
Kwaliteit (onderhoud) -393.520  
Beheer (beheerkosten) 12.458  
Totaal maatschappelijke bestemming   -1.006.763
     
     
Beleidswaarde   985.301

Woonforte heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde 2021:

Uitgangspunten beleidswaarde (woningen) 2021 2021 2020
Gemiddelde contracthuur € 568 € 569
Gemiddelde beleidshuur € 598 € 596
Beleidsnorm onderhoud Daeb € 2.386 € 2.258
Beleidsnorm onderhoud Niet-Daeb € 2.340 € 2.634
Beleidsnorm beheer € 688 € 709
Gemiddelde disconteringsvoet 4,92% 5,65%

Sensitiviteitsanalyse

In de volgende tabel wordt aangegeven welk effect een aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde

  Mutatie t.o.v uitgangspunt Effect op beleids- waarde (€ miljoen) Effect op beleids- waarde %
Disconteringsvoet 0,5% hoger -105,3 -10,7%
Streefhuur per maand € 25 hoger 66,7 6,8%
Streefhuur per maand € 25 lager -76,1 -7,7%
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger -89,5 -9,1%

6.1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De mutaties onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

  2021 2020
Verkrijgingsprijzen 6.248 6.346
Cumulatieve waardeveranderingen 1.850 933
Boekwaarde per 1 januari 8.098 7.279
     
Mutaties    
Investeringen 0 315
Desinvesteringen -230 -413
Waardeveranderingen 799 917
Totaal mutaties 569 819
     
Verkrijgingsprijzen 6.018 6.248
Cumulatieve waardeveranderingen 2.649 1.850
Boekwaarde per 31 december 8.667 8.098

Gedurende 2021 is een woning (2020: twee woningen) teruggekocht die eerder onder een VOV-regeling zijn verkocht. De woning is in de vastgoed-exploitatie opgenomen. 

Het aantal woningen verkocht onder voorwaarden is ultimo 2021 29 (2020: 30). In 2021 is op basis van taxaties de waarde van de woningen onder de VOV-regeling bepaald. De woningen hebben een waardestijging van 9,8% (dit betreft DAEB-woningen) en een waardestijging van 5,8% (dit betreft niet-DAEB-woningen) in 2021.

6.1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De mutaties vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn in het volgende schema weergegeven.

(x € 1.000)

  2021 2020
Investeringen 26.514 12.891
Cumulatieve waardeveranderingen -10.132 -3.627
Boekwaarde per 1 januari 16.382 9.264
     
Mutaties    
Investeringen 30.643 10.357
Overige waardeveranderingen terugname afwaardering 4.388 955
Overige waardeveranderingen afwaarderingen 0 0
Overboekingen (van vastgoed in ontwikkeling - naar vastgoed in exploitatie) -33.476 -2.527
Overboekingen (van vastgoed in exploitatie - naar vastgoed in ontwikkeling) 0 5.794
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in ontwikkeling) -1.166 -7.461
Totaal mutaties 389 7.118
     
Investeringen 23.681 26.514
Cumulatieve waardeveranderingen -6.910 -10.132
     
Boekwaarde per 31 december 16.771 16.382

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn de projecten in ontwikkeling opgenomen die na oplevering worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging. Het betreft investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw).

Nieuwbouw Waterrijk West 18.500 
Nieuwbouw Barones 1.322.300 
Nieuwbouw Rode Dorp fase 1 19.752.600 
Nieuwbouw Rode Dorp fase 2 en fase 3 1.319.800 
Nieuwbouw Stationslocatie 532.000 
Nieuwbouw Mendelweg 46.000 
Spaceboxen ’s-Molenaarspad 25.100 
Nieuwbouw Magnolia/Bosparkweg 316.500 
Nieuwbouw Noorderkeerkring 235.500 
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat 70.800 
Nieuwbouw Zaagmolenweg 32.200 
Nieuwbouw Klompenmaker Noorderbrink 6.200 
Nieuwbouw Waterrijk West IV 3.700 
Totaal 23.681.200 

In 2021 is in het vastgoed in ontwikkeling € 501.200 aan rente geactiveerd. Er is uitgegaan van een rentepercentage van 2,5% (2020: € 31.200).

In 2021 zijn twee nieuwbouwprojecten opgeleverd:

  • Nieuwbouw Weegbree
  • Nieuwbouw Ampére

Op de waarde van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie is de gevormde voorziening voor onrendabele investeringen in mindering gebracht van € 6,9 miljoen.

Dit betreft de projecten:

     
Nieuwbouw Rode Dorp fase 1 5.534.200 
Nieuwbouw Rode Dorp fase 2 en fase 3 1.319.800 
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat 23.400 
Nieuwbouw Zaagmolenweg 32.200 
Totaal 6.909.600 
     

6.2 Materiële vaste activa

6.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

  2021 2020
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 12.304 12.007
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -9.525 -8.957
Boekwaarde per 1 januari 2.779 3.050
     
Mutaties    
Investeringen 176 297
Desinvesteringen 0 0
Afschrijvingen -541 -568
Waardeverminderingen 0 0
Totaal mutaties -365 -271
     
     
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 12.480 12.304
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -10.066 -9.525
     
Boekwaarde per 31 december 2.414 2.779

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Type activa Afschrijvingstermijn Afschrijvingssysteem
Bedrijfsterreinen geen afschrijving  
Gebouwen 20 jaar/30 jaar Lineair
Automatisering 3 jaar/5 jaar/10 jaar Lineair
Vervoermiddelen 5 jaar Lineair
Inventaris 10 jaar Lineair

In 2021 is voor gebouwen geen investering gedaan, voor inventaris € 15.750, voor automatisering € 159.900 en voor vervoermiddelen geen investering. Er is een auto verkocht. Deze auto was volledig afgeschreven.

6.3 Financiële vaste activa

Alle financiële vaste activa hebben een resterende looptijd langer dan een jaar.           

(x € 1.000)

    Latente belasting- vorderingen Overige vorderingen Totaal
Stand per 1 januari   736 2 738
         
Mutaties        
Dotatie   608 0 608
Onttrekkingen   0 0 0
Totaal mutaties   608 0 608
         
Stand per 31 december   1.344 2  1.346 

6.3.5 Latente belastingvorderingen

De totale contante waarde van actieve belastinglatenties bedraagt ultimo 2021 € 1,3 miljoen (nominaal € 4,4 miljoen). Ultimo 2020 bedroeg de totale waarde van de actieve belastinglatenties € 0,7 miljoen (nominaal € 3,0 miljoen). De belastinglatenties zijn in 2021 contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet van 1,96% (1,45% na vennootschapsbelasting). In 2020 bedroeg de gemiddelde vermogenskostenvoet 2,00% (1,50% na vennootschapsbelasting).

De post belastinglatenties is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

(x € 1.000)

  31/12/21     31/12/20  
  nominaal contant   nominaal contant
Leningen disagio 216 196   210 186
Leningen agio -11 -11   -11 -10
Vestia lening agio 706 706   0 0
  911 891   199 176
           
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 5 0   40 0
Vastgoedportefeuille (excl. Verkoopprogramma) 2.958 0   2.191 0
Afschrijvingen 488 453   601 560
  4.362 1.344   3.031 736

De looptijd van de belastinglatentie op de leningen bedraagt 25 jaar.
Voor de belastinglatentie vastgoedportefeuille en het verkoopprogramma van de vastgoedportefeuille is geen inschatting te maken omtrent de looptijd van de belastinglatentie, omdat geen inschatting te maken is over het tijdstip van realisatie.

Leningen
Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 zijn de leningen fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Dit (dis)agio en daarmee de realisatie van de belastinglatentie valt lineair vrij met de looptijd van de betreffende individuele leningen.

Leningruil Vestia
In de commerciële jaarrekening mag de agio op de leningruil van Vestia in een keer verwerkt worden, fiscaal moet dit uitgesplitst worden over twee jaar. Voor het verschil van de aftrek van deze agio is een actieve belastinglatentie gevormd van € 706.000. Deze latentie zal in 2022 vrijvallen. 

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille
Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert deze latentie contant tot nihil.

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)
Er is een nominale belastinglatentie gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). Omdat geen inschatting te maken is omtrent (het tijdstip van) de realisatie tendeert deze latentie contant tot nihil.

Afschrijvingen
De contante latente belastingvordering opgenomen voor de inschatting van het fiscale afschrijvingspotentieel bedraagt op dit moment € 453.000 (2020: € 560.000). De contante latente belastingvordering is opgenomen voor de inschatting van het fiscale afschrijvingspotentieel van de vastgoedportefeuille gedurende vijf jaar.

Het niet (fiscaal) aftrekbaar deel van de rentelast, uit hoofde van ATAD-regelgeving bedraagt over 2021 circa € 0,3 miljoen (2020: € 2,6 miljoen). Op basis van de verwachte toekomstige rentelasten en fiscaal belastbare resultaten is het niet waarschijnlijk dat dit bedrag later benut en in aftrek kan worden genomen. Derhalve is hiervoor geen latentie gevormd.

6.3.9 Overige vorderingen

Woningnet N.V.
Woonforte bezit 200 aandelen met in totaal een uitgifteprijs van € 2.455 in de vennootschap. Het aandeel van Woonforte in het geplaatst aandelenkapitaal van Woningnet N.V. bedraagt 0,04%.

6.4 Voorraden

Onder de overige voorraden zijn drie grondposities verantwoord. Het gaat om grondposities waar nog geen ontwikkelplan en/of doelstelling voor aanwezig is of grondposities die aangemerkt zijn om te verkopen. Het betreft de grondposities:

  • 's -Molenaarspad (€ 0);
  • Zuidkade (€ 0);
  • Korteraarseweg in Aarlanderveen (€ 0).

In vergelijking met 2020 is de situatie niet veranderd.

6.5 Vorderingen

(x € 1.000)

  2021 2020
Huurdebiteuren 1.319 1.320
Belastingen en premies sociale verzekeringen 5.470 6.427
Overige vorderingen 356 213
Overlopende activa 7.496 488
Totaal vorderingen 14.641 8.448

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter en omdat voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd, als dat nodig is. In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht.

6.5.1 Huurdebiteuren

(x € 1.000)

  2021 2020
Huurdebiteuren huidige huurders 727 793
Huurdebiteuren vertrokken huurders 1.402 1.648
  2.129 2.441
Voorziening wegens oninbaarheid -810 -1.121
Totaal huurdebiteuren 1.319 1.320

(x € 1.000)

  Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal 2021
Achterstand huren 553 227 780
Overige vorderingen 1 1.084 1.085
Niet-vervallen betalingsregeling 154 71 225
WSNP 19 20 39
  727 1.402 2.129
Voorziening dubieuze debiteuren -18 -792 -810
Totaal 709 610 1.319
       

6.5.6 Belastingen en premies sociale verzekeringen

(x € 1.000)

        2021 2020
Omzetbelasting       10 8
Vennootschapsbelasting       5.460 6.419
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen       5.470 6.427

De vordering vennootschapsbelasting 2021 bestaat uit (x € 1.000):

Jaar Saldo per begin boekjaar Vennootschapsbelasting boekjaar Betaald/ontvangen in boekjaar Saldo per ultimo boekjaar
2019 4.071 68 -3.282 857
2020 2.348 457 0 2.805
2021 0 -4.184 5.982 1.798
Totaal 6.419 -3.659 2.700 5.460

6.5.7 Overige vorderingen

(x € 1.000)

  2021 2020
Debiteuren 240 160
Nog te ontvangen rente 6 0
Uitkering verzekeringen 95 43
Overige vorderingen 15 10
Totaal Overige vorderingen 356 213
     

6.5.8 Overlopende activa

(x € 1.000)

  2021 2020
Vooruitbetaalde kosten 7.404 310
Vooruitbetaalde rente 0 6
Overige overlopende activa 92 172
Totaal overlopende activa 7.496 488
De vooruitbetaalde kosten zijn kosten die betrekking hebben op 2022:      
Verzekeringspremies 40.500  
Automatiseringskosten 193.000  
Vooruitbetaling aankoop Margrietlaan 7.141.000  
Overige 29.000  
Totaal 7.403.500  

Overige overlopende activa is nog te ontvangen VvE Briljantstraat.

6.6 Liquide middelen

(x € 1.000)

  2021 2020
Totaal liquide middelen 11.166 4.009

De liquide middelen staan vrij ter beschikking. Er zijn geen middelen uitgezet in het buitenland. De stijging van het saldo liquide middelen wordt veroorzaakt door het aantrekken van een externe lening t.b.v. het aflossen van de interne lening in verband met de niet-DAEB financiering. 

6.7 Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

(x € 1.000)

  Herwaarderingsreserve Overige reserves Resultaat na belastingen van het boekjaar Totaal
Stand per 1 januari 955.918 349.251 0 1.305.169
         
Mutaties        
Uit resultaatbestemming 285.008 -285.008 299.828 299.828
Gerealiseerde verkopen -8.565 8.565 0 0
Gerealiseerde slopen 0 0 0 0
Negatieve waardeveranderingen -3.859 3.859 0 0
Totaal mutaties 272.584 -272.584 299.828 299.828
         
Stand per 31 december 1.228.502 76.667 299.828 1.604.997

Het eigen vermogen bestaat per 31 december 2021 uit € 1.229 miljoen aan niet-gerealiseerde herwaarderingen (herwaarderingsreserve) en € 376 miljoen aan gerealiseerde herwaarderingen en operationele winsten (overige reserves € 77 miljoen en resultaat van het boekjaar € 299,8 miljoen). 

Hoe Woonforte haar eigen vermogen inzet en welk maatschappelijk offer Woonforte brengt, is uitgewerkt in het hoofdstuk Financiën van het Bestuursverslag 2021.Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 985 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Woonforte niet wordt of kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonforte.

De mogelijkheden om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan DAEB-woningen.
Omdat het de doelstelling van Woonforte is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Woonforte.

Voorstel resultaatbestemming

In de statuten van Woonforte staat geen bepaling omtrent resultaatbestemming vermeld. Het voorstel is om het gerealiseerde resultaat 2021 ten gunste van de overige reserves te verwerken. 

6.7.1 Herwaarderingsreserve

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2021 in het eigen vermogen opgenomen. Het niet-gerealiseerde resultaat over het boekjaar van € 285 miljoen is ten gunste van de herwaarderingsreserve gebracht.
Er wordt een herwaarderingsreserve gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs van vastgoed in exploitatie. Waar op complexniveau een negatief verschil is ontstaan, wordt geen toevoeging aan de herwaarderingsreserve gegaan.

6.7.2 Overige reserves

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2021 in het eigen vermogen opgenomen. Indien het voorstel om het gerealiseerde positief resultaat over het boekjaar van € 299,8 miljoen ten gunste van de overige reserves te brengen wordt goedgekeurd ontstaat de volgende situatie: 

x € 1.000

Beginstand 01-01-2021    214.658 
Resultaat na belastingen 2020    134.593 
     349.251 
af: mutatie herwaarderingsreserve    285.008 
bij: gerealiseerde verkopen  8.565   
bij: negatieve waardeverandering  3.859   
     12.424 
saldo per 31-12-2021    76.667 
voorstel: resultaatbestemming boekjaar 2021    299.828 
saldo per 01-01-2022    376.495 

6.8 Voorzieningen

6.8.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

(x € 1.000)

  2021 2020
Voorziening onrendabele investeringen vastgoedprojecten 29.298 50.146
Voorziening verantwoord onder vastgoed in ontwikkeling -10.132 -3.627
Boekwaarde per 1 januari 19.166 46.519
     
Mutaties    
Mutatie aanpassing onrendabele top 2.250 0
Overige waarderingen dotatie 917 492
Overige waarderingen vrijval 0 -12.656
Terugname waardevermindering via vastgoed in ontwikkeling (impact voorziening ORT) -4.388 -955
Terugname waardevermindering via vastgoed in ontwikkeling 4.388 955
(impact voorziening verantwoord onder vastgoed i.o.)    
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in ontwikkeling -1.166 -7.461
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in exploitatie 0 -7.728
Totaal mutaties 2.001 -27.353
     
Voorziening onrendabele investeringen vastgoedprojecten 28.077 29.298
Voorziening verantwoord onder vastgoed in ontwikkeling -6.910 -10.132
     
Boekwaarde per 31 december 21.167 19.166

De voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van vastgoed bestemd voor eigen exploitatie, waarvoor nog onvoldoende uitgaven zijn gedaan om het voorzieningsbedrag gesaldeerd op te nemen onder de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Er is geen disconteringvoet gehanteerd, dit heeft namelijk nauwelijks effect op de contante waarde, omdat de voorziening ‘onrendabele investeringen en herstructureringen’ na circa één jaar vrijvalt.

De voorziening wordt voor zover mogelijk gesaldeerd gepresenteerd met de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (per 31 december 2021 € 6,9 miljoen).

Nieuwbouw Rode Dorp fase 1 5.534.200 
Nieuwbouw Rode Dorp fase 2 + fase 3 21.111.900 
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat 514.000 
Nieuwbouw Zaagmolenweg 916.800 
Totaal 28.076.900 
     
     

6.8.2 Latente belastingverplichtingen

De voorziening latente belastingverplichtingen wordt gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen in de fiscale waardering en de waardering van de vastgoedbeleggingen, onderhanden projecten in opdracht van derden en financiële activa en passiva in deze jaarrekening. De belastinglatenties zijn, indien van toepassing, contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet 1,96% (1,45% na vennootschapsbelasting). In 2020 zijn de belastinglatenties contant gemaakt tegen 2,00% (1,50% na vennootschapsbelasting).

Voor het ultimo balansdatum niet aangewende deel van de herinvesteringsreserve dient een voorziening voor latente belastingen gevormd te worden. Deze voorziening valt vrij met de toekomstige benutting van de herinvesteringsreserve. Een gevormde herinvesteringsreserve dient binnen drie boekjaren na het jaar van vorming te worden aangewend. De volledige herinvesteringsreserve is gedurende het boekjaar aangewend en bedraagt daardoor ultimo 2020 nihil; derhalve hoeft geen latente belastingverplichting te worden gevormd.

De post belastinglatenties is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  31/12/21   31/12/20  
  nominaal contant nominaal contant
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 148.153 0 81.464 0
Vastgoedportefeuille (excl. verkoopprogramma) 14.995 0 7.405 0
  163.148 0 88.869 0
         

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille

Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert de contante waarde van deze latentie naar nihil.

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)

Voor de nominale latente belastingverplichtingen is een voorziening gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). De contante waarde tendeert naar nihil omdat het realisatiemoment oneindig ver in toekomst ligt door gebruik van de herinvesteringsreserve (bij verkoopprogramma) en door het voornemen tot door-exploiteren (bij vastgoedportefeuille exclusief verkoopprogramma).

6.8.7 Overige voorzieningen

Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

(x € 1.000)

  2021 2020
Jubilea 79 75
Totaal overige voorzieningen 79 75
     

6.9 Langlopende schulden

(x € 1.000)

  2021       2022   2021     2020  
  Looptijd <5 jaar Looptijd >5 jaar Totaal   Aflossing   Langlopende schulden Rentevoet   Langlopende schulden Rentevoet
Overheid 0 0 0   0   0     25  
Banken 50.307 341.170 391.477   -9.423   382.054     357.592  
  50.307 341.170 391.477   -9.423   382.054 1,96%   357.617 2,00%
                       
Waarborgsommen 202 427 629   0   629 2,00%   573 2,00%
                       
Totaal 31 december 50.509 341.597 392.106   -9.423   382.683     358.190  

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het verslagjaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. Deze aflossingsverplichting bedraagt voor 2022 € 9,4 miljoen. In 2021 was dit € 14,3 miljoen. 

De marktwaarde van de bestaande leningcontracten inclusief roll-over leningen bedraagt € 501,4 miljoen. Dit bedrag is inclusief opgelopen rente van € 3,2 miljoen en inclusief het niet-opgenomen deel van een roll-over lening € 14,4 miljoen. De nominale waarde is € 400,4 miljoen (inclusief het niet-opgenomen bedrag van € 14,4 miljoen van de roll-over lening). Voor de toelichting op de financiële instrumenten wordt verwezen naar de paragraaf 5.4.12 Financiële instrumenten.

6.9.1 Schulden aan overheid / 6.9.2 schulden aan banken

(x € 1.000)

  Schulden aan overheid Schulden aan banken Totaal
Stand per 1 januari 25 357.592 357.617
       
Ontvangsten wegens afgesloten leningen 0 29.021 29.021
Vestia lening agio 0 5.470 5.470
       
Opname uit roll over 0 1.600 1.600
Aflossingen 2021 -25 -2.206 -2.231
Aflossingen 2022 0 -9.300 -9.300
Amortisatie agio lening 2022 0 -123 -123
Stand per 31 december 0 382.054 382.054

6.9.1 Schulden aan overheid

De leningen bij de Gemeente Alphen aan den Rijn zijn volledig afgelost in 2021. 

6.9.2 Schulden aan banken

De gemiddelde rente van de hieronder begrepen leningen bedraagt 1,96% (2020: 2,00%). Het betreft hier alle leningen dus ook de roll-over leningen. De marktwaarde van de swaps bedraagt per 31 december 2021 negatief € 221.000 vanwege een lagere swaprente ultimo 2021.

Het WSW heeft voor een bedrag van € 390,4 miljoen aan leningen geborgd per 31 december 2021. Het geborgde bedrag is inclusief de aflossingsverplichting van 2022 (€ 9,3 miljoen).

In 2014 heeft (voorheen) wonenCentraal aan het WSW een onherroepelijke en onvoorwaardelijke volmacht verstrekt om recht van hypotheek te vestigen op het onderpand voor WSW geborgde leningen. In het Reglement van Deelneming is dit geregeld.

Met deze volmacht is het WSW in staat om op een later gewenst moment over te gaan tot hypotheekvestiging zonder dat er op dat moment medewerking van de corporatie benodigd is.

6.9.3 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Het verloop van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is:

(x € 1.000)

  2021 2020
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 6.301 6.399
Waardeverminderingen/vermeerderingen 1.598 790
Stand per 1 januari 7.899 7.189
     
Mutaties    
Verkochte woningen 0 311
Teruggekochte woningen -221 -409
Opwaarderingen 746 808
Afwaarderingen 0 0
Totaal mutaties 525 710
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 6.080 6.301
Waardeverminderingen/vermeerderingen 2.344 1598
     
Stand per 31 december 8.424 7.899

6.9.4 Overige schulden

(x € 1.000)

  2021 2020
Totaal overige schulden 629 573

De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten met huurders ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten.

6.10 Kortlopende schulden

(x € 1.000)

  2021 2020
Schulden aan overheid 127 386
Schulden aan banken 9.423 14.299
Schulden aan leveranciers 9.122 5.117
Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.871 1.740
Overlopende passiva 9.176 11.491
Totaal kortlopende schulden 29.719 33.033

In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht. Alle kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.

6.10.1 Schulden aan overheid

(x € 1.000)

  2021 2020
Aflossingsbestanddeel komend jaar 0 3
Nog te betalen aan gemeente Alphen aan den Rijn 127 383
Totaal schulden overheid 127 386

6.10.2 Schulden aan banken

(x € 1.000)

  2021 2020
Aflossingsbestanddeel komend jaar 9.300 14.299
Amortisatie agio lening 123 0
Totaal schulden aan banken 9.423 14.299

6.10.3 Schulden aan leveranciers en handelskredieten

De schulden aan leveranciers zijn tegen de nominale waarde verantwoord.

6.10.6 Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

(x € 1.000)

  2021 2020
Omzetbelasting 1.690 1.561
Loonbelasting en premies sociale verzekeringen 181 179
Totaal schulden belastingen en premies sociale verzekeringen 1.871 1.740

6.10.8 Overlopende passiva

(x € 1.000)

  2021 2020
Transitorische rente 3.444 3.434
Transitorische kosten 3.801 6.173
Vooruit ontvangen huur 1.112 1.247
Te verrekenen servicekosten 323 323
Reservering vakantiedagen 496 314
Totaal overlopende passiva 9.176 11.491

In de transitorische kosten is een reservering opgenomen voor uitgevoerde maar nog niet gefactureerde projecten van € 2,6 miljoen (in 2020 € 5,2 miljoen) en de reservering voor het persoonlijk loopbaan budget voor personeelsleden van € 394.000.

6.11 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Investeringsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2021 € 27,5 miljoen aan verplichtingen voor nieuwbouwprojecten aangegaan.

Onderhoudsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2021 € 7,1 miljoen aan verplichtingen aangegaan op het gebied van nog uit te voeren onderhoud- en renovatiewerkzaamheden. Het is de verwachting dat deze werkzaamheden in 2022 worden uitgevoerd.

Lease en huurverplichtingen

Woonforte heeft per eind 2021 de beschikking over vier leaseauto’s. Daarnaast zijn leasecontracten aangegaan voor multifunctionals (printers).

In 2013 is (voorheen) wonenCentraal een huurovereenkomst aangegaan voor het kantoorpand Baronie. Op deze huurovereenkomst is in 2015 een allonge gekomen. De huurprijs is opgebouwd uit de componenten ‘huurprijs kantoor en parkeerplaatsen’ en ‘vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten’. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 20 jaar met een breakoptie in jaar 10.

De minimale huurlasten van de eerste 10 jaar plus de vergoeding voor afkoop van het contract zijn meegenomen als verplichtingen uit hoofde van operationele leases. De huurlasten van de tweede 10 jaar zijn voorwaardelijke lasten en uit dien hoofde buiten beschouwing gelaten bij de verplichtingen uit hoofde van operationele leases.

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren:

Te betalen

(x € 1.000)

     
Binnen een jaar 377  
Tussen een jaar en vijf jaar 1.329  
Meer dan vijf jaar 0  

Het totaal van de naar verwachting te ontvangen toekomstige minimale sub-leaseontvangsten met betrekking tot niet (tussentijds) opzegbare sub-leases bedraagt € 0.

Gedurende het verslagjaar zijn in de winst- en verliesrekening verwerkt:

(x € 1.000)

     
Minimale leasebetalingen 345  
Voorwaardelijke leasebetalingen 0  
Sub-leaseontvangsten 0  

Het betreft hier de kosten van de leasecontracten van vier leaseauto’s, de multifunctionals en de huurovereenkomst van het kantoorpand aan Baronie.

Pensioenverplichtingen

Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering.

Obligo WSW

Sinds 1 juli 2021 is de obligoverplichting gewijzigd. De oude, eenmalige obligoverplichting van 3,85% van het geborgde schuldrestant werd anders ingericht en ook meer zeker gesteld. Dat gebeurt via een jaarlijks gemaximeerde obligoheffing en een obligolening. Woonforte heeft een obligolening van € 9.863.000 aangetrokken.

Sinds 1 juli 2021 onderscheiden we daarom een 'jaarlijks obligo' en een 'gecommitteerd obligo'. Het gecommitteerd obligo wordt zeker gesteld door middel van een afgesloten obligolening.

Jaarlijks obligo

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar.

Obligolening

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen, doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen deelnemers zeker door middel van een zogenaamde obligolening.

De  obligolening is een nieuw onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom. Op het gecommitteerd obligo doet het WSW alleen een beroep wanneer dat noodzakelijk is om middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. Normaliter zou daarvoor het jaarlijks obligo toereikend moeten zijn, maar om met hoge mate van zekerheid te kunnen garanderen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn, koos het WSW voor deze lening met een variabele hoofdsom, afgesloten bij een bank met een triple A rating.

De obligolening is aanvullend aangetrokken bovenop de geborgde leningen. Dit valt niet binnen het actuele borgingsplafond en is afzonderlijk geregistreerd. Dit betekent dat Woonforte bij aantrekken van (reguliere) financiering uitgaat van het geldende borgingsplafond. Het is van belang dat de hoofdsom van de obligolening zich ontwikkelt in lijn met de geborgde schuld per jaareinde. Bij een wijziging in de omvang van de door WSW geborgde leningenportefeuille wijzigt tevens de hoogte van de hoofdsom, van de obligolening op basis van de overeenkomst. De overeenkomst van de obligolening zelf wijzigt niet, het bedrag hoeft alleen in een bijlage bij de overeenkomst van de obligolening jaarlijks te worden aangepast.

Zolang het WSW geen aanspraak doet op (een deel van ) de obligolening betaalt Woonforte een bereidstellingsprovisie over het niet opgenomen deel. Deze bereidstellingsprovisie wordt als rentelasten opgenomen, waarmee deze een (zeer beperkt) effect zal hebben op de ICR. De bereidstellingsprovisie is 0,165% per jaar.

Leningen

Per maart 2022 is Woonforte geen verplichting aangegaan voor leningen.

Juridische claims

Er zijn geen claims ultimo 2021.

Prestatieafspraken

Woonforte heeft met de Gemeente Alphen aan den Rijn meerjarige afspraken gemaakt over de ontwikkeling van woningen en energiebesparende maatregelen. In een ambitiedocument zijn de afspraken vastgelegd die de Gemeente Alphen aan den Rijn, de woningcorporaties Woonforte, Habeko wonen en Woonpartners Midden-Holland en de voormalige huurdersorganisaties Vereniging Huurdersraad Albanianae en Regio Hollands-Midden in 2016/2017 met elkaar hebben gemaakt voor de periode tot en met 2021, met een doorkijk naar 2026. Separaat zijn de jaarafspraken voor 2022 vastgelegd. Tezamen vormen het ambitiedocument en de jaarafspraken de prestatieafspraken. Bij het opstellen van de prestatieafspraken zijn de huurdersorganisaties als gelijkwaardige partners betrokken, zoals gewenst en in de Woningwet 2015 vereist.

7. Toelichting op de winst- en verliesrekening

7.1 Huuropbrengsten

(x € 1.000)

  2021 2020
Woningen en woongebouwen 70.060 69.417
Overige woongelegenheden 2.006 1.646
Onroerende zaken niet zijnde woningen 2.071 2.414
Nettohuur opbrengsten 74.137 73.477
     
Huurderving wegens leegstand -856 -547
Huurderving wegens oninbaarheid -432 -151
Huurderving wegens verkopen -117 -8
Huurderving wegens projecten -29 -69
Mutatie voorziening dubieuze huurdebiteuren 311 24
  -1.123 -751
     
Totaal huuropbrengsten 73.014 72.726

In 2021 zijn de netto huuropbrengsten beperkt gewijzigd ten opzichte van 2020 door: 

  • een eenmalige huurverlaging van € 293.800 voor huurders met een laag inkomen en een in verhouding tot dat inkomen hoge huur (verplicht door de nieuwe wetgeving);
  • verhoging van de huren van niet zijnde woningen € 24.000;
  • vanaf 2021 worden de huurontvangsten van € 245.800 voor het tijdelijk verhuren van de woningen Rode Dorp door Ad Hoc onder de huuropbrengsten verantwoord (voorheen als project opbrengsten);
  • het in exploitatie komen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen tot een bedrag van € 52.000;
  • het uit exploitatie gaan van woningen door verkopen € 218.000.

De post ‘huurderving wegens verkopen’ heeft betrekking op derving in verband met leegstand van de te verkopen eenheden. De post ‘huurderving wegens projecten’ heeft betrekking op derving in verband met lopende (groot-) onderhoudsprojecten.

7.2 Opbrengsten servicecontracten

(x € 1.000)

  2021 2020
Overige goederen, leveringen en diensten 4.876 5.511
Vergoedingsderving wegens leegstand -136 -72
Vergoedingsderving wegens oninbaarheid 2 -2
Te verrekenen raming -323 -323
Totaal opbrengsten servicecontracten 4.419 5.114

In 2021 zijn de opbrengsten servicecontracten gewijzigd door:

  • verhoging van de voorschotten € 110.600; 
  • de afwikkeling servicekosten 2020 € 196.000; 
  • reservering van € 300.000 te verrekenen met huurders voor een correctie afrekening stookkosten van de afrekenjaren 2018 en 2019. Deze correctie is gemaakt na een uitspraak van de huurcommissie.

7.3 Lasten servicecontracten

(x € 1.000)

  2021 2020
Lasten servicecontracten -5.300 -4.457
Totaal lasten servicecontracten -5.300 -4.457

Vanaf 2021 worden de niet door te belasten kosten voor levering goederen en diensten (€ 473.800) onder lasten servicecontracten verantwoord. Dit is conform handleiding functionele indeling winst- en verliesrekening 2021.  

7.5 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

(x € 1.000)

  2021 2020
Personeelskosten toegerekend aan verhuur en beheeractiviteiten -3.534 -3.329
Afschrijvingen -222 -250
Overige lasten verhuur en beheeractiviteiten -1.529 -1.728
Opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten 26 110
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten -5.259 -5.197

7.6 Lasten onderhoudsactiviteiten

(x € 1.000)

  2021 2020
Personeelskosten toegerekend aan onderhoudsactiviteiten -3.145 -2.473
     
Dagelijks onderhoud    
Klachtenonderhoud -3.676 -3.218
Mutatieonderhoud -2.948 -3.416
Klantgestuurd onderhoud -1.110  -2.960 
Totaal dagelijks onderhoud -7.734 -9.594
     
Planmatig onderhoud    
Contractonderhoud -3.110 -2.718
Basisonderhoud -5.743 -6.052
Totaal planmatig onderhoud -8.853 -8.770
     
Renovatieprojecten -285 -1.635
Bijdrage aan verenigingen van eigenaren -2.058 -1.915
Overige lasten onderhoudsactiviteiten -166 -233
Indirecte lasten onderhoudsactiviteiten -1.159 -1.004
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -23.400 -25.624

Naast de bovengenoemde lasten 'onderhoudsactiviteiten' is geïnvesteerd vanuit dagelijks onderhoud voor € 0,1 miljoen (2020: € 0,2 miljoen), vanuit planmatig onderhoud voor € 0,9 miljoen (2020: € 2,0 miljoen) en vanuit renovatie- en verbeteringsprojecten voor € 4,1 miljoen (2020: € 29,9 miljoen).

In de kosten van dagelijks onderhoud is een bedrag van € 162.500 in mindering gebracht voor door te belasten kosten aan derden (in 2020: € 110.800).

7.7 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(x € 1.000)

  2021 2020
Belastingen (OZB, waterschapslasten) -2.354 -2.276
Verzekeringen -471 -486
Verhuurderbijdrage huurcommissie -24 -24
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -134 -88
Verhuurderheffing -8.793 -8.722
Maatschappelijke bijdrage – bijdrage Schoutenhuis 0 -30
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie bezit -11.776 -11.626

Vanaf 2021 wordt de obligoheffing WSW verantwoord onder de overige directe operationele lasten. In 2021 bedraagt de obligoheffing € 236.600.

7.9 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

(x € 1.000)

  2021 2020
Lonen en salarissen -5.794 -5.815
Sociale lasten -867 -886
Pensioenlasten -774 -1008
Totaal lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten -7.435 -7.709
  2021 2020
Feitelijke personeelsbezetting in fte's per 31 december 100,7 99,95
Gemiddelde personeelsbezetting boekjaar 100,6 101,9
Gemiddeld salaris per fte (x € 1.000) 57,6 57,1

Werknemers

Gedurende het jaar 2021 had de corporatie gemiddeld 100,6 werknemers in dienst (2020: 101,9). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Per hoofdafdeling is dat:

Totaal afdeling Vastgoed 24,8
Totaal afdeling Directie en Staf 11,7
Totaal afdeling Financiën & Bedrijfsvoering 19,4
Totaal afdeling Wonen 44,7

Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2020: 0).

7.10 Afschrijvingen

(x € 1.000)

  2021 2020
Afschrijvingen onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie -541 -568

De niet-direct toerekenbare afschrijvingen van € 540.900 worden via een verdeelstaat verdeeld over de activiteiten (lasten verhuur- en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille en overige organisatiekosten).

7.11 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:       

(x € 1.000)

  BDO Audit & Assurance B.V. 2021 BDO Audit & Assurance B.V. 2020
Controle van de jaarrekening -118 -111
Controle van de dVi (andere controleopdrachten) -17 -12
Fee voor over niet-controle-opdrachten 0 0
Totaal accountantshonoraria -135 -123

Bovenstaande honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij Woonforte zijn uitgevoerd door onafhankelijke accountantsorganisaties en externe onafhankelijke accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties), als ook door binnenlandse en buitenlandse onafhankelijke accountantskantoren, inclusief hun fiscale afdelingen en adviesafdelingen. De verantwoorde honoraria stemmen overeen met de overeengekomen fees inclusief eventueel meerwerk.

7.12 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2021 2020
Opbrengst verkopen o.b.v. taxatiewaarde 17.051 1.422
Overige opbrengst verkopen 0 0
Verleende korting zittende huurders -480 0
Opbrengst verkopen bestaand bezit 16.571 1.422
     
Overige verkoopkosten -193 -37
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 16.378 1.385
     
Personeelskosten toegerekend aan verkoop -192 -87
Afschrijvingen toegerekend aan verkoop -11 -6
Overige toegerekende organisatiekosten -55 -38
Toegerekende organisatiekosten -258 -131
     
Marktwaarde verkopen bestaand bezit -11.707  -1.148 
     
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 4.413 106

Gedurende 2021 zijn 82 woningen, 7 garages, 3 kelders en 1 overige ruimte verkocht aan natuurlijke personen. In 2020 waren dit 7 woningen, 6 garages en 4 kelders.

7.13 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2021 2020
Waardemutaties vastgoedportefeuille -3.344 -8.052
Aanpassing onrendabel deel nieuwbouw -2.250 0
Terugname afwaardering 0 955
Onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten -916 -492
Terugname onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten 4.388 12.656
Totaal van overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -2.122 5.067

De verwerking van woningverbeteringen leidt in 2021 tot waardemutaties in de vastgoedportefeuille.

Woonforte heeft gekozen om de waardeverminderingen die zijn ontstaan door nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in zonnepanelen, woningverbetering en verbeteringen planmatig onderhoud en/of herstructurering met betrekking tot bezit in (of bestemd voor) eigen exploitatie, de zogenaamde onrendabele toppen ten laste van de overige waardeveranderingen te brengen. In 2021 is € 3,3 miljoen als onrendabele top onder de overige waardeveranderingen gebracht.

In 2021 is voor nieuwbouw- en voor renovatieprojecten die doorlopen naar 2022 een voorziening onrendabele top opgenomen. Voor een aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten is sprake van een terugname van eerder verantwoorde onrendabele toppen als gevolg van een stijging van de marktwaarde. Het gaat om de projecten:

Onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten    
Nieuwbouw Zaagmolenweg 916.800
Subtotaal 916.800
     
Aanpassing onrendabel deel nieuwbouw    
Nieuwbouw Rode Dorp fase 2 en fase 3 2.227.600
Nieuwbouw Hellenbroeckstraat 22.200
Subtotaal 2.249.800
     
Terugname onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten    
Nieuwbouw De Ampère -1.222.400
Nieuwbouw Rode Dorp fase 1 -3.166.000
  -4.388.400
     
     

7.14 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2.021 2.020
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 285.008 112.512

De waardeverandering van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie (zie 6.7.1).

7.15 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

(x € 1.000)

  2021 2020
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 44 109

In 2021 is op basis van taxaties de waarde van de woningen onder de VOV-regeling bepaald. In 2021 hebben de DAEB-woningen een waardestijging van 9,8% (2020: 28,7% ) en de niet-DAEB-woningen een waardestijging van 5,8% (2020: 12%) doorgemaakt. 

7.16 Opbrengsten overige activiteiten

(x € 1.000)

  2021 2020
Opbrengsten overige activiteiten 289 246

Het betreft hier opbrengsten uit beheer voor derden (beheervergoeding), de opbrengsten van service abonnementen, dakverhuur telefonie (antennes), EPV-vergoedingen en opbrengst verhuur logeerkamer. De in rekening gebrachte vergoedingen voor administratieve lasten aan nieuwe huurders worden ook onder de opbrengsten uit overige activiteiten verantwoord alsmede opbrengsten van Verkoop Onder Voorwaarden.

7.17 Kosten overige activiteiten

(x € 1.000)

  2021 2020
Kosten overige activiteiten -241 -207
     
     

Onder de kosten overige activiteiten zijn het Verzekerd Beheer en Onderhoud, het eigen risicogedeelte verzekeringen en kosten serviceabonnementen opgenomen, alsmede de kosten die gemaakt worden in het kader van de EPV-vergoedingen (zonnepanelen) en de kosten van Verkoop Onder Voorwaarden.

7.18 Overige organisatiekosten

(x € 1.000)

  2021 2020
Personeelskosten toegerekend aan overige organisatiekosten -1.632 -1.562
Overige organisatiekosten -6.764 -1.097
Totaal overige organisatiekosten -8.396 -2.659

In 2021 is het verlies € 5,5 miljoen van de leningruil Vestia als volkshuisvestelijke bijdrage verantwoord onder de overige organisatiekosten (RJ254.002). 

7.19 Kosten omtrent leefbaarheid

(x € 1.000)

  2021 2020
Personeelskosten toegerekend aan leefbaarheid -429 -909
Lasten leefbaarheid -305 -302
Totaal kosten omtrent leefbaarheid -734 -1.211

De leefbaarheidskosten per DAEB-woongelegenheid zijn € 72,61 (2020: € 120). Dit is binnen de norm van € 131,37 (prijspeil 2020, zie art.51 BTIV).

Vanwege de organisatieontwikkelingen heeft een verschuiving plaatsgevonden in de werkzaamheden van de buurtbeheerders en huismeesters wat tot gevolg heeft dat de personeelskosten anders toegerekend zijn.

7.20 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten

(x € 1.000)

  2021 2020
Banken 59 0
Overige vorderingen 7 7
Totaal van overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 66 7

7.21 Rentelasten en soortgelijke kosten

  2021 2020
Leningen overheid en banken -7.520 -7.606
Rente tijdens de bouw 501 31
Borgstellingvergoeding WSW -91 0
Overige schulden -36 -3
Totaal van rentelasten en soortgelijke kosten -7.146 -7.578

In 2021 is een bedrag van € 501.200 in mindering gebracht op de rentelasten en geactiveerd voor het nieuwbouwproject Ampère, nieuwbouwproject Rode Dorp en nieuwbouwproject Weegbree . Er is een rentepercentage van 2,5% gehanteerd.

7.22 Belastingen

  2021 2020
Acute belasting -3.658 -2.746
Latente belastingen 608 11
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -3.050 -2.735

De acute belasting bestaat uit de volgende posten:

Vennootschapsbelasting 2021    -4.184 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2019    68 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2020    458 
Totale acute last    -3.658 

De latente belastingen bestaan uit:

Beginsaldo 2021  -736 
Eindsaldo 2021  1.344 
Subtotaal  608 
   
Totaal -3.050

De belastinglast (€ 3.050.000) uitgedrukt als percentage van het jaarresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen (€ 302.878.000) bedraagt 1,01%.

Het belastbaar bedrag over het jaar 2021 is als volgt vanuit het bedrijfseconomisch resultaat herleid:

Af:    
Fiscaal lagere rente-activering ter zake van projecten -391  
Fiscaal hogere onderhoudskosten -666  
Dotatie aan de herinvesteringsreserve -7.809  
Fiscaal geen waardeveranderingen -282.930  
Fiscaal hogere afschrijving MVA in exploitatie -1.363  
Fiscale afschrijving zonnepanelen -809  
Per saldo afschrijving agio/disagio leningen o/g -73  
    -294.041
Bij:    
Fiscaal niet aftrekbare rente 332  
Volkshuisvestelijke bijdrage Vestia-deal 2.735  
Fiscaal lagere afschrijving MVA ten dienste van 147  
Fiscale verkoopresultaat 3.132  
Opwaardering verhuurd vastgoed 1.552  
    7.898
Fiscale winst 2021   16.735
Af: verliesverrekening   0
Belastbaar bedrag 2021   16.735
     

Op basis van het bovenstaande wordt het fiscaal resultaat 2021 ingeschat op € 16.735.000. De acute vennootschapsbelasting over het jaar 2021 bedraagt derhalve € 4.184.000. 
De effectieve belastingdruk is circa 1,01% t.o.v. van een nominale belastingdruk van 25%. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de waardeveranderingen vastgoedportefeuille die commercieel wel, maar fiscaal niet tot de winst worden gerekend (-23,4%).
In de fiscale positie is een deel van de uitgaven voor de renovatieprojecten Lauwers en Akkerwinde/Boterbloemweg als fiscale last verantwoord. Gezien het totale bedrag aan uitgaven per woning zou de Belastingdienst echter het standpunt kunnen innemen dat op basis van jurisprudentie alle uitgaven dienen te worden geactiveerd. Voorzichtigheidshalve, ter voorkoming van belastingrente, heeft Woonforte haar belastingaangifte 2019 hierop aangepast. Over de jaren 2019 tot en met 2021 is in de fiscale positie circa € 16 miljoen aan fiscale onderhoudsuitgaven voor deze projecten verantwoord. Indien de Belastingdienst hier niet mee akkoord is, zou dit potentieel kunnen leiden tot een aanvullende belastinglast van circa € 4 miljoen die nu niet in de jaarrekening is verantwoord.

9. Toelichting op de balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2021

9.1 Toelichting en balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2021

  31-12-21       31-12-20      
Vaste activa DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Vastgoedbeleggingen                
DAEB vastgoed in exploitatie 1.853.762 0 0 1.853.762 1.561.464 0 0 1.561.464
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 0 138.302 0 138.302 0 121.614 0 121.614
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.522 6.145 0 8.667 2.527 5.571 0 8.098
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 16.673 98 0 16.771 14.044 2338 0 16.382
                 
Materiële vaste activa                
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.245 169 0 2.414 2.585 194 0 2.779
                 
Financiële vaste activa                
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 111.852 0 -111.852 0 94.218 0 -94.218 0
Vorderingen op groepsmaatschappijen 21.000 0 -21.000 0 32.000 0 -32.000 0
Latente belastingvorderingen 1.250 94 0 1.344 677 59 0 736
Overige vorderingen 2 0 0 2 2 0 0 2
                 
Totaal van vaste activa 2.009.306 144.808 -132.852 2.021.262 1.707.517 129.776 -126.218 1.711.075
                 
Vlottende Activa                
Vorderingen                
Huurdebiteuren 1.236 83 0 1.319 1.228 92 0 1.320
Belastingen en premies sociale verzekeringen 5.086 384 0 5.470 6.005 422 0 6.427
Overige vorderingen 328 28 0 356 195 18 0 213
Overlopende activa 6.955 541 0 7.496 438 50 0 488
                 
Liquide middelen                
Liquide middelen 6.949 4.217 0 11.166 1474 2.535 0  4.009 
                 
                 
Totaal van vlottende activa 20.554 5.253 0 25.807 9.340 3.117 0 12.457
                 
Totaal van activa 2.029.860 150.061 -132.852 2.047.069 1.716.857 132.893 -126.218 1.723.532

(x € 1.000)

  31-12-21       31-12-20      
Passiva DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Eigen Vermogen                
Herwaarderingsreserve 1.228.502 82.426 -82.426 1.228.502 955.918 70.467 -70.467 955.918
Overige reserves 76.667 11.793 -11.793 76.667 214.658 13.946 -13.946 214.658
Resultaat na belastingen van het boekjaar 299.828 17.633 -17.633 299.828 134.593 9.805 -9.805 134.593
                 
Voorzieningen                
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 21.167 0 0 21.167 19.166 0 0 19.166
Overige voorzieningen 74 5 0 79 70 5 0 75
                 
Langlopende Schulden                
Schulden aan overheid 0 0 0 0 25 0 0 25
Schulden aan banken 372.054 10.000 0 382.054 357.592 0 0 357.592
Schulden aan groepsmaatschappijen 0 21.000 -21.000 0 0 32.000 -32.000 0
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.404 6.020 0 8.424 2.428 5.471 0 7.899
Overige schulden 499 130 0 629 445 128 0 573
                 
Kortlopende Schulden                
Schulden aan overheid 127 0 0 127 386 0 0 386
Schulden aan banken 9.423 0 0 9.423 14.299 0 0 14.299
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 8.485 637 0 9.122 4.759 358 0 5.117
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 1.740 131 0 1.871 1.618 122 0 1.740
Overlopende passiva 8.890 286 0 9.176 10.900 591 0 11.491
                 
Totaal van passiva 2.029.860 150.061 -132.852 2.047.069 1.716.857 132.893 -126.218 1.723.532

9.2 Toelichting op de Winst- en verliesrekening scheiding DAEB en niet-DAEB over 2021

(x € 1.000)

  31-12-21       31-12-20      
Winst- en verliesrekening DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huuropbrengsten 67.253 5.761 0 73.014 66.929 5.797 0 72.726
Opbrengsten servicecontracten 4.269 150 0 4.419 4.899 215 0 5.114
Lasten servicecontracten -4.887 -413 0 -5.300 -4.128 -329 0 -4.457
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.886 -373 0 -5.259 -4.824 -373 0 -5.197
Lasten onderhoudsactiviteiten -22.304 -1.096 0 -23.400 -24.381 -1.243 0 -25.624
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -11.396 -379 0 -11.776 -11.270 -356 0 -11.626
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 28.048 3.649 0 31.698 27.225 3.711 0 30.936
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 13.661 3.342 -625 16.378 1.063 1.113 -791 1.385
Toegerekende organisatiekosten -240 -18 0 -258 -121 -10 0 -131
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -9.951 -2.381 625 -11.707 -1645 -294 791 -1148
Totaal van netto-gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.470 943 0 4.413 -703 809 0 106
                 
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -2.062 -60 0 -2.122 4.917 150 0 5.067
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 270.611 14.397 0 285.008 106.130 6.382 0 112.512
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 19 25 0 44 66 43 0 109
Totaal waardeveranderingen vastgoedportefeuille 268.568 14.362 0 282.930 111.113 6.575 0 117.688
                 
Opbrengsten overige activiteiten 275 13 0 288 230 16 0 246
Kosten overige activiteiten -169 -72 0 -241 -159 -48 0 -207
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten 106 -59 0 47 71 -32 0 39
                 
Overige organisatiekosten -8.205 -191 0 -8.396 -2.467 -192 0 -2.659
Kosten omtrent leefbaarheid -692 -42 0 -734 -1137 -74 0 -1211
                 
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 866 0 -800 66 806 1 -800 7
Rentelasten en soortgelijke kosten -7.137 -809 800 -7.146 -7.578 -800 800 -7.578
Totaal van financiële baten en lasten -6.270 -809 0 -7.080 -6.772 -799 0 -7571
                 
Toaal van resultaat voor belastingen 285.025 17.853 0 302.878 127.332 9.996 0 137.328
Belastingen -2.830 -220 0 -3.050 -2.544 -191 0 -2.735
Resultaat deelnemingen 17.633 0 -17.633 0 9.805 0 -9.805 0
Totaal van resultaat na belastingen 299.828 17.633 -17.633 299.828 134.593 9.805 -9.805 134.593

9.3 Toelichting op de kasstroomoverzicht scheiding DAEB en niet-DAEB over 2021

A Operationele activiteiten

(x € 1.000)

  31-12-21       31-12-20      
(A) Operationele activiteiten DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
                 
Ontvangsten                
Zelfstandige huurwoningen DAEB 64.749 0 0 64.749 64.764 0 0 64.764
Zelfstandige huurwoningen niet-DAEB 0 4.531 0 4.531 0 4.534 0 4.534
Onzelfstandige huurwoningen DAEB 915 0 0 915 769 0 0 769
Onzelfstandige huurwoningen niet-DAEB 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige niet-woongelegenheden DAEB 1.769 0 0 1.769 1.592 0 0 1.592
Overige niet-woongelegenheden niet-DAEB 0 1.249 0 1.249 0 1.545 0 1.545
Vergoedingen 3.501 282 0 3.783 3.944 319 0 4.263
Overige bedrijfsontvangsten 311 14 0 325 457 30 0 487
Renteontvangsten (exclusief interne lening) 0 0 0 0 0 0 0 0
Renteontvangsten interne lening 800 0 -800 0 800 0 -800 0
Saldo ingaande kasstromen 72.045 6.076 -800 77.321 72.326 6.428 -800 77.954
                 
Uitgaven                
Betalingen aan werknemers -6.827 -551 0 -7.378 -7.242 -585 0 -7.827
Onderhoudsuitgaven -18.453 -935 0 -19.388 -22.208 -973 0 -23.181
Overige bedrijfsuitgaven -11.440 -897 0 -12.337 -11.227 -889 0 -12.116
Betaalde interest (exclusief interne lening) -7.547 0 0 -7.547 -7.781 0 0 -7.781
Betaalde interest interne lening 0 -800 800 0 0 -800 800 0
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -255 -10 0 -265 -55 -2 0 -57
Verhuurderheffing -8.637 -156 0 -8.793 -8.575 -147 0 -8.722
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -185 -17 0 -202 -188 -17 0 -205
Vennootschapsbelasting -2.497 -202 0 -2.699 -4.625 -375 0 -5.000
Saldo uitgaande kasstromen -55.841 -3.568 800 -58.609 -61.901 -3.788 800 -64.889
                 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 16.204 2.508 0 18.712 10.425 2.640 0 13.065

B (Des)investeringsactiviteiten

(x € 1.000)

  31-12-21       31-12-20      
B (Des)investeringsactiviteiten DAEB Niet-DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eli- minaties Totaal
Vaste Activa ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur 13.769 2.512 0 16.281 1.088 1.690 -791 1.987
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa 13.769 2.512 0 16.281 1.088 1.690 -791 1.987
                 
Vaste Activa uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur -31.049 -1.523 0 -32.572 -11.027 -670 0 -11.697
Verbeteruitgaven -8.071 -699 0 -8.770 -28.146 -1.649 0 -29.795
Aankoop -1 0 0 -1 -1.478 0 791 -687
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 0 0 0 0 -226 -259 0 -485
Sloopuitgaven -283 0 0 -283 -336 0 0 -336
Investeringen overig -140 -12 0 -152 -267 -22 0 -289
Externe kosten bij verkoop -113 -104 0 -217 -35 -12 0 -47
Totaal van verwerving van materiële vaste activa -39.657 -2.338 0 -41.995 -41.515 -2.612 791 -43.336
                 
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -25.888 174 0 -25.714 -40.427 -922 0 -41.349
                 
Financiële Vaste Activa                
Ontvangsten overig 72 0 0 72 45 0 0 45
Uitgaven overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 72 0 0 72 45 0 0 45
                 
Totaal van Kasstroom uit investeringensactiviteiten -25.816 174 0 -25.642 -40.382 -922 0 -41.304
                 
                 
                 

C Financieringsactiviteiten

(x € 1.000)

  31-12-21       31-12-20      
C Financieringsactiviteiten DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
Ingaand                
Nieuwe te borgen leningen 32.521 0 -11.000 21.521 56.800 0 0 56.800
Nieuwe ongeborgde leningen 0 10.000 0 10.000 0 0 0 0
  32.521 10.000 -11.000 31.521 56.800 0 0 56.800
                 
Uitgaand                
Aflossing geborgde leningen -17.431 -11.000 11.000 -17.431 -21.751 0 0 -21.751
                 
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 15.090 -1.000 0 14.090 35.049 0 0 35.049
                 
Mutatie kort geld 0 0 0 0 2.997   0 2.997
Mutatie liquide middelen 5.475 1.682 0 7.157 1.278 1.396 1.139  3.813 
                 
Liquide middelen per 1-1 1.474 2.535 0 4.009 196 1.139 -1.139 196
                 
Liquide middelen per 31-12 6.949 4.217 0 11.166 1.474 2.535 0 4.009

10. WNT-verantwoording

De WNT is van toepassing op Stichting Woonforte. Het voor Woonforte toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 €197.000. Het betreft hier het bezoldigingsmaximum voor woningcorporaties, klasse G.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog vier jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Gegevens 2021

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2021 1/1 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 127.883
Beloningen betaalbaar op termijn 18.164
Bezoldiging 146.047
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 197.000
   
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
   
Bezoldiging 146.047
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

Gegevens 2020

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 127.076
Beloningen betaalbaar op termijn 22.319
Bezoldiging 149.395
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 189.000
   
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
   
Bezoldiging 149.395
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2021

bedragen x € 1

  E. Kemperman P.J.M. Brackel- Burgemeester P.G. de Bois
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 1/1 – 31/12 1/1 – 30/11 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 19.407 11.493 12.538
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 29.550 18.027 19.700
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 19.407 11.493 12.538
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
  M. Buis M. Souverijn F.B. Geers
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2021 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 15.558 12.538 12.538
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 19.700 19.700 19.700
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 15.558 12.538 12.538
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2020

bedragen x € 1

  E. Kemperman P.J.M. Brackel- Burgemeester P.G. de Bois
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 18.118 12.079 12.079
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 28.350 18.900 18.900
  M. Buis F.B. Geers
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 28/9 – 31/12 28/9 – 1/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 0 3.020
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 4.906 4.906

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 

11. Ondertekening

Akkoord

Alphen aan den Rijn, 28 juni 2022
 

Bestuur:

 
 

____________________

M.F. Brewster
Directeur-bestuurder

Raad van Commissarissen:

 
 

____________________

Drs. E. Kemperman MBA   
Voorzitter

 
 

____________________

Ir. P.G. de Bois MSG
Lid


 

____________________

Ing. F.B. Geers
Lid 


 

____________________

Drs. M. Buis
Lid 

____________________

M. Souverijn
Lid 

____________________

M.C.J. Schoordijk
Lid 

Versie:
v6.1.1

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report