Spring naar inhoud

Jaarrekening 2024

1. Balans per 31 december 2024 voor resultaatbestemming

Vaste activa

(x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
Vastgoedbeleggingen 6.1    
DAEB vastgoed in exploitatie 6.1.1 1.951.269 1.798.185
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 6.1.1 141.948 129.738
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.1.3 13.970 9.545
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 6.1.4 11.093 3.818
Totaal van vastgoedbeleggingen   2.118.280 1.941.286
Materiële vaste activa 6.2    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 6.2.1 1.886 2.428
Totaal van materiële vaste activa   1.886 2.428
Financiële vaste activa 6.3    
Latente belastingvorderingen 6.3.5 741 913
Overige vorderingen 6.3.9 2 2
Totaal van financiële vaste activa   743 915
Totaal van vaste activa   2.120.909 1.944.629
       
Vlottende activa      
Voorraden 6.4    
Vastgoed bestemd voor de verkoop 6.4.1 9.283 5.530
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 6.4.2 0 574
Overige voorraden 6.4.3 0 1.438
Totaal van voorraden   9.283 7.542
Vorderingen 6.5    
Huurdebiteuren 6.5.1 1.379 1.372
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.5.6 8.429 5.913
Overige vorderingen 6.5.7 214 384
Overlopende activa 6.5.8 567 3.112
Totaal van vorderingen   10.589 10.781
Liquide middelen 6.6    
Liquide middelen 6.6 7.426 578
Totaal van liquide middelen   7.426 578
Totaal van vlottende activa   27.298 18.901
       
Totaal van activa   2.148.207 1.963.530

Passiva

(x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
Eigen Vermogen 6.7    
Herwaarderingsreserve 6.7.1 1.274.633 1.113.734
Overige reserves 6.7.2 273.562 464.258
Resultaat na belastingen van het boekjaar 6.7.3 172.766 -29.797
Totaal van eigen vermogen   1.720.961 1.548.195
       
Voorzieningen 6.8    
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 6.8.1 18.655 12.890
Overige voorzieningen 6.8.2 79 89
Voorziening latente belastingverplichting 6.8.7 2.915 0
       
Totaal van voorzieningen   21.649 12.979
       
Langlopende Schulden 6.9    
Schulden aan banken 6.9.2 367.042 372.153
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.9.3 13.494 9.189
Overige schulden 6.9.4 612 610
Totaal van langlopende schulden   381.148 381.952
       
Kortlopende Schulden 6.10    
Schulden aan overheid 6.10.1 142 137
Schulden aan banken 6.10.2 6.932 3.129
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 6.10.3 4.745 2.520
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 6.10.6 2.886 1.921
Overlopende passiva 6.10.9 9.744 12.697
Totaal kortlopende schulden   24.449 20.404
       
Totaal van passiva   2.148.207 1.963.530

2. Winst- en verliesrekening over 2024

(x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
Huuropbrengsten 7.1 77.869 75.295
Opbrengsten servicecontracten 7.2 6.838 6.273
Lasten servicecontracten 7.3 -7.521 -6.977
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 7.5 -5.911 -5.968
Lasten onderhoudsactiviteiten 7.6 -35.544 -33.034
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 7.7 -3.669 -3.554
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   32.062 32.035
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   14.975 15.497
Toegerekende organisatiekosten   -351 -290
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -11.450 -11.691
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 7.12 3.174 3.516
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.13 -41.165 -9.657
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.14 196.912 -39.946
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 7.15 121 5
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille   155.868 -49.598
       
Opbrengsten overige activiteiten 7.16 387 415
Kosten overige activiteiten 7.17 -734 -260
Totaal van netto resultaat overige activiteiten   -347 155
       
Overige organisatiekosten 7.18 -3.527 -3.077
       
Kosten omtrent leefbaarheid 7.19 -1.129 -958
       
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 7.20 235 133
Rentelasten en soortgelijke kosten 7.21 -7.971 -7.173
Totaal van financiële baten en lasten   -7.736 -7.040
       
Totaal van resultaat voor belastingen   178.365 -24.967
Belastingen 7.22 -5.599 -4.830
Totaal van resultaat na belastingen   172.766 -29.797

3. Kasstroomoverzicht toegelaten instelling

(A) Operationele activiteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
Ontvangsten      
Huurontvangsten 1.1 78.042 75.463
Vergoedingen 1.2 5.820 4.834
Overige bedrijfsontvangsten 1.4 417 549
Ontvangen interest 1.5 82 3
Saldo ingaande kasstromen   84.361 80.849
       
Uitgaven      
Betalingen aan werknemers 1.7 -9.077 -8.469
Onderhoudsuitgaven 1.8 -32.888 -27.767
Overige bedrijfsuitgaven 1.9 -15.283 -17.212
Betaalde interest 1.10 a -8.064 -7.258
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 1.11 a -235 -554
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 1.12 -536 -278
Vennootschapsbelasting 1.13 -5.028 -4.486
Saldo uitgaande kasstromen   -71.111 -66.024
       
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten   13.250 14.825
       

(B) (Des)investeringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
Vaste Activa ingaande kasstroom      
Verkoopontvangsten bestaande huur 2.1 15.024 15.505
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 2.2 835 0
Verkoopontvangsten grond 2.4 0 0
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa   15.859 15.505
       
Vaste Activa uitgaande kasstroom      
Nieuwbouw huur 2.6 -12.064 -33.261
Verbeteruitgaven 2.7 -7.445 -2.133
Aankoop 2.9 0 0
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2.11 0 -574
Sloopuitgaven 2.12 -1.239 -149
Investeringen overig 2.14 -457 -668
Totaal van verwerving van materiële vaste activa   -21.205 -36.785
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA 2.16 -5.346 -21.280
       
Financiële Vaste Activa      
Ontvangsten overig 2.17.2 0 11
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   0 11
       
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten   -5.346 -21.269

(C) Financieringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
Ingaand      
Nieuwe te borgen leningen 3.1.1 10.000 26.000
Nieuwe ongeborgde leningen 3.1.3 0 0
    10.000 26.000
       
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen 3.2.1 -11.056 -20.149
Aflossing ongeborgde leningen 3.2.3 0 0
    -11.056 -20.149
       
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten   -1.056 5.851
       
Mutatie kort geld 4.1 0 2
Mutatie liquide middelen 4.1 6.848 -593
       
Liquide middelen per 1-1   578 1.169
Liquide middelen per 31-12   7.426 578

4. Algemene toelichting

Activiteiten

Woningcorporatie Woonforte is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn. Zij heeft specifieke toelating in de Regio Holland Rijnland en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

Stichting Woonforte is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Bedrijven te Den Haag/kantoor Leiden onder nummer 28023102 en statutair gevestigd aan de Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn. Het vestigingsadres is eveneens Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn.

Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. 

Woonforte heeft een belang in de volgende verbindingen: 

  • Holland Rijnland Wonen te Lisse
  • Woningnet N.V. te Utrecht

Per 1 april 2019 is het contract met Woningnet N.V. beëindigd, vanaf 1 april 2019 wordt gebruik gemaakt van het systeem van ZIG. In verband met de beëindiging van het contract met Woningnet N.V., is de noodzaak tot het houden van aandelen komen te vervallen.  Woonforte wil deze aandelen verkopen om daarmee de verbinding daadwerkelijk te beëindigen. Woonforte is echter afhankelijk van nieuwe kandidaat-aandeelhouders van Woningnet N.V., dan pas komen er mogelijkheden tot overdracht van de aandelen. 

Woonforte heeft geen transacties met verbonden partijen verricht en er zijn geen nieuwe verbindingen aangegaan. 

Verenigingen van Eigenaars

Met 2043 appartementen participeert Woonforte als eigenaar in 71 verschillende Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) per ultimo 2024.

In 23 VvE’s heeft Woonforte een meerderheidsbelang in de complexen waarin particuliere eigenaren participeren. De werkzaamheden van deze VvE’s betreffen het beheer van gemeenschappelijke zaken en delen van de appartementsgebouwen. 

De jaarlijks geactualiseerde meerjarenonderhoudplanning in combinatie met de actuele reserve binnen een VvE bepaalt de benodigde onderhoudsreservering per individuele VvE. Deze benodigde onderhoudsreservering bepaalt samen met de jaarlijkse exploitatiekosten de uiteindelijke hoogte van de VvE-bijdrage die door alle gezamenlijke eigenaren jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Deze huidige voorzieningen worden in relatie tot de actuele meerjarenonderhoudplanningen en geprognotiseerde inkomsten binnen de afzonderlijke VvE's op de middellange termijn voor het onderhoud als toereikend geacht. Voor de duurzaamheidsopgaven is dit niet toereikend. Op de korte en langere termijn zullen de VvE-bijdragen binnen de VvE's gaan stijgen. Deze stijging wordt mede veroorzaakt door de sterke inflatie in 2022 en 2023 en de opgave voor de warmtetransitie. Voor de komende jaren is er ook voor de VvE Complexen een grote uitdaging op het gebied van verduurzaming die extra inzet zal vragen van Woonforte.

Woonforte voert geen beheertaken uit. Woonforte heeft nog wel een langlopend VB&O (verzekerd beheer en onderhoud) contract voor de VvE Ruimzicht. Het betreft een VvE-dienst en een niet meer toegestaan verzekerd onderhoudsproduct ten behoeve van de VvE in een complex waar Woonforte geen bezit heeft en die contractueel vóór 1 juli 2015 is aangegaan. Op basis van de nieuwe Woningwet mag dit VB&O- contract door de niet-DAEB-tak worden voortgezet tot het contract afloopt. Woonforte kan de overeenkomst voor het eerst op 1 juli 2037 opzeggen met een opzegtermijn van zes maanden. De overeenkomst eindigt derhalve op zijn vroegst op 1 februari 2038. 

Stelselwijzigingen

In 2024 zijn er geen stelselwijzigingen doorgevoerd. 

Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Woonforte zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de balans (6) en de toelichting op de winst- en verliesrekening (7) bij de betreffende jaarrekeningpost.

In 2024 zijn een schattingswijzigingen doorgevoerd (zie paragraaf 5.2).

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. Bij deze methode zijn alle ontvangsten en uitgaven direct gekoppeld aan activiteiten.
De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. Debetstanden op de rekening courant met kredietinstellingen worden ook als liquide middelen gedefinieerd.
In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten.
De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).
De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.
Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. 

Gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB

Woonforte heeft de gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de jaarrekening.
Bij Woonforte staat de portefeuille niet-DAEB in dienst van de lokale volkshuisvestingopgave. Dat wil zeggen: het bezit in de niet-DAEB-tak bestaat uit woningen die niet nodig of geschikt zijn voor de DAEB-portefeuille, maar wel een bijdrage kunnen leveren aan de huisvesting van huishoudens met een (laag) middeninkomen.

De overige niet-DAEB-activiteiten van Woonforte zien toe op:

  • verhuur van parkeervoorzieningen die los verhuurd worden aan huurders van een DAEB- of een niet-DAEB-woning;
  • verhuur van parkeervoorzieningen die deel uitmaken van een collectieve (openbare) parkeervoorziening;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat tot de niet-DAEB-tak behoort;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan DAEB-eenheden.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht te komen, wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. Een aantal direct toe te rekenen posten wordt in overeenstemming met het scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB- dan wel aan de niet-DAEB-activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen.

De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand uiteengezet:

Grondslag voor scheiding

Posten in gescheiden verantwoording

Directe scheiding op vhe-niveau.

De opbrengsten/kosten en kasstromen van individuele transacties worden direct toegerekend aan de individuele vhe die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB.

Winst- en verliesrekening:

  • Huuropbrengsten
  • Opbrengsten servicecontracten
  • Verkoopopbrengsten en -lasten
  • Kosten overige activiteiten 

Kasstroomoverzicht:

  • Ontvangsten huren en vergoedingen
  • Desinvesteringskasstromen vastgoedbeleggingen

Toerekening op complexniveau en gescheiden naar de DAEB- en niet-DAEB-activiteiten op basis van de relatieve verdeling van eenheden in het betreffende complex.

Balans:

  • Vastgoedbeleggingen
  • Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
  • Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten servicecontracten
  • Lasten onderhoudsactiviteiten
  • Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
  • Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Kasstroomoverzicht:

  • Uitgaven servicecontracten
  • Onderhoudsuitgaven
  • Investeringskasstromen vastgoedbeleggingen

Geborgde leningen classificeren als DAEB, niet geborgde leningen als niet-DAEB.

Balans:

  • Schulden/leningen overheid
  • Schulden/leningen banken

Winst- en verliesrekening:

  • Rentebaten en rentelasten

Kasstroomoverzicht:

  • Financieringskasstroom
  • Ontvangen en betaalde interest

Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB-/ niet-DAEB-tak van Woonforte op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB.

De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is:93% - 7%(2023: 93%-7%).

Balans:

  • Materiële vaste activa
  • Latente belastingvorderingen
  • Huurdebiteuren
  • Belastingen en premies sociale verzekeringen
  • Overige vorderingen
  • Overlopende activa
  • Voorziening latente belastingverplichtingen
  • Overige voorzieningen
  • Schulden aan leveranciers
  • Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen
  • Overige schulden
  • Overlopende passiva

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten verhuur en beheeractiviteiten
  • Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
  • Toegerekende organisatiekosten
  • Opbrengsten en kosten overige activiteiten
  • Overige organisatiekosten
  • Leefbaarheid

Kasstroomoverzicht:

  • Betalingen aan werknemers
  • Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat
  • Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden
  • Overige bedrijfsontvangsten en bedrijfsuitgaven
  • Investeringskasstromen in materiële vaste activa
  • Desinvesteringskasstromen in materiële vaste activa 

5. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

5.1 Algemeen

De toegelaten instelling heeft de jaarrekening opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Woningwet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) 2015, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (aangepast 2024), de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

In artikel 35 lid 6 van de Woningwet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV 2015 is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevatten die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling.

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ten opzichte van het voorgaand jaar gewijzigd. Deze aanpassingen hebben betrekking op de juiste presentatie van de liquide middelen in DAEB. De aanpassing is een betere weergave van de uitsplitsing van de gescheiden verantwoording. Dit heeft geen resultaateffect.

5.3 Grondslagen voor balanswaardering

5.3.1 Vastgoedbeleggingen (Ref 6.1)

Algemene uitgangspunten

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief naar de toegelaten instelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. De vastgoedbeleggingen worden onderscheiden in DAEB-vastgoed in exploitatie, niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

De verwerking van uitgaven na eerste verwerking

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt, uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Tevens worden hierbij de rente tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen een rentepercentage van 2,5%. Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie (Ref 6.1.1 en ref 6.1.2)

Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB.

Classificatie

DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de liberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op het moment van afsluiten van de huurovereenkomst, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen en overige objecten in exploitatie die niet voldoen aan het criterium van DAEB-vastgoed.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024). Woonforte past voor het volledige bezit de full-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Woonforte maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
  • feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen (zoals afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatieafspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed, maar maken onderdeel uit van de niet uit de balans blijkende verplichtingen;
  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar op basis van de systematiek van het handboek.

Bij de waardering wordt onderscheid gemaakt naar vier vastgoedcategorieën:

  • woongelegenheden;
  • bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
  • intramuraal zorgvastgoed (ZOG);
  • parkeervoorzieningen.

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeervoorzieningen plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het door-exploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG-, MOG- en ZOG-vastgoed is alleen het door-exploiteerscenario van toepassing.

Bij door-exploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur gebeurt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Bij beide scenario's wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip 'marktwaarde verhuurde staat' zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten vindt op basis van marktconforme uitgangspunten plaats. Daarbij worden parameters gehanteerd: 

  • Prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten.
  • Looninflatie als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten.
  • Bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten.
  • Leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Ten aanzien van het gebruik van de parameters voor de vastgoed-categorieën verwijzen wij naar het handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Woonforte heeft de volgende vrijheidsgraden toegepast:

Impact vrijheidsgraden

Wonen/Parkeren

Onderdeel Toelichting
Schematische vrijheid Niet afgeweken van de basisversie.
Markthuur(stijging) De markthuur is ingeschat door taxateurs op basis van referentietransacties (marktbewijs), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur.
De markthuurstijging is op eigen inschatting welke ook aansluit bij de visie van Noordelijke Randstad overleg.
Exit Yield Niet afgeweken van de basis versie, tenzij de modelmatig berekende eindwaarde onrealistische output parameters voort brengt naar inzicht van taxateurs. In dergelijke gevallen is rekening gehouden met de te verwachte kasstroomontwikkelingen in relatie tot de huidige kasstromen alsmede de ingeschatte risico’s in relatie tot o.a. technische en functionele veroudering.
Leegwaarde(stijging) De leegwaarde is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (marktbewijs), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan de geïndexeerde WOZ-waarden.
De leegwaardestijging is op eigen inschatting welke ook aansluit bij de visie van Noordelijke Randstad overleg.
Disconteringsvoet De disconteringsvoet is ingeschat door taxateur op basis van nagebootste beleggingstransacties aangezien dit een betere weergave van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet. De disconteringsvoet als parameter an sich is echter niet volledig uit markttransacties af te leiden en dient altijd te worden beoordeeld in relatie tot de ingeprijsde risico’s in de kasstromen en de manier waarop de eindwaardeberekening tot stand komt.
Mutatie- en verkoopkans De mutatiegraad in het doorexploiteerscenario is vastgesteld op basis van het 5-jaars gemiddelde. Voor de boven en ondergrens van de mutatiekans wordt rekening gehouden met het type woning en de omvang van het complex. De mutatiekans uitponden is bij sommige complexen aangepast door de taxateur.
(Achterstallig) Onderhoud Niet afgeweken van de basis versie. Achterstallig onderhoud wordt conform de Handboekmethodiek uitsluitend meegenomen indien er direct gevaar is voor de elementaire gebouwprestaties en voor het op lange termijn exploiteren van de huurwoning (opgenomen in de MJOP). Het gaat dus expliciet niet om de eenheid in dezelfde technische staat te houden. Zie voor uitgebreide definities het Handboek met peildatum 31-12-2024
Technische splitsingskosten Niet afgeweken van de basisversie.
Bijzondere uitgangspunten Niet van toepassing.
Erfpacht Er is geen sprake van erfpacht.
Exploitatiescenario Niet afgeweken van de basis versie.

BOG/MOG/Intramurale zorg

Onderdeel Toelichting
Schematische vrijheid Niet afgeweken van de basisversie.
Markthuur(stijging) De markthuur is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (marktbewijs), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur. Markthuurstijging conform de basisversie.
Exit Yield Niet afgeweken van de basisversie.
Leegwaarde(stijging) Leegwaarde(stijging) niet van toepassing bij BOG/MOG/Intramurale zorg
Disconteringsvoet De disconteringsvoet is ingeschat door taxateur op basis van nagebootste beleggingstransacties aangezien dit een betere weergave van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet. De disconteringsvoet als parameter an sich is echter niet volledig uit markttransacties af te leiden en dient altijd te worden beoordeeld in relatie tot de ingeprijsde risico’s in de kasstromen en de manier waarop de eindwaardeberekening tot stand komt.
(Achterstallig) Onderhoud Ten aanzien van de onderhoudslasten is aangesloten bij de Handboeknormen. Hier wordt onderscheid gemaakt in BOG (exclusief btw), MOG (inclusief btw) en Intramurale zorg (hogere norm inclusief btw). De VTW-normen van Koëter zijn gevoeliger voor interpretatie van de verschillende op- en afslagen van de elementen. Achterstallig onderhoud wordt conform de Handboekmethodiek uitsluitend meegenomen indien er direct gevaar is voor de elementaire gebouw-prestaties en voor het op lange termijn exploiteren van de eenheid (opgenomen in de MJOP). Het gaat dus expliciet niet om de eenheid in dezelfde technische staat te houden. Zie voor uitgebreide definities het Handboek met peildatum 31-12-2024.
Technische splitsingskosten Niet afgeweken van de basisversie.
Mutatie- en verkoopkans Niet afgeweken van de basisversie met dien verstande dat alle contractvoorwaarden en bijzondere afspraken juist zijn ingevoerd (in de waarderingssoftware).
Bijzondere uitgangspunten Niet van toepassing.
Erfpacht Er is geen sprake van erfpacht.
Exploitatiescenario Niet van toepassing, inherent aan BOG/MOG/Intramurale zorg is dat uitsluitend het exploitatiescenario wordt doorgerekend.

Gehanteerde werkwijze taxaties
Jaarlijks laat Woonforte 1/3 deel van haar vastgoed taxeren door een externe taxateur wat betekent dat elk object minimaal eens per drie jaar getaxeerd wordt.

Het resterende 2/3 deel wordt bepaald door middel van een markttechnische update. Ook voor het BOG-bezit geldt dat 1/3 deel getaxeerd is en 2/3 deel een markttechnische update heeft gekregen.

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat
Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van vastgoed in exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd. Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.

Afschrijvingen
Op het vastgoed in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop

Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waardepeildatum 31 december 2024 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden meegenomen in de stichtingskosten van het project.

Bepaling van de beleidswaarde 

De beleidswaarde geeft de actuele waarde weer van het vastgoed in exploitatie, gebaseerd op voortdurende exploitatie van zestig jaar volgens het huidige beleid van Woonforte. Onderdelen van de berekening van de beleidswaarde zijn een schatting en in die zin heeft een beleidswaarde onzekerheden in zich. De beleidswaarde van Flexwoningen, Bedrijfs-/Maatschappelijk onroerend goed, Zorg en parkeergelegenheden wordt volgens de richtlijn gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.

Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van de huidige (contante) waarde van de verwachte kasstromen gebaseerd op een voortdurende exploitatie van zestig jaar. De waardering vindt op complexniveau plaats, overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2025 ('Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024').

De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet "contant" worden gemaakt naar balansdatum.
  • Er wordt een landelijk bepaalde disconteringsvoet voor de corporatiesector gehanteerd. De disconteringsvoet over boekjaar 2024 bedraagt 4,17% voor het DAEB bezit en 4,70% voor het niet-DAEB bezit.
  • In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie van zestig jaar (een doorexploiteer-scenario). wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.
  • De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting. De definitie van onderhoud is gelijk aan de definitie in de rubriek “lasten onderhoudsactiviteiten” in de resultatenrekening. Een uitzondering geldt voor het deel dat betrekking heeft op de zogenaamde ingrijpende verbouwing. Voor zover ingrijpende verbouwingen niet in deze MJOB zijn opgenomen, worden hiermee samenhangende geschatte onderhoudsuitgaven eveneens tot onderhoudslasten gerekend (in tegenstelling tot de resultatenrekening).
  • De verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten is op basis van een gemiddelde norm. Deze is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd 'lasten verhuur en beheeractiviteiten' en 'Overige directe operationele lasten exploitatiebezit' in de resultatenrekening.
  • Een negatieve beleidswaarde is mogelijk voor woongelegenheden.

Woonforte heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten gehanteerd die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (Ref 6.1.3)

Voor vastgoed in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie wordt overgedragen aan derden waarbij de regeling kwalificeert als financieringstransactie, eindigt het eigen gebruik en wordt het vastgoed gerubriceerd als onroerende zaken verkocht onder voorwaarden. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting.

Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden.

Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. De waardemutatie wordt berekend o.b.v. het percentage leegwaardemutatie vastgoed in exploitatie en niet langer o.b.v. een taxatierapport van een externe taxateur. Waardeveranderingen worden in het resultaat verantwoord onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden. De regeling kwalificeert als een financieringstransactie indien niet alle belangrijke economische voor- en nadelen zijn overgedragen. Dit is in het kader van een regeling VOV doorgaans het geval indien sprake is van een terugkoopplicht dan wel een terugkooprecht tegen een significant lagere terugkoopprijs dan de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (Ref. 6.1.4)

Dit betreft investeringen ten behoeve van projecten waarin nieuwbouw wordt ontwikkeld of projecten waarbij bestaand bezit door middel van sloop/nieuwbouw tot volledig nieuw vastgoed wordt ontwikkeld. 

Waardering
Vastgoed in aanbouw of ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief bijkomende kosten zoals rente).

De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten tevens, bijvoorbeeld, de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. 

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. 
De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille'.

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie
Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de duurzame exploitatie van het nieuw gerealiseerde vastgoed. De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie vindt plaats tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie op het moment van de herclassificatie onder aftrek van de eventueel gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

5.3.2 Materiële vaste activa (Ref 6.2)

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (Ref 6.2.1)

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 
Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken, wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Woonforte verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde als wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activaregistratie is te herleiden, wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.

5.3.3 Financiële vaste activa (Ref 6.3)

Latente belastingvorderingen (Ref 6.3.5)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa, latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

Overige vorderingen (Ref 6.3.9)

De onder financiële vaste activa opgenomen overige vorderingen omvatten verstrekte leningen alsmede obligaties die tot het einde van de looptijd worden aangehouden. Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. 

Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden de rente-inkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht op basis van de effectieve rente. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.3.4 Voorraden (Ref 6.4)

Vastgoed bestemd voor de verkoop

Vastgoed bestemd voor de verkoop betreft de voorraad woningen (opgeleverd en nog niet verkocht) die niet in exploitatie zijn en zijn aangewezen voor verkoop (RJ645.212). De voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd tegen actuele waarde. Deze is gebaseerd op de actuele marktsituatie en omstandigheden per balansdatum.

Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden

Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden betreft de voorraad woningen (opgeleverd en nog niet verkocht) die niet in exploitatie zijn en zijn aangewezen voor verkoop onder voorwaarden (RJ645.212). De voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd tegen lagere actuele waarde. Deze is gebaseerd op de actuele marktsituatie en omstandigheden per balansdatum.

Overige voorraden

Ingenomen grondposities worden verwerkt tegen aanschafprijs en bijkomende kosten of tegen lagere actuele waarde en opgenomen onder de overige voorraden. Het gaat om grondposities waar nog geen ontwikkelplan/-doelstelling voor aanwezig is of grondposities die aangemerkt zijn om te verkopen. 

5.3.5 Vorderingen (Ref 6.5)

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.3.6 Liquide middelen (Ref 6.6)

Liquide middelen bestaan uit kastegoeden, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan banken onder kortlopende schulden. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.3.7 Eigen vermogen (Ref 6.7)

Herwaarderingsreserve (Ref 6.7.1)

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het bedrag van het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Als op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt deze eerst teruggenomen alvorens een herwaarderingsreserve gevormd wordt voor het betreffende complex.

Overige reserves (Ref 6.7.2)

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van de op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

5.3.8 Voorzieningen (Ref 6.8)

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.

Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen (Ref 6.8.1)

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille'. 

Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering specifiek benoemd als het moment waarop het definitieve ontwerp van het project goedkeuring van de Raad van Commissarissen heeft gekregen (vrijgeven uitvoeringsbudget). Er wordt een voorziening onrendabele top gevormd voor de sloopkosten en de inbreng van de waarde van het sloopcomplex. Ieder jaar worden de gerealiseerde sloopkosten afgeboekt van het vastgoed in ontwikkeling tegen de voorziening onrendabele top. 

Latente belastingverplichtingen (Ref 6.8.2)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa (zie paragraaf 5.3.3), latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen. Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Overige voorzieningen (Ref 6.8.7)

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Woonforte onderkent de overige voorziening 'Jubilea'. De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van CAO-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

5.3.9 Langlopende schulden (Ref 6.9)

Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. De langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt in de winst- en verliesrekening als interestlast verwerkt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden.
De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.
In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft Woonforte een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden.
De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. De terugkoopverplichting wordt als verplichting op de balans opgenomen zonder rekening te houden met de tijdswaarde van geld, omdat inschatting van het tijdstip waarop terugkoop in de toekomst zal plaatsvinden, mede gelet op de onbeperkte terugkooptermijn, niet goed mogelijk is. Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

5.3.10 Kortlopende schulden (Ref 6.10)

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De kortlopende schulden worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Winsten en verliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

5.3.11 Leasing

Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Woonforte ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.4 Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen direct zodra deze voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrument. De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling.
Het functionele model van de winst- en verliesrekening geeft meer inzicht in de opbouw van het jaarresultaat en in welke mate de verschillende activiteiten hebben bijgedragen aan dit resultaat dan het categorale model.

Bij het verdelen van de opbrengsten en kosten wordt onderscheid gemaakt in direct en niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten. Opbrengsten en kosten worden zoveel mogelijk direct toegerekend, toegewezen aan activiteiten en bij het betreffende onderdeel in de winst- en verliesrekening verantwoord.

De toerekening van de niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels door middel van een verdeelstaat. Toerekening heeft op reële, redelijke en toetsbare wijze plaatsgevonden.

Opbrengstverantwoording
Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

5.4.1 Huuropbrengsten (Ref 7.1)

Hieronder worden de huuropbrengsten opgenomen welke uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd, onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.
Ook de mutatie van de voorziening dubieuze debiteuren wordt onder de huuropbrengsten verantwoord. De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders.

5.4.2 Opbrengsten servicecontracten (Ref 7.2)

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten. De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid.

5.4.3 Lasten servicecontracten (Ref 7.3)

Onder de lasten servicecontracten worden de kosten verantwoord van leveringen en diensten.

5.4.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten (Ref 7.5)

Hieronder worden alle kosten verantwoord welke zijn te relateren aan de verhuur en beheeractiviteiten. Dit betreft zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord. Onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten worden de lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel opgenomen dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed m.u.v. de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten, afschrijvingskosten van de activa ten dienste van de exploitatie voor zover indirect toegerekend aan vastgoed in exploitatie, overige lasten en opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten.

Daarnaast zijn het beheerdeel, bankkosten, vergaderkosten en algemene kosten van de bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten verantwoord. Bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren bevatten naast de component ‘beheer’ ook een component ‘onderhoud’ welke onder de lasten onderhoudsactiviteiten is opgenomen.

Wijzigingen 2024 grondslagen kostenverdeelstaat
Woonforte heeft twee wijzigingen doorgevoerd in de berekening van de FTE-verdeelsleutel ten opzichte van 2023:

  1. Een nieuwe verdeling van de uren van de managers, teamleiders, managementassistenten, medewerkers IAF, medewerker van ELS en medewerkers staf Vastgoed naar de activiteiten toe.
  2. Vanaf 2024 wordt een percentage voor indirecte kosten toegerekend aan leefbaarheid. Dit percentage wordt bepaald op basis van de verdeelsleutel vanuit de FTE toedeling.

5.4.5 Lasten onderhoudsactiviteiten (Ref 7.6)

Onder deze post worden alle onderhoudskosten verantwoord welke zijn gerelateerd aan het vastgoed in exploitatie, inclusief de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten, voor zover daadwerkelijk werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief.

Daarnaast is het onderhoudsdeel van de bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren onder de lasten 'onderhoudsactiviteiten' verantwoord. Bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren bevatten naast de component ‘onderhoud’ ook onder andere een component ‘beheer’ welke onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten is opgenomen.

5.4.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit (Ref 7.7)

De kosten die samenhangen met het verhuren, beheren en onderhouden van het bezit zijn gegroepeerd in afzonderlijke onderdelen van de winst- en verliesrekening, namelijk lasten verhuur en beheeractiviteiten en lasten onderhoudsactiviteiten. Kosten die niet direct gerelateerd zijn aan de sub-activiteiten verhuren, beheren en onderhouden worden verantwoord onder de overige directe operationele lasten exploitatie bezit. Onder de overige directe operationele lasten bezit worden de belastingen (OZB, waterschapslasten), verzekeringen en overige directe operationele lasten exploitatie bezit opgenomen.

5.4.7 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten (ref. 7.9)

Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille, overige organisatiekosten en leefbaarheid. Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting in de winst- en verliesrekening. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers van Woonforte.

De pensioenregeling is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW) en is naar zijn aard een toegezegde pensioenregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. 

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • pensioengevende salarisgrondslag (middelloonregeling);
  • afspraken over indexatie;
  • beschrijving belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst;
  • wijze waarop pensioenregelingen zijn ondergebracht bij de pensioenuitvoerder;
  • (maand)dekkingsgraad van de pensioenuitvoerder 129,0% ultimo 2024 (ultimo 2023: 128,8%);
  • beleidsdekkingsgraad van de pensioenuitvoerder 130,3% ultimo 2024 (ultimo 2023: 131,5%).

Woonforte heeft geen verdere verplichtingen uit hoofde van haar pensioenregeling anders dan de betaling van premies. In het geval van een tekort bij het pensioenfonds heeft Woonforte geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

De premies worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord voor zover zij in het verslagjaar verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien deze tot een terugstorting leiden of tot een vermindering van toekomstige betalingen.

5.4.8 Afschrijvingen (ref. 7.10)

Afschrijvingen vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille en overige organisatiekosten.
Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting op de winst- en verliesrekening.

De afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief.
Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur van het actief. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden.
Over terreinen en op actuele waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn inbegrepen onder de afschrijvingen.

5.4.9 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille (Ref 7.12)

Onder de verkoopopbrengst vastgoedportefeuille wordt de verkoopopbrengst verantwoord die wordt gerealiseerd op verkopen van vastgoed in exploitatie minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten (externe verkoopkosten).
Naast de direct toerekenbare verkoopkosten worden organisatiekosten toegerekend (interne verkoopkosten).
De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich bezighoudt met verkopen en overige toegerekende organisatiekosten. De boekwaarde van de verkochte eenheden wordt per verkoopdatum verwerkt in de winst- en verliesrekening.
De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille minus de boekwaarde van de verkochte eenheden minus de toegerekende organisatiekosten resulteert in een netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille. Resultaten op verkochte eenheden worden verantwoord op het moment van overdracht van het betreffend vastgoedobject.

5.4.10 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.13)

De overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille worden gevormd door waardeverminderingen die ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investering in nieuwbouw, woningverbetering en renovatie (onrendabele toppen). Naast waardeverminderingen kunnen er ook terugnames van waardeverminderingen voorkomen.

Daarnaast hebben de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille betrekking op duurzame waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

5.4.11 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.14)

De niet-gerealiseerde waardeveranderingen van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen).

5.4.12 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden (Ref 7.15)

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden als de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

5.4.13 Opbrengsten overige activiteiten (Ref 7.16)

Hieronder zijn de opbrengsten van beheer voor derden en opbrengsten van serviceabonnementen, dakverhuur telefonie (antennes), EPV-vergoedingen en opbrengst verhuur logeerkamer alsmede de opbrengsten van verkoop onder voorwaarden opgenomen.

5.4.14 Kosten overige activiteiten (Ref 7.17)

Hieronder zijn de kosten van beheer voor derden, kosten van overige dienstverlening en incidentele kosten opgenomen alsmede de kosten van verkopen onder voorwaarden.

5.4.15 Overige organisatiekosten (Ref 7.18)

De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel belast met:
governance & bestuur, jaarverslag & control, P&O, ondernemingsraad en treasury.
De toerekenbare organisatiekosten voor het loonbestandsdeel worden bepaald door de uren te vermenigvuldigen met de werkelijke salariskosten.
Tevens wordt hier de bijdrage heffing Aw en de saneringsheffing opgenomen.

5.4.16 Kosten omtrent leefbaarheid (Ref 7.19)

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Woonforte die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen. Onder leefbaarheid worden de kosten verantwoord welke gerelateerd worden aan leefbaarheid en welke niet noodzakelijk zijn voor de verhuurexploitatie.
Naast directe kosten bestaan de kosten leefbaarheid uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich specifiek bezighoudt met leefbaarheid alsmede de ingeschatte uren van de ondersteunende afdelingen Communicatie en ICT en overige toegerekende kosten leefbaarheid.
De dekking van de buurtbeheerderskosten die ten laste van de leveringen en diensten wordt gebracht, wordt in mindering gebracht op de toegerekende personeelskosten leefbaarheid.

5.4.17 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten (Ref 7.20)

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst- en verliesrekening verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

5.4.18 Rentelasten en soortgelijke kosten (Ref 7.21)

Rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende passiefpost. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen. Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke hoeveelheid tijd vergt om het actief gebruiksklaar te maken. Geactiveerde rente wordt in de winst- en verliesrekening in mindering gebracht op de post rentelasten en soortgelijke kosten.

Onder deze post worden ook lasten opgenomen voor het vervroegd aflossen en herfinancieren van kapitaalmarktleningen. Deze lasten bestaan uit herbeleggingsverliezen (boeterente), provisies en disagio (borgstelling WSW).

5.4.19 Belastingen (Ref 7.22)

Woonforte is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sinds 2008 verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. De belasting wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief. 

6. Toelichting op de balans

6.1 Vastgoedbeleggingen

6.1.1 Vastgoed in exploitatie

De mutaties van het vastgoed in exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

  DAEB DAEB Niet-DAEB Niet-DAEB
  2024 2023 2024 2023
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 784.874 730.686 62.224 62.655
Cumulatief waardeveranderingen 1.013.311 1.073.597 67.514 71.600
Boekwaarde per 1 januari 1.798.185 1.804.283 129.738 134.255
         
         
Mutaties        
Investeringen 10.558 1.583 40 66
Desinvesteringen -4.691 -10.642 -798 -1.049
Waardeveranderingen 182.236 -37.993 14.676 -1.954
Overige waardeveranderingen -9.749 -1.723 -40 -66
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling 0 51.328 0 299
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling -17.683 -4.089 0 0
Overboeking van voorziening ORT 0 -5.804 0 -299
Overboeking (van DAEB naar niet-DAEB en vice versa) 515 929 -515 -929
Overboeking naar voorraden -8.102 -4.945 -1.181 -585
Overboeking van voorraden 0 5.258 28 0
Totaal mutaties 153.084 -6.098 12.210 -4.517
         
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 784.664 784.874 60.861 62.224
Cumulatief waardeveranderingen 1.166.605 1.013.311 81.087 67.514
         
         
Boekwaarde per 31 december 1.951.269 1.798.185 141.948 129.738

De posten DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie zijn als volgt opgebouwd:

  Aantal 2024     Aantal 2023    
  DAEB Niet-DAEB Totaal DAEB Niet-DAEB Totaal
Woongelegenheden 9.731 452 10.183 9.890 458 10.348
Intramuraal zorgvastgoed 311 0 311 311 0 311
Maatschappelijk onroerend goed 33 0 33 37 0 37
Bedrijfsonroerend goed 0 82 82 1 87 88
Parkeergelegenheden 129 914 1.043 129 919 1.048
Totaal 10.204 1.448 11.652 10.368 1.464 11.832

Investeringen en overboekingen 

De totale investeringen voor het DAEB-vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2024 uit op € 10,6 miljoen voor DAEB  (2023: €1,6 miljoen) en in de niet-DAEB tak zijn geen investeringen gedaan (2023:  € 0,1 miljoen). Het betreft de volgende investeringen: 

  • Aankoop € 0,4 miljoen
  • Aankoop Boezemlaan 38
  • Renovatie € 7,8 miljoen

Uitgaven die vanuit renovatie van woning verbeteringen € 5,0 miljoen (2023: € 0,3 miljoen) en voor renovatie bij ingrijpende verbouwingen € 2,8 miljoen (2023: geen renovaties) zijn geactiveerd. 

Dagelijks- en planmatig onderhoud € 2,4 miljoen
Uitgaven die vanuit dagelijks onderhoud € 0,3 miljoen (2023: € 0,1 miljoen voor woningverbetering) en planmatig onderhoud € 2,1 miljoen (2023: € 1,3 miljoen voor woningverbetering) zijn geactiveerd.

Desinvesteringen
De totale desinvesteringen voor het DAEB- en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2024 uit op € 5,5 miljoen (2023: € 11,7 miljoen). Dit is de marktwaarde van de verkopen.

Overboekingen naar vastgoed in ontwikkeling
Voor 2024 € 17,7 miljoen (2023: € 4,1 miljoen) bestaan uit onderstaande projecten:

  • Julianalaan / Oranjestraat:  € 4,5 miljoen
  • Noorderkeerkring: € 3,8 miljoen
  • Karel Doormanstraat / Rode Dorp fase 3: € 9,4 miljoen

Investeringen en overboekingen 
Geen investeringen en overboekingen in 2024 (2023: € 51,6 miljoen) in vergelijking tot 2023 toen er investeringen en overboekingen waren voor de projecten Rode Dorp fase 2 ( 2023: € 19 miljoen) Zaagmolenweg (2023: € 10,3 miljoen), Hellenbroeckstraat (2023: € 1,2 miljoen) en  project Barones (2023: € 21,2 miljoen).

Overboekingen naar voorraden
Het betreft hier leegstaande verhuureenheden uit het bestaande bezit waarvoor per einde boekjaar een verkooptraject loopt. De woningen hebben een leegwaarde van € 9,3 miljoen (2023: € 5,5 miljoen) ultimo 2024.

Waardeveranderingen
In 2024 heeft een verhoging van de marktwaarde in verhuurde staat plaatsgevonden, de stijging van de marktwaarde van het DAEB-vastgoed in exploitatie is € 182,2 miljoen (2023: -€38 miljoen) en van het niet-DAEB-vastgoed € 14,7 miljoen (2023: -€2 miljoen). 

Overige waardeveranderingen
In 2024 zijn de overige waardeveranderingen  in totaal €9,8 miljoen (2023: € 0,1 mln) bestaande uit afslag voor dagelijks onderhoud van €0,3 miljoen (2023:€0,1 mln), planmatig onderhoud €2,1 miljoen, renovatie woningverbeteringen €5,0 miljoen, € 0,1 miljoen correctie nieuwbouw Hellenbroeckstraat en € 2,4 miljoen voor een ingrijpende verbouwing Wederikstraat.

Verzekering & zekerheden
De vastgoedbeleggingen zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van Woonforte. De activa zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Woonforte heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het DAEB-bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

Marktwaarde in verhuurde staat
Woonforte waardeert haar vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen in exploitatie bedraagt ultimo 2024 € 2.093,2 miljoen (2023: € 1.927,9 miljoen).
Deze marktwaarde in verhuurde staat kan uitgesplitst worden in € 1.951,3 miljoen (2023: € 1.798,2 miljoen) voor het DAEB-bezit in exploitatie en € 141,9 miljoen (2023: € 129,7 miljoen) voor het niet-DAEB-bezit in exploitatie.
De Woonforte specifieke parameters worden in onderstaande tabel toegelicht. Het betreft hier de parameters waar Woonforte de vrijheidsgraden heeft toegepast. De gemiddeld percentages zijn vermeld.

Parameters

Omschrijving Type Waarde
Mutatiekans door-exploiteren woningen 5,82%
Disconteringsvoet (%) woningen 6,65%
Disconteringsvoet (%) parkeren 6,26%
Disconteringsvoet (%) BOGMOG 7,58%
Disconteringsvoet (%) intramuraal zorg 6,25%
     
Gemiddelde Leegwaarde woningen 307.036
Gemiddelde Leegwaarde parkeren 20.915
Gemiddelde Leegwaarde BOGMOG 200.554
Gemiddelde Leegwaarde intramuraal zorg 628.192
     
Gemiddelde markthuur woningen 957
Gemiddelde markthuur parkeren 103
Gemiddelde markthuur BOGMOG 1.199
Gemiddelde markthuur intramuraal zorg 2.638
     
Gemiddelde contracthuur woningen 618
Gemiddelde contracthuur parkeren 65
Gemiddelde contracthuur BOGMOG 1.199
Gemiddelde contracthuur intramuraal zorg 2.581

De overdrachtsbelasting is in 2024 gelijk gebleven op 10,4% (Sinds 1 januari 2023 10,4%) . Verder is disconteringsvoet gestegen als gevolg van de gestegen rente en het toegenomen marktrisico. Vooral deze elementen hebben een negatief effect op de marktwaarde ten opzichte van voorgaand jaar.

Gevoeligheidsanalyse
Om inzicht te geven in de betekenis van de belangrijkste parameters in de marktwaarde is ten aanzien van de woningportefeuille (DAEB en niet-DAEB) in onderstaande tabel een gevoeligheidsanalyse opgenomen. Daaruit blijkt dat de leegwaardeontwikkeling en disconteringsvoet een grote invloed hebben op de uitkomst van de marktwaarde 31 december 2024. De financiële positie is hiermee enigszins gevoelig voor schommelingen in de belangrijkste variabelen en in de marktwaardeberekening.

  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2024 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 5,82% -1% -49,00 -2,34%
Disconteringsvoet 6,62% 1% -212,2 -10,14%
Leegwaarde ontwikkeling 2,33% -1% -152,00 -7,26%
  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2023 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 5,86% -1% -57,80 -3,00%
Disconteringsvoet 6,16% +1% -197,6 -10,25%
Leegwaarde ontwikkeling 1,80% -1% -122,40 -6,35%

WOZ-waarde
De WOZ-waarde van het bezit heeft betrekking op het bedrag waarvoor de gemeente de woningen heeft getaxeerd, als ze, vrij van huur, aangeboden zouden worden in de vrije verkoop.
In 2024 is de aanslag opgelegd voor het vastgoed in exploitatie, gebaseerd op de WOZ-beschikkingen met een waardepeildatum 1-1-2023 van € 2.600 miljoen.Hiervan heeft € 2.444 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 156 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.
In 2025 is een WOZ-aanslag opgelegd. De waarde van vastgoed in exploitatie gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen bedraagt € 2.769 miljoen (waardepeildatum 1-1-2024).Hiervan heeft € 2.605 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 164 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

Beleidswaarde 
De beleidswaarde is vanaf 2024 volledig losgekoppeld van de marktwaarde in verhuurde staat. Deze vernieuwde beleidswaarde is in 2024 fors gestegen met 63,6% naar € 1.070 miljoen. (2023: € 654 miljoen.). De mutatie van € 416 miljoen is ontstaan door:

  • nieuwe streefhuurbeleid voor € 200 miljoen,
  • onderhoudsbeleid voor € 172 miljoen,
  • nieuwe systematiek zoals sociale disconteringsvoet en 60 jarige begroting voor € 61 miljoen,
  • Overige mutaties komen door de mutaties in het aantal VHE en objectgegevens voor een bedrag van € -16 miljoen.

Door de nieuwe methodiek stijgt de beleidswaarde 2023 met 9,3%. Dit wordt vooral veroorzaakt door de lagere sociale disconteringsvoet voor de corporatiesector vanaf 2024 wat een zeer groot positief effect heeft op de waarde. De andere elementen van de nieuwe methodiek, de gewijzigde looptijd naar 60 jaar en de correctie voor EFG-labels, hebben juist een kleinere negatieve invloed.

Eind 2024 heeft Woonforte een nieuw streefhuurbeleid geïntroduceerd. De gemiddelde contracthuur per woning ultimo 2024 is voor DAEB € 605 (2023: € 574) en Niet-DAEB € 907 (2023: € 856). Effecten van het nieuwe streefhuurbeleid zijn pas op langere termijn merkbaar (bij mutatie of nieuwbouw) in de huurinkomsten, maar hebben in 2024 reeds effect op de beleidswaarde.
De gemiddelde streefhuur per woning komt ultimo 2024 uit op € 722  (2023: € 629), DAEB € 708 (2023: € 612), Niet-DAEB € 1.040 (2023: € 994). Dit heeft een groot positief effect op de beleidswaarde door een toename van de verwachte huurinkomsten.

In de meerjarenbegroting 2025 is, op basis van onderzoek gestart in 2024, rekening gehouden met lagere onderhoudslasten. Dit heeft eveneens positieve gevolgen voor de beleidswaarde. Dit onderzoek naar het onderhoudsbeleid van Woonforte wordt in 2025 afgerond en de resultaten worden meegenomen in de nieuwe onderhoudsprognose van de kaderbrief en begroting 2026.

De gemiddelde onderhoudsnorm per woning (DAEB) in 2024 is € 3.702 (2023: € 3.653). Voor niet-Daeb is dat €3.758 (2023: € 3.553). In deze normbedragen komen de lagere onderhoudslasten ten opzichte van 2023 niet goed tot uitdrukking. Dit beeld is vertekend door de nieuwe methodiek van de beleidswaarde en door inflatie. In de beleidswaarde 2024 wordt het gemiddelde onderhoud berekend over een langere looptijd van 60 jaar, in 2023 was dit nog slechts over de eerste 15 jaar. Na deze 15 jaar zitten grotere onderhoudsgaven en zijn de gemiddelde onderhoudskosten hoger. Daarnaast is er sprake van een normale jaarlijkse stijging van de onderhoudsnorm door inflatie in 2024.

Wanneer we de onderhoudsnormen 2023 corrigeren voor deze twee factoren zouden deze respectievelijk op € 4.104 (DAEB) en € 4.119 (niet-DAEB) zijn uitgekomen. Dan wordt pas duidelijk dat bij dezelfde methodiek en prijspeil er wel degelijk sprake is van een daling van de gemiddelde onderhoudsnorm met 9.7%.

Het verlagen van de maximale huurverhoging in 2025 van 6,1% naar 4,5%, vastgelegd in de nieuwe prestatieafspraken 2024, heeft een negatieve invloed op de beleidswaarde.

Beleidswaarde uitgangspunten

De beleidswaarde ultimo 2024 bedraagt € 1.070 miljoen.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Uitgangspunten beleidswaarde DAEB Niet-DAEB
  2024 2023 2024 2023
Gemiddelde contracthuur 605 574 907 856
- Eengezinswoningen 690 646 921 868
- Meergezinswoningen 562 536 884 837
Gemiddelde streefhuur 708 612 1.040 994
- Eengezinswoningen 800 701 1.052 987
- Meergezinswoningen 661 565 1.018 1.006
Norm beheerlasten 852 790 852 790
- Eengezinswoningen 852 790 852 790
- Meergezinswoningen 852 790 852 790
Onderhoudslasten per woning 3.702 3.653 3.758 3.553
- Eengezinswoningen 3.513 3.653 3.625 3.553
- Meergezinswoningen 3.797 3.653 3.980 3.553
Aantal woningen met EFG pre-labels 731 1.040 9 9
- Eengezinswoningen 43 133 0 0
- Meergezinswoningen 688 907 9 9

Streefhuur

De streefhuren zijn gebaseerd op het nieuwe streefhuurbeleid van Woonforte:

 De categorisering van de streefhuur vindt plaats op basis van de kwaliteit van de woning uitgedrukt in het aantal WWS-punten van de woning.

  • 80% van de Daeb-woningen krijgt een huur tot de 2e aftoppingsgrens (697,07)
  • 20% van de Daeb-woningen krijgt een huur op de liberalisatiegrens (879,66).
  • De 80% Daeb-woningen tot de 2e aftoppingsgrens zijn verdeeld in 3 categorieën:
    • Woningen die een maximale huur hebben tot 650,43 krijgen een streefhuur gelijk aan de maximale huur. Deze woningen worden met voorrang toegewezen aan jongeren tussen 18 en 22 jaar. In het huurcontract komt dan de maximale huur te staan, waarbij de jongeren een korting krijgen tot de kwaliteitskortingsgrens (454,47) tot zij de leeftijd van 23 jaar bereiken.
    • Woningen met een maximale huur die ligt tussen 650,43 en 697,07 worden toegewezen aan een- of tweepersoonshuishoudens die volgens de passendheidscriteria worden toegewezen. De huur van deze woningen worden afgetopt op de 1e aftoppingsgrens (650,43).
    • Woningen met een maximale huur die ligt tussen 697,07 (2e aftoppingsgrens) en 1.125,60. Als de woning wordt toegewezen aan een een- of tweepersoons huishouden wordt de huur afgetopt op 650,43. Als de woning wordt toegewezen aan een drie- of meerpersoons huishouden wordt de huur afgetopt op 697,07
  • De overige 20% van Daeb-woningen met een maximale huur >1.126 krijgen een huur van 879,66 (liberalisatiegrens).
  • Streefhuurbeleid voor Niet-Daeb woningen is nog ongewijzigd en betreft maatwerk.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Planmatig- en contractonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Klantgestuurd onderhoud en Badkamer-, keuken- en toilet-vervanging
  • VVE- onderhoudsbijdrage
  • Taakstelling onderhoud
  • Geschatte onderhoudsuitgaven van ingrijpende verbouwingen
  • Direct en indirect aan onderhoud toe te rekenen bedrijfs- en personeelslasten.

De in de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden en worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de MJOB van Woonforte. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

De Raad van Commissarissen heeft goedkeuring gegeven aan de meerjarenbegroting 2025-2034.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Woonforte conditiemetingen. Hiertoe hanteert Woonforte een periodieke actualisatie. Eens in de drie jaar wordt ieder complex opgenomen op basis van de NEN2767.

Bij het opstellen van de MJOB houdt Woonforte rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op het prijzenhandboek binnen de software van IBIS MAIN (v24-02).

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert op deze wijze naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de MJOB houdt Woonforte rekening met de volgende cycli:  
Onderdeel Cycli
Badkamer, Keuken en Toilet  o.b.v. technische noodzaak 
Schilderwerk  8 jaar 
Reinigen beton/volkern  8 jaar 
Rookmelder  10 jaar 
Inloopmat  12 jaar 
Omvormer PV-panelen  15 jaar 
Hydrofoor  16 jaar 
Betonherstel  16 jaar 
CV-ketel/ Boiler  18 jaar 
Mechanische Ventilatie/ WTW  20 jaar 
Dakbedekking bitumen  24 jaar 
Postkasten/ Armaturen/ Intercom  24 jaar 
PV-panelen  30 jaar 
Dakramen  30 jaar 
Stucwerk gevels  32 jaar 
HWA en goten   36 jaar 
Voegwerk/ Kozijnen/ Hekwerken/ Dakpan beton  48 jaar 
Dakpan keramisch  75 jaar 

De MJOB is opgesteld op basis van doorexploiteren en houdt geen rekening met verwachte toekomstige sloop, nieuwbouw en verkoop. De MJOB van Woonforte kent al een minimale horizon van 75 jaar. Er zijn ten behoeve van de beleidswaarde, die gebaseerd dient te worden op een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode, geen correcties nodig vanwege deze definitie. Wel worden de bedragen in de MJOB indien nodig gecorrigeerd naar het juiste prijspeil voor de beleidswaarde.

In aanvulling op het onderhoud vanuit de MJOB zijn nog de volgende lasten in de beleidswaarde meegenomen:

  • Taakstellende bezuiniging van € 1,5 mln. per jaar vanaf 2026.
    In de meerjarenbegroting 2025-2034 is, op basis van onderzoek gestart in 2024, rekening gehouden met lagere onderhoudslasten. Dit onderzoek naar het onderhoudsbeleid van Woonforte wordt in 2025 afgerond en de resultaten worden meegenomen in de onderhoudsprognose van de kaderbrief en begroting 2026. Daarmee wordt vanaf komend jaar daadwerkelijk invulling gegeven aan deze taakstelling.
  • VVE-onderhoudsbijdrage van gemiddeld € 3,8 mln. per jaar
  • Ingrijpende verbouwingen. In de begroting 2025 zijn een drietal projecten geclassificeerd als een zogenaamde ingrijpende verbouwing. In de jaarrekening worden hierdoor ook alle onderhoudsuitgaven van deze projecten geactiveerd, omdat er sprake is van ingrijpende verbouwingen. In de beleidswaarde moeten volgens het handboek deze onderhoudslasten wel worden meegenomen. In de beleidswaarde 2024 gaat het om de volgende projecten en bedragen:
    ● Wederikstraat (€ 8,9 mln.)
    ● Diamantstraat (€ 6,1 mln.)
    ● Herculesstraat (€ 0,8 mln.)
    Dit betreft niet het totale project, maar de verwachte onderhoudsuitgaven (niet zijnde verbeteringen) die in de prognoseperiode vallen.
  • Overige aan onderhoud toe te rekenen directe en indirecte bedrijfs- en personeelslasten.
    Los van de gewijzigde looptijd naar zestig jaar van de onderhoudsbegroting is de definitie van onderhoud in de beleidswaarde niet gewijzigd, zoals beschreven in paragraaf 9.2.4.1 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024. Dit betekent dat naast de onderhoudslasten vanuit de MJOB er ook overige direct en indirect aan onderhoud toe te rekenen bedrijfs- en personeelslasten worden meegenomen. Deze normbedragen zijn gebaseerd op de langjarig gemiddelde bedrijfs- en personeelslasten uit de meerjarenbegroting 2025-2034, met dezelfde kostentoewijzing zoals gehanteerd in de Verlies- en Winstrekening in deze jaarrekening. 

EFG labels

Woonforte heeft nog 740 woningen waarop een EFG label van toepassing is volgens de definitie van de beleidswaarde. Dit betreft het pre-label op basis van de laatst uitgevoerde meting (EP2). Voor deze complexen is een correctie op de onderhoudskosten doorgevoerd zoals beschreven in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024.

Het aantal EFG-labels wijkt vanwege deze definitie af van de eveneens in dit jaarverslag genoemde 849 EFG-certificaten (afgemelde labels) dat Woonforte op dit moment heeft.

Achterstallig onderhoud

Zowel in de marktwaarde als in de beleidswaarde zijn géén uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud.

Beheerlasten

De norm beheerlasten is gebaseerd op de langjarig gemiddelde beheerlasten op basis van de goedgekeurde meerjarenbegroting 2025 - 2034.

Reguliere huurverhoging

In de beleidswaarde is rekening gehouden met een verwachte huurstijging afgeleid van de inflatieverwachting in het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024. Met uitzondering van de huurstijging in 2025 voor gereguleerde woningen, deze is gebaseerd op de nieuwe nationale prestatieafspraken 2024, met een maximale huursomstijging van 4,5%. Voor Woonforte komt dit percentage gemiddeld naar verwachting op ongeveer 4,3% uit.

Sensitiviteitsanalyse

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Om inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij een sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2024:

Sensitiviteitsanalyse

Sensitiviteitsanalyse beleidswaarde (x € .mln) DAEB Niet-DAEB Totaal
Beleidswaarde 2024 956 115 1.070
Aanpassing uitgangspunt: effect % effect % effect %
Hogere streefhuur (+ €25,-) 46,7 4,9% 2,3 2,0% 49,0 4,6%
Lagere streefhuur (- €25,-) -61,5 -6,4% -2,3 -2,0% -63,8 -6,0%
Hogere beheer- en onderhoudskosten per woning (+ €100) -39,0 -4,1% -1,6 -1,4% -40,6 -3,8%
Lagere beheer- en onderhoudskosten per woning (- €100) 39,0 4,1% 1,6 1,4% 40,6 3,8%
Hogere mutatiekans (+0,5%) 7,1 0,7% 0,4 0,4% 7,6 0,7%
Lagere mutatiekans (-0,5%) -3,9 -0,4% -0,4 -0,3% -4,3 -0,4%
Hogere disconteringsvoet (+0,5%) -89,5 -9,4% -9,7 -8,4% -99,2 -9,3%
Lagere disconteringsvoet (-0,5%) 106,2 11,1% 11,6 10,1% 117,8 11,0%

De beleidswaarde van Woonforte is met name gevoelig voor wijzigingen van disconteringsvoet, onderhouds- en beheerkosten en streefhuur.

6.1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De mutaties onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000) 2024 2023
Verkrijgingsprijzen 5.132 5.706
Cumulatieve waardeveranderingen 4.413 4.158
Boekwaarde per 1 januari 9.545 9.864
     
Mutaties    
Investeringen 3.003 0
Desinvesteringen 0 -574
Waardeveranderingen 1.422 255
Totaal mutaties 4.425 -319
     
Verkrijgingsprijzen 8.135 5.132
Cumulatieve waardeveranderingen 5.835 4.413
Boekwaarde per 31 december 13.970 9.545

In 2024 zijn er 10 woningen verkocht onder voorwaarden.
Er zijn geen woningen teruggekocht die eerder onder een VOV-regeling zijn verkocht (2023: twee woningen)
Het aantal woningen verkocht onder voorwaarden is ultimo 2024: 36 (2023: 26). 

6.1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De mutaties vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn in het volgende schema weergegeven.

(x € 1.000) 2024 2023
Investeringen 7.482 26.189
Cumulatieve waardeveranderingen -3.664 -5.299
Boekwaarde per 1 januari 3.818 20.890
Mutaties    
Investeringen 15.416 31.646
Desinvesteringen -260 5.101
Overige waardeveranderingen en terugname waardeveranderingen 294 0
Overige waardeveranderingen aanloopkosten -6.095 -51.627
Overboekingen van vastgoed in i.o. naar vastgoed in i.e. 0 4.089
Overboekingen van vastgoed in i.e. naar vastgoed in i.o. 17.683 0
Vrijval voorziening ORT 0 -2.815
Overboeking van voorziening ORT naar vastgoed i.o. -19.762 -3.466
Totaal mutaties 7.276 -17.072
     
Investeringen 27.345 7.482
Cumulatieve waardeveranderingen -16.252 -3.664
Boekwaarde per 31 december 11.093 3.818

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn de projecten in ontwikkeling opgenomen die na oplevering worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging. Het betreft: 

Investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw):   2024
Nieuwbouw Rode Dorp fase 3 1.257.200 
Nieuwbouw Magnolia/Bosparkweg 11.254.800 
Nieuwbouw Noorderlicht 2.257.000 
Nieuwbouw Noorderkeerkring 7.128.200 
Nieuwbouw Mendelweg 333.600 
Nieuwbouw Klompenmaker Noorderbrink 2.285.100 
Nieuwbouw Waterrijk West IV 326.000 
Nieuwbouw Rijnhaven - kop West 34.100 
Nieuwbouw Wonen op Tuinen 138.400 
Nieuwbouw Churchilllaan 24.700 
Nieuwbouw Julianastraat 2.306.300 
Totaal 27.345.400 

In 2024 is in het vastgoed in ontwikkeling € 83.700 aan rente geactiveerd. Er is uitgegaan van een rentepercentage van 2,5% (2023: € 492.500).
In 2024 zijn er geen nieuwbouw projecten opgeleverd. Op de waarde van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie is de gevormde voorziening voor onrendabele investeringen in mindering gebracht van € 16,3 miljoen (2023: 3,7 miljoen).
Dit betreft de projecten: Rode Dorp fase 3, Magnolia, Noorderkeerkring en Klompenmaker Noorderbrink.

6.2 Materiële vaste activa

6.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000) 2024 2023
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 7.080 6.405
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -4.652 -4.204
Boekwaarde per 1 januari 2.428 2.201
     
Correctie beginstand    
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs -30 0
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen 30 0
Boekwaarde per 1 januari 0 0
     
Mutaties    
Investeringen 409 675
Desinvesteringen -458 0
Afschrijvingen -493 -448
Waardeverminderingen 0 0
Totaal mutaties -542 227
     
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 7.001 7.080
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -5.115 -4.652
Boekwaarde per 31 december 1.886 2.428

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Type activa Afschrijvingstermijn Afschrijvingssysteem
Bedrijfsterreinen geen afschrijving  
Gebouwen 20 jaar/30 jaar Lineair
Automatisering 3 jaar/5 jaar/10 jaar Lineair
Vervoermiddelen 5 jaar Lineair
Inventaris 10 jaar Lineair

In 2024 is aan investeringen geactiveerd: voor gebouwen € 44.600, voor inventaris € 39.000, voor automatisering € 200.300 en voor vervoermiddelen € 124.900 (aankoop van drie auto's en vier fietsen).
In 2024 is het kantoorpand aan Zijde 27 in Boskoop verkocht. De boekwaarde van dit pand is € 457.600. Dit is zichtbaar op de regel desinvesteringen. 

6.3 Financiële vaste activa

Alle financiële vaste activa hebben een resterende looptijd langer dan een jaar.           

(x € 1.000)   Latente belasting- vorderingen Overige vorderingen Totaal
Stand per 1 januari   913 2 915
         
Mutaties        
Dotatie   0 0 0
Onttrekkingen   -172 0 -172
Totaal mutaties   -172 0 -172
         
Stand per 31 december   741 2  743 

6.3.5 Latente belastingvorderingen

De totale contante waarde van actieve belastinglatenties bedraagt ultimo 2024 € 0,7 miljoen (nominaal € 2,4 miljoen). Ultimo 2023 bedroeg de totale waarde van de actieve belastinglatenties € 0,9 miljoen (nominaal € 6,8 miljoen). De belastinglatenties zijn in 2024 contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet van 2,17% (1,61% na vennootschapsbelasting). In 2023 bedroeg de gemiddelde vermogenskostenvoet 2,10% (1,56% na vennootschapsbelasting).

(x € 1.000) 31-12-24     31-12-23  
  nominaal contant   nominaal contant
Leningen disagio 164 141   176 153
Leningen agio -7 -6   -8 -7
Vestia lening agio 0 0   0 0
  157 135   168 146
           
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 2 0   2 0
Vastgoedportefeuille (excl. Verkoopprogramma) 1.588 0   5.759 0
Afschrijvingen 655 606   826 767
  2.402 741   6.755 913

Leningen

In de jaarrekening 2023 was een latente belastingvordering opgenomen voor de leningen (saldo agio/disagio) van € 146.000. Deze latente belastingvordering valt over de restant looptijd van de leningen vrij. De stand van de latentie bedraagt ultimo 2024 € 135.000

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille
In de jaarrekening 2024 is een latente belastingvordering berekend voor de te verkopen woningen voor het gehele verkoopprogramma. Deze latentie is berekend over het verschil tussen de fiscale boekwaarde ultimo 2024 en de marktwaarde in verhuurde staat ultimo 2024. Deze latentie tendeert contant naar nihil, onder de aanname van dat voor het fiscale verkoopresultaat een HIR wordt gevormd en daarmee onduidelijk is of deze latentie ooit wordt gerealiseerd. Het vervangingsvoornemen blijkt uit MJB 2025-2034 (groei portefeuille).
Het verkoopprogramma is in MJB 2025-2034 uitgefaseerd over 10 jaar. De latentie voor de te verkopen woningen is voor 10 jaar berekend; de latentie gevormd voor de voorgenomen verkopen over de jaren 2025 tot en met 2034. Deze post valt uiteen in zowel een nominale latente belastingvordering (€ 2k; 2023: € 2k) als een voorziening voor latente belastingen (€ 11.471k; 2023: € 5.079k). 

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)
Woonforte dient ook een latentie te vormen over het verschil tussen de fiscale boekwaarde en marktwaarde in verhuurde staat voor het overige (niet te verkopen) bezit. Vanwege de niet geheel vergelijkbare bestandsindeling is voor de niet-woningen de latentie op totaalniveau berekend. Omdat onduidelijk is of deze latentie ooit gerealiseerd zal worden en uitgaande van een lange/eeuwigdurende exploitatie tendeert ook deze latentie contant naar nihil. Dit leidt tot een nominale latente belastingvordering van € 1.588k ultimo 2024 (2023: 5.759k) en een voorziening voor latente belastingen van € 177.003 ultimo 2024 (2023: € 137.072k). 

Afschrijvingen
Deze latentie is als volgt berekend:

  • Alleen woningen waarvan de fiscale boekwaarde 2024 hoger is dan zowel de bodemwaarde (WOZ-waarde 2024) als de marktwaarde ultimo 2024 zijn geselecteerd.
  • Vervolgens is van de geselecteerde woningen, het laagste bedrag van het afschrijvingspotentieel en het commercieel-fiscaal verschil in de grondslag van de latentie verwerkt.
  • Voor het contant maken van de latentie is per geselecteerde woning de grondslag afgezet tegen 5x de jaarlijkse afschrijving.
  • Bij het contant maken is daarbij dus niet uitgegaan van een jaarlijkse stijging (of daling) van de WOZ-waarden.
  • Dit heeft geleid tot een latentie ultimo 2024: € 606k (2023: € 767k). Daling tov 2023 wordt verklaard door de stijging van zowel de bodemwaarde (WOZ-waarde) als de marktwaarde in verhuurde staat.

Jaarrekening 2024
Balanspositie € 606k (latente vordering (FVA); vennootschapsbelastinglast € 161k.

Latente belastingverplichting inzake gevormde herinvesteringsreserve
Vooralsnog gaan we ervan uit de dotatie aan de HIR te verrekenen met de oplevering van nieuwbouw, derhalve is geen latentie belastingverplichting gevormd.

6.3.9 Overige vorderingen

Woningnet N.V.
Woonforte bezit 200 aandelen met in totaal een uitgifteprijs van € 2.455 in de vennootschap. Het aandeel van Woonforte in het geplaatst aandelenkapitaal van Woningnet N.V. bedraagt 0,04%.

6.4.1 Vastgoed bestemd voor de verkoop

(x € 1.000) 2024 2023
Vastgoed bestemd voor de verkoop 9.283 5.530
Totaal van vastgoed bestemd voor verkoop 9.283 5.530

Onder Vastgoed bestemd voor verkoop zijn de leegstaande woningen opgenomen, welke per jaareinde voor verkoop zijn gemarkeerd. Per ultimo 2024 betreft dit 33 woningen, 1 BOG en 3 overige ruimtes. 

6.4.2 Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden

(x € 1.000) 2024 2023
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 0 574
Totaal van vastgoed bestemd voor verkoop 0 574

De twee woningen die vorige jaar onder vastgoed bestemd voor de verkoop zijn in 2024 in de verhuur gegaan, namelijk Goudse Rijweg 242 en de Boezemlaan 38.

In 2024 is er geen woningen teruggekocht of verkocht onder voorwaarden.

6.4.3. Overige voorraden

(x € 1.000) 2024 2023
Overige voorraden 0 1.438
Totaal van overige voorraden 0 1.438

In 2024 is project Koopse Glorie afgerond en de woningen zijn verkocht onder voorwaarden. 

Voor de overige drie grondposities is nog geen ontwikkelplan en/of doelstelling aanwezig of zijn aangemerkt om te verkopen. Het betreft de grondposities:

  • 's -Molenaarspad (€ 0);
  • Zuidkade (€ 0);
  • Korteraarseweg in Aarlanderveen (€ 0).

6.5 Vorderingen

(x € 1.000) 2024 2023
Huurdebiteuren 1.379 1.372
Belastingen en premies sociale verzekeringen 8.429 5.913
Overige vorderingen 214 384
Overlopende activa 567 3.112
Totaal vorderingen 10.589 10.781

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter en omdat voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd, als dat nodig is. In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht.

6.5.1 Huurdebiteuren

(x € 1.000) 2024 2023
Huurdebiteuren huidige huurders 862 962
Huurdebiteuren vertrokken huurders 983 989
  1.845 1.951
Voorziening wegens oninbaarheid -466 -579
Totaal huurdebiteuren 1.379 1.372
(x € 1.000) Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal 2024
Achterstand huren 594 93 687
Overige vorderingen 9 830 839
Niet-vervallen betalingsregeling 229 39 268
WSNP 30 21 51
  862 983 1.845
Voorziening dubieuze debiteuren -30 -436 -466
Totaal 832 547 1.379

6.5.6 Belastingen en premies sociale verzekeringen

(x € 1.000) 2024 2023
Vennootschapsbelasting 8.429 5.913
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 8.429 5.913

De vordering vennootschapsbelasting 2024 bestaat uit (x € 1.000):

Jaar Saldo per begin boekjaar Vennootschapsbelasting boekjaar Betaald/ontvangen in boekjaar Saldo per ultimo boekjaar
2018 18 -18 0 0
2019 387 408 0 795
2020 2.620 841 0 3.461
2021 427 1.268 0 1.695
2022 1.395 -229 -1.172 -6
2023 1.066 -132 0 934
2024 0 -4.650 6.200 1.550
Totaal 5.913 -2.512 5.028 8.429

6.5.7 Overige vorderingen

(x € 1.000) 2024 2023
Debiteuren 130 111
Nog te ontvangen rente 4 4
Uitkering verzekeringen 40 247
Overige vorderingen 40 22
Totaal Overige vorderingen 214 384

De post uitkeringen verzekering is ten opzichte van vorig jaar gedaald doordat er in 2023 nog was sprake schade afwikkeling. Kosten bleken achteraf niet verhaal bij de verzekering of moeten doorbelast worden richting de huurder. Het jaar daarvoor was er even een forse daling door omvang schade afwikkeling (2023: 247 t.o.v. 2022: 475). In 2024 is dit proces geoptimaliseerd, wat tot uitdrukking komt in de cijfers. 

6.5.8 Overlopende activa

(x € 1.000) 2024 2023
Vooruitbetaalde kosten 384 390
Teruggave tijdelijke subsidieregeling tegenmoetkoming blokaansluitingen (TTB) 0 2.489
Overige overlopende activa 183 233
Totaal overlopende activa 567 3.112

De vooruitbetaalde kosten zijn kosten die betrekking hebben op 2024:

Verzekeringspremies 5
Automatiseringskosten 352
Overige 27
Totaal 384

De teruggave tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen (TTB) is in 2024 ontvangen van de Belastingdienst. 

6.6 Liquide middelen

(x € 1.000) 2024 2023
Totaal liquide middelen 7.426 578

De liquide middelen staan vrij ter beschikking. Er zijn geen middelen uitgezet in het buitenland.
De stijging van het saldo liquide middelen wordt veroorzaakt door het aantrekken van een lening op basis van de liquiditeitsprognose medio juni 2024 voor projectfinanciering in november 2024. Deze projecten zijn echter vertraagd naar 2025, dit verklaard het overliquiditeitssaldo. 

6.7 Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

(x € 1.000) Herwaarderingsreserve Overige reserves Resultaat na belastingen van het boekjaar Totaal
Stand per 1 januari 1.113.734 434.461 0 1.548.195
         
Mutaties        
Uit resultaatbestemming 196.912 -196.912 172.766 172.766
Gerealiseerde verkopen -1.809 1.809 0 0
Gerealiseerde slopen -9.194 9.194 0 0
Negatieve waardeveranderingen -25.010 25.010 0 0
Totaal mutaties 160.899 -160.899 172.766 172.766
         
Stand per 31 december 1.274.633 273.562 172.766 1.720.961

Het eigen vermogen bestaat per 31 december 2024 uit € 1.274,6 miljoen aan niet-gerealiseerde herwaarderingen (herwaarderingsreserve) en € 446,3 miljoen aan gerealiseerde herwaarderingen en operationele winsten (overige reserve € 273,5 miljoen positief en resultaat van het boekjaar € 172,8 miljoen positief). 

Hoe Woonforte haar eigen vermogen inzet en welk maatschappelijk offer Woonforte brengt, is uitgewerkt in het hoofdstuk Financiën van het Bestuursverslag 2024. Uitgaande van waardering tegen marktwaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 1.023 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Woonforte niet wordt of kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonforte. 

De mogelijkheden om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan DAEB-woningen.

Omdat het de doelstelling van Woonforte is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Woonforte.

Voorstel resultaatbestemming

In de statuten van Woonforte staat geen bepaling omtrent resultaatbestemming vermeld. Het voorstel is om het gerealiseerde resultaat 2024 ten laste van de overige reserves te verwerken. 

6.7.1 Herwaarderingsreserve

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2024 in het eigen vermogen opgenomen. Het niet-gerealiseerde resultaat over het boekjaar van € 196,9 miljoen is ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht.
Er wordt een herwaarderingsreserve gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs van vastgoed in exploitatie. Waar op complexniveau een negatief verschil is ontstaan, wordt geen toevoeging aan de herwaarderingsreserve gegaan.

6.7.2 Overige reserves

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2024 in het eigen vermogen opgenomen. Indien het voorstel om het gerealiseerde positief resultaat over het boekjaar van € 172,6 miljoen ten laste van de overige reserves te brengen wordt goedgekeurd ontstaat de volgende situatie: 

Overige reserve    
Beginstand saldo per 1 januari 2024   464.258
Resultaat na belasting 2023   -29.797
    434.461
bij: mutatie herwaarderingsreserve -196.912  
bij: gerealiseerde verkopen 1.809  
bij: gerealiseerde slopen 9.194  
bij: overige mutatie 25.010  
Totaal mutaties    
    -160.899
Eindsaldo per 31-12-2024   273.562
Resultaat boekjaar 2024   172.766
Totaal saldo per 31 december 2024   446.328

6.8 Voorzieningen

6.8.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

(x € 1.000) 2024 2023
Boekwaarde per 1 januari 12.890 12.305
     
Mutaties    
Dotatie 30.085 8.602
Vrijval -2.444 -2.816
Overige waarderingenverandering en terugname waardeveranderingen 294 4.368
Onttrekking t.b.v. in ontwikkeling -19.762 -3.466
Onttrekking t.b.v. in exploitatie -2.408 -6.103
Totaal mutaties 5.765 585
     
Boekwaarde per 31 december 18.655 12.890

De voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van vastgoed bestemd voor eigen exploitatie, waarvoor nog onvoldoende uitgaven zijn gedaan om het voorzieningsbedrag gesaldeerd op te nemen onder de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
Er is geen disconteringvoet gehanteerd, dit heeft namelijk nauwelijks effect op de contante waarde, omdat de voorziening ‘onrendabele investeringen en herstructureringen’ grotendeels na  één jaar vrijvalt. Naar verwachting zal binnen één jaar € 11 mljoen van de voorziening vrij vallen. Dit door realisatie van de projecten Magnolia en renovatie Wederikstraat. 
De voorziening wordt voor zover mogelijk gesaldeerd gepresenteerd met de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   2024
Nieuwbouw Rode Dorp fase 3 732.295 
Nieuwbouw Magnolia 236.137 
Nieuwbouw Noorderkeerkring 4.496.763 
Desinvesteringen Noorderkeerkring 35.175 
Nieuwbouw Klompenmaker/Noorderbrink 2.524.352 
Renovatie Wederikstraat 10.630.531 
Totaal 18.655.253 

6.8.2 Latente belastingverplichtingen

De voorziening latente belastingverplichtingen wordt gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen in de fiscale waardering en de waardering van de vastgoedbeleggingen, onderhanden projecten in opdracht van derden en financiële activa en passiva in deze jaarrekening. De belastinglatenties in 2024 zijn contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet 2,17% (1,61% na vennootschapsbelasting). In 2023 zijn de belastinglatenties contant gemaakt tegen 2,10% (1,56% na vennootschapsbelasting).
Voor het ultimo balansdatum niet aangewende deel van de herinvesteringsreserve dient een voorziening voor latente belastingen gevormd te worden. Deze voorziening valt vrij met de toekomstige benutting van de herinvesteringsreserve. Een gevormde herinvesteringsreserve dient binnen drie boekjaren na het jaar van vorming te worden aangewend. Woonforte is nog steeds voornemens om de volledige herinvesteringsreserve te verrekenen met de oplevering van de geplande nieuwbouw, derhalve is geen latente belastingverplichting gevormd.

De post belastinglatenties is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

(x € 1.000) 31-12-24   31-12-23  
  nominaal contant nominaal contant
Voorzieningen        
Onderhoudsvoorziening 3.069 2.915 0 0
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 177.003 0 137.072 0
Vastgoedportefeuille (excl. verkoopprogramma) 11.471 0 5.079 0
  191.542 2.915 142.151 0

Onderhoud

De onderhoudsuitgaven kwalificeren fiscaal veelal als aftrekbare kosten. Commercieel worden deze fiscale kosten ook deels geactiveerd. Dit vormt een extra fiscale aftrekpost. Contractonderhoud kwalificeert vanzelfsprekend als fiscaal aftrekbare onderhoudskosten. De projectleiders hebben van alle onderhoudsprojecten 0/1-lijst opgesteld met de verdeling van de onderhoudsuitgaven. De Vastgoedcontroller heeft beoordeeld in hoeverre de onderhoudsuitgaven kwalificeren als verbetering (activeren) dan wel aftrekbare last o.b.v. van de praktijkhandreiking van de Belastingdienst. 
Totaal is er fiscaal ca € 7,0 miljoen te activeren. Commercieel is er € 10.1 miljoen geactiveerd. Dit resulteert in een aanvullende fiscale aftrekpost van € 3.1 miljoen. Verder heeft alles betrekking op schilderwerk, onderhoud, vervanging en herstel. 

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille

Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert de contante waarde van deze latentie naar nihil.
Dit leidt tot een nominale latente belastingvordering van € 1.6 miljoen ultimo 2024 (2023: 5.8 mln)en een voorziening voor latente belastingen van € 177.0 miljoen ultimo 2024 (2023: € 137,1 miljoen) 

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)

Voor de nominale latente belastingverplichtingen is een voorziening gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). De contante waarde tendeert naar nihil omdat het realisatiemoment oneindig ver in toekomst ligt door gebruik van de herinvesteringsreserve (bij verkoopprogramma) en door het voornemen tot door-exploiteren (bij vastgoedportefeuille exclusief verkoopprogramma).

Het verkoopprogramma is in meerjarenbegroting 2025-2034 uitgefaseerd over 10 jaar. De latentie voor de te verkopen woningen is voor 10 jaar berekend; de latentie gevormd voor de voorgenomen verkopen over de jaren 2025 tot en met 2034. Deze post valt uiteen in zowel een nominale latente belastingvordering (€ 2k; 2023: € 2k) als een voorziening voor latente belastingen (€ 11.471k; 2023: € 5.079k). 

6.8.7 Overige voorzieningen

Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

(x € 1.000) 2024 2023
Jubilea 79 89
Totaal overige voorzieningen 79 89

6.9 Langlopende schulden

(x € 1.000) 2024       2025   2024     2023  
  Looptijd <5 jaar Looptijd >5 jaar Totaal   Aflossing   Langlopende schulden Rentevoet   Langlopende schulden Rentevoet
Schulden banken 85.524 283.351 368.875   -6.807   362.068 2,17%   367.054 2,10%
Amortisatie agio lening 889 4.210 5.099   -125   4.974     5.099  
  86.413 287.561 373.974   -6.932   367.042     372.153  
                       
Waarborgsommen 176 436 612   0   612     610  
                       
Totaal 31 december 86.589 287.997 374.586   -6.932   367.654     372.763  

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het verslagjaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. Deze aflossingsverplichting bedraagt voor 2024 € 6,9 miljoen (aan schulden banken € 6,8 miljoen en aan amortisatie agio lening € 0,1 miljoen). In 2023 was dit € 3,1 miljoen.
De marktwaarde van de bestaande leningcontracten inclusief roll-over leningen bedraagt € 386,3 miljoen (2023: € 378,6 miljoen), exclusief de opgelopen rente. De nominale waarde is € 375,3 miljoen (2023: € 376 miljoen) (inclusief het niet-opgenomen bedrag van € 5,4 miljoen (2023: € 5,9 miljoen) van de roll-over lening). De marktwaarde van de leningen is berekend tegen de swapcurve op basis vna de 6-maands Euribor. 

6.9.2 Schulden aan banken

(x € 1.000) Schulden aan banken Amortisatie agio lening Totaal
Stand per 1 januari 367.054 5.099 372.153
       
Ontvangsten wegens afgesloten leningen 10.000 0 10.000
       
Opname uit roll over -500 0 -500
Aflossingen 2024 -7.679 0 -7.679
Aflossingen 2025 -6.807 -125 -6.932
Stand per 31 december 362.068 4.974 367.042

De gemiddelde rente van de hieronder begrepen leningen bedraagt 2,17% (2023: 2,10%). Het betreft hier alle leningen dus ook de roll-over leningen.
Het WSW heeft voor een bedrag van € 365,3 miljoen aan leningen geborgd per 31 december 2024. Het geborgde bedrag is inclusief de aflossingsverplichting van 2025 (€ 6,9 miljoen).
Het WSW heeft een onherroepelijke en onvoorwaardelijke volmacht om recht van hypotheek te vestigen op het onderpand voor WSW geborgde leningen.
Eind 2021 heeft Woonforte een ongeborgde lening (€ 10,0 mln) aangetrokken en daarbij een gedeelte van ons niet-DAEB bezit als onderpand verstrekt aan de hypotheekverstrekker. 

6.9.3 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Het verloop van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is:

(x € 1.000) 2024 2023
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 5.185 5.772
Waardeverminderingen/vermeerderingen 4.004 3.742
Stand per 1 januari 9.189 9.514
     
Mutaties    
Verkochte woningen 3.003 0
Teruggekochte woningen 0 -587
Opwaarderingen 1.302 262
Afwaarderingen 0 0
Totaal mutaties 4.305 -325
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 8.188 5.185
Waardeverminderingen/vermeerderingen 5.306 4.004
     
Stand per 31 december 13.494 9.189

6.9.4 Overige schulden

(x € 1.000) 2024 2023
Overige schulden 612 610
Totaal overige schulden 612 610

De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten met huurders ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten.

6.10 Kortlopende schulden

(x € 1.000) 2024 2023
Schulden aan overheid 142 137
Schulden aan banken 6.932 3.129
Schulden aan leveranciers 4.745 2.520
Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.886 1.921
Overlopende passiva 9.744 12.697
Totaal kortlopende schulden 24.449 20.404

In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht. Alle kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.

6.10.1 Schulden aan overheid

(x € 1.000) 2024 2023
Nog te betalen aan gemeente Alphen aan den Rijn 142 137
Totaal schulden overheid 142 137

6.10.2 Schulden aan banken

(x € 1.000) 2024 2023
Aflossingsbestanddeel komend jaar 6.807 3.005
Amortisatie agio lening 125 124
Totaal schulden aan banken 6.932 3.129

6.10.3 Schulden aan leveranciers en handelskredieten

De schulden aan leveranciers zijn tegen de nominale waarde verantwoord.

(x € 1.000) 2024 2023
Leveranciers en handelskredieten 4.745 2.520
     
Totaal schulden aan banken 4.745 2.520

6.10.6 Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

(x € 1.000) 2024 2023
Omzetbelasting 2.589 1.716
Loonbelasting en premies sociale verzekeringen 297 205
Totaal schulden belastingen en premies sociale verzekeringen 2.886 1.921

6.10.9 Overlopende passiva

(x € 1.000) 2024 2023
Transitorische rente 3.707 3.581
Transitorische kosten 4.469 7.256
Vooruit ontvangen huur 1.163 1.076
Te verrekenen servicekosten 108 447
Reservering vakantiedagen 297 337
Totaal overlopende passiva 9.744 12.697

De post 'transitorische kosten' heeft betrekking op in 2024 verantwoorde kosten welke in 2025 worden betaald. In deze post is een reservering opgenomen voor uitgevoerde maar nog niet gefactureerde projecten van € 3,8 miljoen (in 2023 € 5 miljoen).

6.11 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Investeringsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2024 voor 64,9 miljoen verplichtingen voor nieuwbouwprojecten aangegaan.  

Onderhoudsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2024 € 9,8 miljoen aan verplichtingen aangegaan op het gebied van nog uit te voeren onderhoudswerkzaamheden. Het is de verwachting dat deze werkzaamheden in 2025 worden uitgevoerd.

Lease en huurverplichtingen

Woonforte heeft per eind 2024 de beschikking over 1 leaseauto. Daarnaast zijn leasecontracten aangegaan voor multifunctionals.
In 2013 is (voorheen) wonenCentraal een huurovereenkomst aangegaan voor het kantoorpand Baronie. Op deze huurovereenkomst is in 2015 een allonge gekomen. De huurprijs is opgebouwd uit de componenten huurprijs kantoor en parkeerplaatsen en vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 20 jaar met een breakoptie in jaar 10.
De minimale huurlasten van de eerste 10 jaar + de vergoeding voor afkoop van het contract zijn meegenomen als verplichtingen uit hoofde van operationele leases. De huurlasten van de tweede 10 jaar zijn voorwaardelijke lasten en uit dien hoofde buiten beschouwing gelaten bij de verplichtingen uit hoofde van operationele leases.

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren (x € 1.000):

  2024 2023
Binnen een jaar 351 341
Tussen een jaar en vijf jaar 1.341 1.354
Meer dan vijf jaar 3.072 0

Het totaal van de naar verwachting te ontvangen toekomstige minimale sub-leaseontvangsten met betrekking tot niet (tussentijds) opzegbare sub-leases bedraagt € 0.

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren (x € 1.000):

  2024 2023
Minimale leasebetalingen 415 353
Voorwaardelijke leasebetalingen 0 0
Sub-leaseontvangsten 0 0

Het betreft hier de kosten van de leasecontracten van 1 leaseauto, de multifunctionals en de huurovereenkomst van het kantoorpand aan Baronie.

Pensioenverplichtingen

Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering.

Obligo WSW

Jaarlijks obligo
Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Het percentage in rekening gebracht door het WSW in 2024 is 0,0297%.

Obligolening
Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen, doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen deelnemers zeker door middel van een zogenaamde obligolening.
De obligolening is aanvullend aangetrokken bovenop de geborgde leningen. Dit valt niet binnen het actuele borgingsplafond en is afzonderlijk geregistreerd.
Zolang het WSW geen aanspraak doet op (een deel van) de obligolening betaalt Woonforte een bereidstellingsprovisie over het niet opgenomen deel. Deze bereidstellingsprovisie wordt als rentelasten opgenomen, waarmee deze een (zeer beperkt) effect zal hebben op de ICR. De bereidstellingsprovisie is 0,165% per jaar.

Juridische claims
In 2024 liepen een aantal kleine geschillen inzake asbestsanering, energiekosten en achterstallig cyclisch CV-ketelonderhoud. De impact per zaak is minder dan €10K en de totale omvang van deze drie geschillen blijft eveneens onder de €10K.
Daarnaast loopt sinds eind 2022 een juridische geschil inzake het ontbinden van een huurcontract m.b.t. parkeerplaatsen. In dit dossier is momenteel een procedure aanhangig bij het Gerechtshof Den Haag. De discussie gaat over de vraag of Woonforte nog de jaarlijkse huurpenningen is verschuldigd over de periode tot en met 31 december 2026 (vanaf 1 januari 2022). De verhurende partij is in eerste aanleg door de rechtbank in het gelijk gesteld.

6.12 Gebeurtenis na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum van 2024 die een significant effect hebben op de jaarrekening en die verwerkt of toegelicht moeten worden. 

7. Toelichting op de winst- en verliesrekening

7.1 Huuropbrengsten

(x € 1.000) 2024 2023
Woningen en woongebouwen 74.260 71.704
Overige woongelegenheden 2.747 2.621
Onroerende zaken niet zijnde woningen 2.189 2.262
Nettohuur opbrengsten 79.196 76.587
     
Huurderving wegens leegstand -842 -906
Huurderving wegens oninbaarheid -275 -233
Huurderving wegens verkopen -138 -144
Huurderving wegens projecten -184 -26
Mutatie voorziening dubieuze huurdebiteuren 112 17
  -1.327 -1.292
     
Totaal huuropbrengsten 77.869 75.295

In 2024 zijn de netto huuropbrengsten gewijzigd ten opzichte van 2023 door: 

  • huurverhoging van de huren van woningen. De huren zijn per 1 juli verhoogd met gemiddeld 5,1%;
  • huurverhoging van de huren van niet zijnde woningen;
  • het uit exploitatie gaan van woningen door verkopen en sloop.

De post ‘huurderving wegens verkopen’ heeft betrekking op derving in verband met leegstand van de te verkopen eenheden. De post ‘huurderving wegens projecten’ heeft betrekking op derving in verband met lopende (groot-) onderhoudsprojecten. Project leegstand was in 2024 hoger dan vorig jaar door o.a. de projecten het Rode Dorp, het kantoor in Boskoop en het Julianadorp.
Alle opbrengsten zijn volledig in de gemeente Alphen aan den Rijn gerealiseerd (conform RJ350.208).

7.2 Opbrengsten servicecontracten

(x € 1.000) 2024 2023
Vergoedingen leveringen en diensten 7.289 6.887
Vergoedingsderving wegens leegstand -161 -172
Afboeken wegens oninbaarheid 42 5
Te verrekenen raming -332 -447
Totaal opbrengsten servicecontracten 6.838 6.273

In 2024 zijn de opbrengsten servicecontracten gewijzigd door:

  • verhoging van de voorschotten van de componenten gas en elektra. Dit door de verhoging van gas- en elektra tarieven;
  • Complex Jacob Roggeveenstraat is in 2024 het gehele jaar in exploitatie t.o.v. deels in 2023.;
  • de afwikkeling servicekosten 2023.

7.3 Lasten servicecontracten

(x € 1.000) 2024 2023
Lasten servicecontracten -7.521 -6.977
Totaal lasten servicecontracten -7.521 -6.977

In 2024 zijn de lasten servicecontracten gestegen door:

  • De kosten zijn in 2024 t.o.v. 2023 hoger omdat in 2023 de tijdelijke tegemoetkoming blokaansluiting de kosten reduceerde.
    In 2024 is deze tegemoetkoming niet meer van toepassing;
  • De kosten voor gas en elektra zijn in 2024 t.o.v. 2023 gedaald maar nog steeds hoger dan in 2022;
  • Kosten voor het nieuwe complex Jacob Roggeveenstraat in 2024 van € 250.000.

7.5 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Personeelskosten toegerekend aan verhuur en beheeractiviteiten -3.882 -3.526
Afschrijvingen -183 -179
Directe overige lasten verhuur en beheeractiviteiten -570 -930
Indirecte overige lasten verhuur en beheeractiviteiten -1.311 -1.370
Opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten 35 37
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten -5.911 -5.968

7.6 Lasten onderhoudsactiviteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Personeelskosten toegerekend aan onderhoudsactiviteiten -2.757 -3.230
     
Dagelijks onderhoud    
Klachtenonderhoud -4.499 -4.959
Mutatieonderhoud -3.514 -4.228
Klantgestuurd onderhoud -4.496 -3.943
Totaal dagelijks onderhoud -12.509 -13.130
     
Planmatig onderhoud    
Contractonderhoud -3.944 -3.600
Basisonderhoud -9.071 -8.826
Totaal planmatig onderhoud -13.015 -12.426
     
Renovatieprojecten -2.549 -148
Bijdrage aan verenigingen van eigenaren -3.083 -2.136
Overige lasten onderhoudsactiviteiten -286 -351
Afschrijvingen -168 -188
Indirecte lasten onderhoudsactiviteiten -1.177 -1.425
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -35.544 -33.034

Onderhoudslasten voor de renovatieprojecten waren in 2024 hoger doordat in 2023 alleen sprake was van renovatie aan de Diamantstraat. In 2024 zijn naast deze renovatiewerkzaamheden o.a. voor de Ambachtenbuurt, Bezembinder, Bronkhorst en Dorus Rijkersstraat onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd.
Naast de bovengenoemde lasten 'onderhoudsactiviteiten' is vanuit dagelijks onderhoud voor € 0,3 miljoen (2023: € 0,2 miljoen), vanuit planmatig onderhoud voor € 2,1 miljoen (2023: € 1,3 miljoen) en vanuit renovatie- en verbeteringsprojecten voor € 7,8 miljoen (2023: € 0,4 miljoen) geïnvesteerd.
In de kosten van dagelijks onderhoud is een bedrag van € 147.700 in mindering gebracht voor door te belasten kosten aan derden (in 2023: € 103.700).

7.7 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(x € 1.000) 2024 2023
Belastingen (OZB, waterschapslasten) -2.679 -2.507
Verzekeringen -746 -908
Verhuurderbijdrage huurcommissie -45 -37
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -199 -102
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie bezit -3.669 -3.554
     

De verzekeringen zijn in 2024 lager dan vorig jaar hoofdzakelijk vanwege een forse daling in maandelijkse bijdrage VVE - deel verzekering vanuit Woonforte. Voor 2024 waren de kosten € 326K (2023: € 550K). Voor de verzekering in exploitatie bezit was een lichte stijging, in totaal €416K in 2024 (2023: €315K). Per saldo een daling voor de verzekeringskosten t.o.v. 2023.

7.9 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

(x € 1.000) 2024 2023
Lonen en salarissen -7.199 -6.572
Sociale lasten -1.180 -1.070
Pensioenlasten -840 -876
Totaal lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten -9.219 -8.518
  2024 2023
Feitelijke personeelsbezetting in fte's per 31 december 107,8 107,9
Gemiddelde personeelsbezetting boekjaar 109,8 107,8
Gemiddeld salaris per fte (x € 1.000) 65,6 61,0

Werknemers

Gedurende het jaar 2024 had de corporatie gemiddeld 107,8 werknemers in dienst (2023: 107,8)  Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Per hoofdafdeling is dat:

  2024 2023
Totaal afdeling Vastgoed 33,3 29,4
Totaal afdeling Directie en Staf 12,2 13,6
Totaal afdeling Financiën & Bedrijfsvoering 18,6 20,8
Totaal afdeling Wonen 43,7 44,0
  107,8 107,8

Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2023: 0).

7.10 Afschrijvingen

(x € 1.000) 2024 2023
Afschrijvingen onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie -493 -449

De niet-direct toerekenbare afschrijvingen van € 493.000 worden via een verdeelstaat verdeeld over de activiteiten: lasten verhuur- en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille, overige organisatiekosten en leefbaarheid.

7.11 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:       

(x € 1.000) BDO Audit & Assurance B.V. 2024 BDO Audit & Assurance B.V. 2023
Controle van de jaarrekening -163 -137
Controle van de dVi (andere controleopdrachten) -17 -17
Fee voor over niet-controle-opdrachten 0 0
Totaal accountantshonoraria -180 -154

Bovenstaande honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij Woonforte zijn uitgevoerd door onafhankelijke accountantsorganisaties en externe onafhankelijke accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties), alsook door binnenlandse en buitenlandse onafhankelijke accountantskantoren, inclusief hun fiscale afdelingen en adviesafdelingen. De verantwoorde honoraria stemmen overeen met de overeengekomen fees inclusief eventueel meerwerk. Het in rekening gebrachte honoraria is in 2024 met 18% gestegen ten opzichte van 2023, dit komt met name door stijging van de uurtarieven van de accountant.

7.12 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

(x € 1.000) 2024 2023
Opbrengst verkopen o.b.v. taxatiewaarde 15.203 15.695
Verleende korting zittende huurders 0 -75
Opbrengst verkopen bestaand bezit 15.203 15.620
     
Overige verkoopkosten -228 -123
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 14.975 15.497
     
Personeelskosten toegerekend aan verkoop -214 -196
Afschrijvingen toegerekend aan verkoop -10 -9
Overige toegerekende organisatiekosten -127 -85
Toegerekende organisatiekosten i.v.m. verkopen -351 -290
     
Marktwaarde verkopen bestaand bezit -11.450 -11.691
     
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.174 3.516

In 2024 zijn 54 woningen, 2 kelders, 3 garages, 5 BOG, 3 MOG en 1 kantoorpand verkocht. In 2023 waren dit 71 woningen.

7.13 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000) 2024 2023
Onrendabele deel woningverbeteringen -7.381 -1.788
Afwaardering projectkosten -6.094 0
Afboeken nieuwbouwprojecten -100 0
Dotatie waardeverminderingen sloop- en nieuwbouwprojecten -16.677 -8.668
Aanpassing waardeverminderingen sloop-en nieuwbouwprojecten 1.827 1.819
Terugname waardeverminderingen 298 -1.020
Dotatie waardeverminderingen renovatie (ingrijpende verbouwing) -13.038 0
Totaal van overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -41.165 -9.657

De verwerking van woningverbeteringen leidt in 2024 tot waardemutaties in de vastgoedportefeuille.

Woonforte heeft gekozen om de waardeverminderingen die zijn ontstaan door nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in zonnepanelen, woningverbetering en verbeteringen planmatig onderhoud en/of herstructurering met betrekking tot bezit in (of bestemd voor) eigen exploitatie, de zogenaamde onrendabele toppen ten laste van de overige waardeveranderingen te brengen. In 2024 is € 7,4 miljoen als onrendabele top onder de overige waardeveranderingen verantwoord.

Afwaardering projectkosten 
In 2024 is € 6,1 miljoen aan kosten voor haalbaarheidsonderzoeken en voorbereidingskosten projecten direct ten laste van het resultaat gebracht. Dit zijn projectkosten voor de projecten Noorderlicht, Waterrijk West IV, Churchilllaan en Julianastraat.

Afboeken Nieuwbouwprojecten 
In 2024 is € 100.000 aan projectkosten afgeboekt voor het project Nieuwe Sloot, Rijhaven -De Groep en Zijde 21-31.

Aanpassingen waardeveranderingen
In 2024 is de voorziening ORT voor de projecten Rode Dorp fase 3, Magnolia en sloop Noorderkeerkring bijgesteld en het project Koopse Glorie is verkocht onder voorwaarden.

Dotatie waardeverminderingen sloop- en nieuwbouwprojecten
Voor de onderstaande projecten is voor het eerst een onrendabele top opgenomen in 2024: 

Nieuwbouw Noorderkeerkring 11.625.000
Sloop Noorderkeerkring 242.500
Nieuwbouw Klompenmaker 4.809.400
  16.676.900
     

7.14 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000) 2024 2023
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 196.912 -39.946

De waardeverandering van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie. Voor een verdere toelichting op de totstandkoming van de markwaarde en de niet gerealiseerde waardeveranderingen wordt verwezen naar de toelichting op vastgoedbeleggingen (zie 6.1.1).

7.15 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

(x € 1.000) 2024 2023
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 121 5

De leegwaardemutatie van het vastgoed in explotatie betreft gemiddeld 14,9% voor zowel de DAEB als de niet-DAEB woningen. Over 2023 was dit percentage 3,1%. 

7.16 Opbrengsten overige activiteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Opbrengsten service abonnementen 173 152
Opbrengsten uit beheer voor derden 54 66
EPV-vergoedingen 160 149
In rekening gebrachte vergoedingen voor administratieve lasten 0 48
Opbrengsten overige activiteiten 387 415
     

In 2024 heeft Woonforte besloten de vergoedingen voor administratieve lasten bij nieuwe huurcontracten af te schaffen. Het besluit is genomen op basis van de wettelijke verplichting. Dit is met terugwerkende kracht van het jaar 2021 t/m 2023. 

7.17 Kosten overige activiteiten

(x € 1.000) 2024 2023
Kosten service abonnementen -183 -171
Verzekerd Beheer & Onderhoud -70 -71
Lasten verkopen onder voorwaarden -28 -5
Eigen risicogedeelte verzekeringen -376 -7
Overige kosten activiteiten -1 -6
In rekening gebrachte vergoedingen voor administratieve lasten -76 0
Totaal kosten overige activiteiten -734 -260

Het eigen risicogedeelte van de verzekeringen 
In 2024 zijn de kosten van eigen risico € 140.373 (2023: € 140.370) en eigen behoud brandverzekering eenheden € 235.669 (2023:€ 235.670). In 2023 waren deze kosten verantwoord onder de post overlopende activa.
In rekening gebrachte vergoedingen voor administratieve lasten
Het totaalbedrag van € 76.000 is voor het terugbetalen van de inrekening gebrachte vergoedingen voor administratieve lasten bij nieuwe huurcontracten vanaf 2021 tot en met 2023. 
Vergoeding afsluiten huurcontracten
Het verschil komt voornamelijk door het stopzetten van de vergoeding afsluiten huurcontracten.
Het bestuur besloot te stoppen met het in rekening brengen van administratiekosten bij ondertekening van de huurovereenkomst en met terugwerkende kracht.

7.18 Overige organisatiekosten

(x € 1.000) 2024 2023
Personeelskosten toegerekend aan overige organisatiekosten -2.145 -1.471
Directe overige organisatiekosten -591 -1.004
Indirecte overige organisatiekosten -791 -602
Totaal overige organisatiekosten -3.527 -3.077

De percentage van de obligoheffing van het WSW is in 2024 0,0297%. In 2023 was dit 0,1383%. 

7.19 Kosten omtrent leefbaarheid

(x € 1.000) 2024 2023
Personeelskosten toegerekend aan leefbaarheid -546 -483
Directe lasten leefbaarheid -306 -341
Indirecte lasten leefbaarheid -277 -134
Totaal kosten omtrent leefbaarheid -1.129 -958

Vanaf 2024 wordt meer indirecte kosten toegerekend aan leefbaarheid.

7.20 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten

(x € 1.000) 2024 2023
Overige rentebaten van liquidemiddelen 85 3
Overige rentebaten van agio lening 124 124
Overige vorderingen 26 6
Totaal van overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 235 133

7.21 Rentelasten en soortgelijke kosten

(x € 1.000) 2024 2023
Rentelasten van leningen banken -7.951 -7.549
Rentelasten tijdens de bouw 83 493
Borgstellingvergoeding WSW -71 -91
Bijkomende kosten financiering -31 -26
Overige schulden -1 0
Totaal van rentelasten en soortgelijke kosten -7.971 -7.173

In 2024 is een bedrag van € 83.700 in mindering gebracht op de rentelasten en geactiveerd voor het nieuwbouwproject Barones, nieuwbouwproject Rode Dorp, en nieuwbouwproject Magonlia. Er is een rentepercentage van 2,5% gehanteerd.

7.22 Belastingen

(x € 1.000) 2024 2023
Acute belasting -2.512 -5.184
Latente belastingen -172 354
Latente verplichting (voorziening) 2024 -2.915 0
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -5.599 -4.830

Het belastbaar bedrag over het jaar 2024 is als volgt vanuit het bedrijfseconomisch resultaat herleid:

De acute belasting bestaat uit de volgende posten (x € 1.000):    
Vennootschapsbelasting 2024    -4.650 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2018    -18 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2019    408 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2020    841 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2021    1.268 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2022    -229 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2023    -132 
Totale acute last    -2.512 
     
De latente belastingen bestaan uit:    
Beginsaldo 2024    913 
Mutatie    -172 
Eindsaldo 2024    741 
Subtotaal    -172 
     
Latente verplichtingen (voorziening):    
Beginsaldo 2024    - 
Mutatie    -2.915 
Eindsaldo 2024    -2.915 
Subtotaal    -2.915 
     
Totaal   -5.599
Bedrijfseconomisch resultaat voor belastingen (x € 1.000)   178.365
     
Fiscale correcties    
Afschrijving MVA in exploitatie -738  
Afschrijving overige -61  
Fiscaal geen overige en niet-gerealiseerde waardeveranderingen -155.868  
Correctie onderhoudslasten -3.047  
Fiscale afschrijving disagio leningen -43  
Fiscaal geactiveerde rente -63  
Eliminatie commercieel verkoopresultaat -3.498  
In aftrek beperkte rente o.b.v. artikel 15b Wet Vpb 3.027  
Totale correcties   -160.291
Fiscale winst 2024   18.074
Af: verliesverrekening   0
Belastbaar bedrag 2024   18.074

De acute vennootschapsbelasting over het jaar 2024 bedraagt derhalve € 5,6 mijloen. 

De effectieve belastingdruk is circa 3,2% (2023: 19,3%) t.o.v. van een nominale belastingdruk van 25%. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de waardeveranderingen vastgoedportefeuille die commercieel wel, maar fiscaal niet tot de winst worden gerekend.
Voor 2024 is in 2024 een voorlopige aanslag van € 6.2 miljoen betaald. De berekende vpb-last in de fiscale positie 2024 bedraagt € 4.6 miljoen(zie onder); derhalve resulteert over 2024 een vpb- vordering van € 1,6 miljoen
In 2024 zijn vso’s met Belastingdienst afgesloten tav vorming onderhoudsvoorziening in aangifte vpb 2018 en tav renovatieprojecten Akkerwinde/Boterbloem en Lauwers in aangiften vpb 2019, 2020 en 2021.

Met de vso tav vorming van de onderhoudsvoorziening heeft Woonforte in de aangifte vpb 2018 een fiscale onderhoudsvoorziening van € 11,8 mio gevormd. Er lopen nog procedures rond deze casuïstiek. Hiermee is op dit moment nog geen definitieve zekerheid verkregen over de vorming van de onderhoudsvoorziening, maar wel rond de aangifte vpb 2018. Afhankelijk van de uitkomst van deze procedures kan het mogelijk zijn dat deze onderhoudsvoorziening in de toekomst weer vrij moet vallen. De voorziening onderhoud is nu gevormd voor 50% van de berekende voorziening, andersom kan het ook zo zijn dat een aanvullende dotatie plaat mag vinden. Woonforte heeft het bezwaar tav de zonnepanelen als zelfstandig bedrijfsmiddel en daarmee afzonderlijke afschrijving voor 2018 laten vallen. De aanslag vpb 2018 kon hiermee definitief worden vastgesteld.

Met de vso tav de renovatieprojecten is hiermee zekerheid verkregen met de verkregen rond de fiscale verwerking van deze projecten in de aangiften vpb 2019, 2020 en 2021. Voor 2019 en 2020 heeft/gaat de Belastingdienst een ambtshalve vermindering opleggen van € 795k over 2019 en € 3.462k over 2020. Bezwaren tegen zonnepanelen en rente-aftrekbeperking lopen nog over deze jaren. 

9. Toelichting op de balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2024

9.1 Toelichting en balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2024

(x € 1.000) 31-12-24       31-12-23      
Vaste activa DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Vastgoedbeleggingen                
DAEB vastgoed in exploitatie 1.951.269 0 0 1.951.269 1.798.185 0 0 1.798.185
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 0 141.948 0 141.948 0 129.738 0 129.738
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 5.803 8.167 0 13.970 2.437 7.108 0 9.545
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 9.499 1.594 0 11.093 2.873 945 0 3.818
                 
Materiële vaste activa                
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 1.754 132 0 1.886 2.258 170 0 2.428
                 
Financiële vaste activa                
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 125.538 0 -125.538 0 109.893 0 -109.893 0
Vorderingen op groepsmaatschappijen 21.000 0 -21.000 0 21.000 0 -21.000 0
Latente belastingvorderingen 689 52 0 741 849 64 0 913
Overige vorderingen 2 0 0 2 2 0 0 2
                 
Totaal van vaste activa 2.115.554 151.893 -146.538 2.120.909 1.937.497 138.025 -130.893 1.944.629
                 
Vlottende Activa                
Voorraden                
Vastgoed bestemd voor de verkoop 8.676 607 0 9.283 5.286 244 0 5.530
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 0 0 0 0 233 341 0 574
Overige voorraden 0 0 0 0 0 1.438 0 1.438
                 
Vorderingen                
Huurdebiteuren 1.284 95 0 1.379 1.276 96 0 1.372
Belastingen en premies sociale verzekeringen 7.839 590 0 8.429 5.499 414 0 5.913
Overige vorderingen 202 12 0 214 368 16 0 384
Overlopende activa 535 32 0 567 2888 224 0 3.112
                 
Liquide middelen                
Liquide middelen 0 12.291 -4.865 7.426 0 10.352 -9.774 578
                 
                 
Totaal van vlottende activa 18.536 13.627 -4.865 27.298 15.550 13.125 -9.774 18.901
                 
Totaal van activa 2.134.090 165.520 -151.403 2.148.207 1.953.047 151.150 -140.667 1.963.530
(x € 1.000) 31-12-24       31-12-23      
Passiva DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Eigen Vermogen                
Herwaarderingsreserve 1.274.633 87.435 -87.435 1.274.633 1.113.734 75.439 -75.439 1.113.734
Overige reserves 273.562 21.891 -21.891 273.562 464.258 34.668 -34.668 464.258
Resultaat na belastingen van het boekjaar 172.766 16.212 -16.212 172.766 -29.797 -214 214 -29.797
                 
Voorzieningen                
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 18.610 45 0 18.655 12.036 854 0 12.890
Overige voorzieningen 74 5 0 79 83 6 0 89
Voorziening lante belastingverplichtingen 2.711 204 0 2.915 0 0 0 0
                 
Langlopende Schulden                
Schulden aan banken 357.042 10.000 0 367.042 362.574 9.579 0 372.153
Schulden aan groepsmaatschappijen 0 21.000 -21.000 0 0 21.000 -21.000 0
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 5.630 7.864 0 13.494 2.309 6.880 0 9.189
Overige schulden 478 134 0 612 473 137 0 610
                 
Kortlopende Schulden                
Schulden aan overheid 142 0 0 142 137 0 0 137
Schulden aan banken 11.797 0 -4.865 6.932 12.483 420 -9.774 3.129
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 4.575 170 0 4.745 2.395 125 0 2.520
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 2.680 206 0 2.886 1.768 153 0 1.921
Overlopende passiva 9.390 354 0 9.744 10.594 2103 0 12.697
                 
Totaal van passiva 2.134.090 165.520 -151.403 2.148.207 1.953.047 151.150 -140.667 1.963.530

9.2 Toelichting op de Winst- en verliesrekening scheiding DAEB en niet-DAEB over 2024

(x € 1.000) 31-12-24       31-12-23      
Winst- en verliesrekening DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet DAEB Eliminaties Totaal
                 
Huuropbrengsten 71.711 6.158 0 77.869 69.350 5.945 0 75.295
Opbrengsten servicecontracten 6.652 186 0 6.838 6.092 181 0 6.273
Lasten servicecontracten -7.109 -412 0 -7.521 -6.498 -479 0 -6.977
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -5.451 -460 0 -5.911 -5.573 -395 0 -5.968
Lasten onderhoudsactiviteiten -32.896 -2.648 0 -35.544 -31.026 -2.008 0 -33.034
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -3.368 -301 0 -3.669 -3.333 -221 0 -3.554
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 29.539 2.523 0 32.062 29.012 3.023 0 32.035
                 
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 13.439 2.452 -916 14.975 14.682 1.995 -1.180 15.497
Toegerekende organisatiekosten -325 -26 0 -351 -264 -26 0 -290
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -10.108 -2.258 916 -11.450 -11.810 -1.061 1.180 -11.691
Totaal van netto-gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.006 168 0 3.174 2.608 908 0 3.516
                 
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -41.457 292 0 -41.165 -8.737 -920 0 -9.657
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 182.236 14.676 0 196.912 -37.992 -1.954 0 -39.946
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 46 75 0 121 -3 8 0 5
Totaal waardeveranderingen vastgoedportefeuille 140.825 15.043 0 155.868 -46.732 -2.866 0 -49.598
                 
Opbrengsten overige activiteiten 374 13   387 399 16 0 415
Kosten overige activiteiten -607 -127   -734 -229 -31 0 -260
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten -233 -114 0 -347 170 -15 0 155
                 
Overige organisatiekosten -3.288 -239 0 -3.527 -2.894 -183 0 -3.077
Kosten omtrent leefbaarheid -1.035 -94 0 -1.129 -905 -53 0 -958
                 
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 757 3 -525 235 658 0 -525 133
Rentelasten en soortgelijke kosten -7.811 -685 525 -7.971 -7008 -690 525 -7.173
Totaal van financiële baten en lasten -7.054 -682 0 -7.736 -6.350 -690 0 -7.040
                 
Toaal van resultaat voor belastingen 161.761 16.604 0 178.365 -25.091 124 0 -24.967
Belastingen -5.207 -392 0 -5.599 -4.492 -338 0 -4.830
Resultaat deelnemingen 16.212 0 -16.212 0 -214 0 214 0
Totaal van resultaat na belastingen 172.766 16.212 -16.212 172.766 -29.797 -214 214 -29.797
                 
                 

9.3 Toelichting op de kasstroomoverzicht scheiding DAEB en niet-DAEB over 2024

(x € 1.000) 31-12-24       31-12-23      
(A) Operationele activiteiten DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
                 
Ontvangsten                
Huurontvangsten 71.964 6.078   78.042 69525 5.938 0 75.463
Vergoedingen 5.330 490   5.820 4.483 351 0 4.834
Overige bedrijfsontvangsten 400 17   417 524 25 0 549
Ontvangen interest 601 6 -525 82 528 0 -525 3
Saldo ingaande kasstromen 78.295 6.591 -525 84.361 75.060 6.314 -525 80.849
                 
Uitgaven                
Betalingen aan werknemers -8.435 -642   -9.077 -7.837 -632 0 -8.469
Onderhoudsuitgaven -30.651 -2.237   -32.888 -26.105 -1.662 0 -27.767
Overige bedrijfsuitgaven -14.267 -1.016   -15.283 -15.961 -1.251 0 -17.212
Betaalde interest -7.899 -690 525 -8.064 -7.093 -690 525 -7.258
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -235 0   -235 -554 0 0 -554
Verhuurderheffing 0 0   0 0 0 0 0
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -473 -63   -536 -257 -21 0 -278
Vennootschapsbelasting -4.760 -268   -5.028 -4.149 -337 0 -4.486
Saldo uitgaande kasstromen -66.720 -4.916 525 -71.111 -61.956 -4.593 525 -66.024
                 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 11.575 1.675 0 13.250 13.104 1.721 0 14.825
(x € 1.000) 31-12-24       31-12-23      
B (Des)investeringsactiviteiten DAEB Niet-DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eli- minaties Totaal
Vaste Activa ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur 14.664 1.276 -916 15.024 14.678 2.007 -1.180 15.505
woongelegenheden (VOV) 835 0   835        
Verkoopontvangsten grond 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa 15.499 1.276 -916 15.859 14.678 2.007 -1.180 15.505
                 
Vaste Activa uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur -11.072 -992   -12.064 -31.948 -1313 0 -33.261
Verbeteruitgaven -7.445 0   -7.445 -2.071 -62 0 -2.133
Aankoop -916   916 0 -1.168 -12 1.180 0
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 0 0   0 -233 -341 0 -574
Sloopuitgaven -1.239 0   -1.239 -149 0 0 -149
Investeringen overig -437 -20   -457 -626 -42 0 -668
Totaal van verwerving van materiële vaste activa -21.109 -1.012 916 -21.205 -36.195 -1.770 1.180 -36.785
                 
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -5.610 264 0 -5.346 -21.517 237 0 -21.280
                 
Financiële Vaste Activa                
Ontvangsten overig 0 0 0 0 11 0 0 11
Uitgaven overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 0 0 0 0 11 0 0 11
                 
Totaal van Kasstroom uit investeringensactiviteiten -5.610 264 0 -5.346 -21.506 237 0 -21.269
(x € 1.000) 31-12-24       31-12-23      
C Financieringsactiviteiten DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal DAEB Niet DAEB Eli- minaties Totaal
Ingaand                
Nieuwe te borgen leningen 10.000 0 0 10.000 26.000 0 0 26.000
Nieuwe ongeborgde leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
  10.000 0 0 10.000 26.000 0 0 26.000
                 
Uitgaand                
Aflossing geborgde leningen -11.056 0 0 -11.056 -20.149 0 0 -20.149
Aflossing ongeborgde leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten -1.056 0 0 -1.056 5.851 0 0 5.851
                 
Mutatie kort geld 0 0 0 0 2 0 0 2
Mutatie liquide middelen 4.909 1.939 0 6.848 -2.551 1.958 0  -593 
                 
Liquide middelen per 1-1 -9.774 10.352 0 578 -7.225 8.394 0 1.169
                 
Liquide middelen per 31-12 -4.865 12.291 0 7.426 -9.774 10.352 0 578

10. WNT-verantwoording

De WNT is van toepassing op Stichting Woonforte. Het voor Woonforte toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 218.000, klasse G.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog vier jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Gegevens 2024

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 157.026
Beloningen betaalbaar op termijn 22.567
Bezoldiging 179.593
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 218.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Bezoldiging 179.593
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

Gegevens 2023

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 148.046
Beloningen betaalbaar op termijn 21.074
Bezoldiging 169.119
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 209.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Bezoldiging 169.119

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2024

bedragen x € 1 E. Kemperman M. Souverijn B. de Maar
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 21.974 14.650 14.650
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 32.700 21.800 21.800
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 21.974 14.650 14.650
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
bedragen x € 1 M. Schoordijk A. Azouz  
Functiegegevens Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12  
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 14.650 14.650  
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 21.800 21.800  
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.  
Bezoldiging 14.650 14.650  
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.  
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.  

Gegevens 2023

bedragen x € 1 E. Kemperman M. Souverijn B. de Maar
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 19.933 13.289 13.289
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 31.350 20.900 20.900
bedragen x € 1 M. Schoordijk A. Azouz
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 – 31/12 1/9 – 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 13.289 4.430
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.900 6.986

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 

Versie: v8.2.35

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report