Spring naar inhoud

Jaarrekening 2023

1. Balans per 31 december 2023 voor resultaatbestemming

Vaste activa

(x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
Vastgoedbeleggingen 6.1    
DAEB vastgoed in exploitatie 6.1.1 1.798.185 1.804.283
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 6.1.1 129.738 134.255
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.1.3 9.545 9.864
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 6.1.4 3.818 20.890
Totaal van vastgoedbeleggingen   1.941.286 1.969.292
Materiële vaste activa 6.2    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 6.2.1 2.428 2.201
Totaal van materiële vaste activa   2.428 2.201
Financiële vaste activa 6.3    
Latente belastingvorderingen 6.3.5 913 559
Overige vorderingen 6.3.9 2 2
Totaal van financiële vaste activa   915 561
Totaal van vaste activa   1.944.629 1.972.054
       
Vlottende activa      
Voorraden 6.4    
Vastgoed bestemd voor de verkoop 6.4.1 5.530 5.258
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 6.4.2 574 0
Overige voorraden 6.4.3 1.438 0
Totaal van voorraden   7.542 5.258
Vorderingen 6.5    
Huurdebiteuren 6.5.1 1.372 1.196
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.5.6 5.913 6.611
Overige vorderingen 6.5.7 384 597
Overlopende activa 6.5.8 3.112 172
Totaal van vorderingen   10.781 8.576
Liquide middelen 6.6    
Liquide middelen 6.6 578 1.169
Totaal van liquide middelen   578 1.169
Totaal van vlottende activa   18.901 15.003
       
Totaal van activa   1.963.530 1.987.057

Passiva

(x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
Eigen Vermogen 6.7    
Herwaarderingsreserve 6.7.1 1.113.734 1.164.914
Overige reserves 6.7.2 464.258 440.083
Resultaat na belastingen van het boekjaar 6.7.3 -29.797 -27.006
Totaal van eigen vermogen   1.548.195 1.577.991
       
Voorzieningen 6.8    
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 6.8.1 12.890 12.305
Latente belastingverplichtingen 6.8.2 0 0
Overige voorzieningen 6.8.7 89 84
Totaal van voorzieningen   12.979 12.389
       
Langlopende Schulden 6.9    
Schulden aan banken 6.9.2 372.153 365.782
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 6.9.3 9.189 9.514
Overige schulden 6.9.4 610 584
Totaal van langlopende schulden   381.952 375.880
       
Kortlopende Schulden 6.10    
Schulden aan overheid 6.10.1 137 132
Schulden aan banken 6.10.2 3.129 3.772
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 6.10.3 2.520 5.698
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 6.10.6 1.921 2.455
Overlopende passiva 6.10.9 12.697 8.740
Totaal kortlopende schulden   20.404 20.797
       
Totaal van passiva   1.963.530 1.987.057
       

2. Winst- en verliesrekening over 2023

(x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
Huuropbrengsten 7.1 75.295 74.018
Opbrengsten servicecontracten 7.2 6.273 5.591
Lasten servicecontracten 7.3 -6.977 -5.745
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 7.5 -5.968 -5.432
Lasten onderhoudsactiviteiten 7.6 -33.034 -27.204
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 7.7 -3.554 -9.422
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   32.035 31.806
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   15.497 19.015
Toegerekende organisatiekosten   -290 -265
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -11.691 -14.129
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 7.12 3.516 4.621
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.13 -9.657 -13.259
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 7.14 -39.946 -34.866
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 7.15 5 108
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -49.598 -48.017
       
Opbrengsten overige activiteiten 7.16 415 331
Kosten overige activiteiten 7.17 -260 -359
Totaal van netto resultaat overige activiteiten   155 -28
       
Overige organisatiekosten 7.18 -3.077 -2.694
       
Kosten omtrent leefbaarheid 7.19 -958 -635
       
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 7.20 133 141
Rentelasten en soortgelijke kosten 7.21 -7.173 -7.259
Totaal van financiële baten en lasten   -7.040 -7.118
       
Totaal van resultaat voor belastingen   -24.967 -22.065
Belastingen 7.22 -4.830 -4.941
Totaal van resultaat na belastingen   -29.797 -27.006

3. Kasstroomoverzicht toegelaten instelling

(A) Operationele activiteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
Ontvangsten      
Huurontvangsten 1.1 75.463 74.339
Vergoedingen 1.2 4.834 4.815
Overige bedrijfsontvangsten 1.4 549 404
Ontvangen interest 1.5 3 0
Saldo ingaande kasstromen   80.849 79.558
       
Uitgaven      
Betalingen aan werknemers 1.7 -8.469 -7.790
Onderhoudsuitgaven 1.8 -27.767 -22.484
Overige bedrijfsuitgaven 1.9 -17.212 -13.790
Betaalde interest 1.10 a -7.258 -7.779
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 1.11 a -554 -243
Verhuurderheffing 1.11 b 0 -6.346
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 1.12 -278 -216
Vennootschapsbelasting 1.13 -4.486 -5.306
Saldo uitgaande kasstromen   -66.024 -63.954
       
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten   14.825 15.604

(B) (Des)investeringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
Vaste Activa ingaande kasstroom      
Verkoopontvangsten bestaande huur 2.1 15.505 20.431
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) 2.2 0 0
Verkoopontvangsten grond 2.4 0 87
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa   15.505 20.518
       
Vaste Activa uitgaande kasstroom      
Nieuwbouw huur 2.6 -33.261 -18.013
Verbeteruitgaven 2.7 -2.133 -3.921
Aankoop 2.9 0 -1.512
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2.11 -574 -379
Sloopuitgaven 2.12 -149 -112
Investeringen overig 2.14 -668 -328
Totaal van verwerving van materiële vaste activa   -36.785 -24.265
       
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA 2.16 -21.280 -3.747
       
Financiële Vaste Activa      
Ontvangsten overig 2.17.2 11 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   11 0
       
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten   -21.269 -3.747

(C) Financieringsactiviteiten

(x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
Ingaand      
Nieuwe te borgen leningen 3.1.1 26.000 0
Nieuwe ongeborgde leningen 3.1.3 0 0
    26.000 0
       
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen 3.2.1 -20.149 -21.800
Aflossing ongeborgde leningen 3.2.3 0 0
    -20.149 -21.800
       
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten   5.851 -21.800
       
Mutatie kort geld 4.1 2 -54
Mutatie liquide middelen 4.1 -593 -9.943
       
Liquide middelen per 1-1   1.169 11.166
Liquide middelen per 31-12   578 1.169

4. Algemene toelichting

Activiteiten

Woningcorporatie Woonforte is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn. Zij heeft specifieke toelating in de Regio Holland Rijnland en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

Stichting Woonforte is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Bedrijven te Den Haag/kantoor Leiden onder nummer 28023102 en statutair gevestigd aan de Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn. Het vestigingsadres is eveneens Baronie 30, 2404 XG in Alphen aan den Rijn.

Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Woonforte heeft geen transacties met verbonden partijen verricht en er zijn geen nieuwe verbindingen aangegaan. 

Woonforte heeft een belang in de volgende verbindingen:

  • Holland Rijnland Wonen te Lisse
  • Woningnet N.V. te Utrecht

Verenigingen van Eigenaars

Met 2088 appartementen participeert Woonforte als eigenaar in 69 verschillende Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) per ultimo 2023.

In 26 VvE’s heeft Woonforte een meerderheidsbelang in de complexen waarin particuliere eigenaren participeren. De werkzaamheden van deze VvE’s betreffen het beheer van gemeenschappelijke zaken en delen van de appartementsgebouwen. 

De jaarlijks geactualiseerde meerjarenonderhoudplanning in combinatie met de actuele reserve binnen een VvE bepaalt de benodigde onderhoudsreservering per individuele VvE. Deze benodigde onderhoudsreservering bepaalt samen met de jaarlijkse exploitatiekosten de uiteindelijke hoogte van de VvE-bijdrage die door alle gezamenlijke eigenaren jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Deze huidige voorzieningen worden in relatie tot de actuele meerjarenonderhoudplanningen en geprognotiseerde inkomsten binnen de afzonderlijke VvE's voor de middellange termijn grotendeels als toereikend geacht. Op de korte en langere termijn zullen de VvE-bijdragen binnen de VvE's gaan stijgen. Deze stijging wordt mede veroorzaakt door de sterke inflatie in 2022 en 2023 en de opgave voor de warmtetransitie. Voor de komende jaren is er ook voor de VvE Complexen een grote uitdaging op het gebied van verduurzaming die extra inzet zal vragen van Woonforte.

Woonforte voert geen beheertaken uit. Woonforte heeft nog wel een langlopend VB&O (verzekerd beheer en onderhoud) contract voor de VvE Ruimzicht. Het betreft een VvE-dienst en een niet meer toegestaan verzekerd onderhoudsproduct ten behoeve van de VvE in een complex waar Woonforte geen bezit heeft en die contractueel vóór 1 juli 2015 is aangegaan. Op basis van de nieuwe Woningwet mag dit VB&O- contract door de niet-DAEB-tak worden voortgezet tot het contract afloopt. Woonforte kan de overeenkomst voor het eerst op 1 juli 2037 opzeggen met een opzegtermijn van zes maanden. De overeenkomst eindigt derhalve op zijn vroegst op 1 februari 2038. 

Stelselwijzigingen

In 2023 zijn er geen stelselwijzigingen doorgevoerd. 

Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het bestuur van Woonforte zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de balans (6) en de toelichting op de winst- en verliesrekening (7) bij de betreffende jaarrekeningpost.

In 2023 is een schattingswijziging in de berekening van de beleidswaarde plaatsgevonden (zie paragraaf 5.2).

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. Bij deze methode zijn alle ontvangsten en uitgaven direct gekoppeld aan activiteiten.

De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. Debetstanden op de rekening courant met kredietinstellingen worden ook als liquide middelen gedefinieerd.

In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, (des)investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten).

De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. 

Gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB

Woonforte heeft de gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de jaarrekening.
Bij Woonforte staat de portefeuille niet-DAEB in dienst van de lokale volkshuisvestingopgave. Dat wil zeggen: het bezit in de niet-DAEB-tak bestaat uit woningen die niet nodig of geschikt zijn voor de DAEB-portefeuille, maar wel een bijdrage kunnen leveren aan de huisvesting van huishoudens met een (laag) middeninkomen.

De overige niet-DAEB-activiteiten van Woonforte zien toe op:

  • verhuur van parkeervoorzieningen die los verhuurd worden aan huurders van een DAEB- of een niet-DAEB-woning;
  • verhuur van parkeervoorzieningen die deel uitmaken van een collectieve (openbare) parkeervoorziening;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat tot de niet-DAEB-tak behoort;
  • verhuur van bedrijfsmatig onroerend goed dat onlosmakelijk gekoppeld is aan DAEB-eenheden.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht te komen, wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. Een aantal direct toe te rekenen posten wordt in overeenstemming met het scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB- dan wel aan de niet-DAEB-activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen.

De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand uiteengezet:

Grondslag voor scheiding

Posten in gescheiden verantwoording

Directe scheiding op vhe-niveau.

De opbrengsten/kosten en kasstromen van individuele transacties worden direct toegerekend aan de individuele vhe die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB.

Winst- en verliesrekening:

  • Huuropbrengsten
  • Opbrengsten servicecontracten
  • Verkoopopbrengsten en -lasten
  • Kosten overige activiteiten 

Kasstroomoverzicht:

  • Ontvangsten huren en vergoedingen
  • Desinvesteringskasstromen vastgoedbeleggingen

Toerekening op complexniveau en gescheiden naar de DAEB- en niet-DAEB-activiteiten op basis van de relatieve verdeling van eenheden in het betreffende complex.

Balans:

  • Vastgoedbeleggingen
  • Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
  • Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten servicecontracten
  • Lasten onderhoudsactiviteiten
  • Overige directe lasten exploitatie bezit (m.u.v. saneringsfonds)
  • Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Kasstroomoverzicht:

  • Uitgaven servicecontracten
  • Onderhoudsuitgaven
  • Investeringskasstromen vastgoedbeleggingen

Geborgde leningen classificeren als DAEB, niet geborgde leningen als niet-DAEB.

Balans:

  • Schulden/leningen overheid
  • Schulden/leningen banken

Winst- en verliesrekening:

  • Rentebaten en rentelasten

Kasstroomoverzicht:

  • Financieringskasstroom
  • Renteontvangsten en -uitgaven

Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB-/ niet-DAEB-tak van Woonforte op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB.

De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is:93% - 7%(2022: 93%-7%).

Balans:

  • Materiële vaste activa
  • Latente belastingvorderingen
  • Huurdebiteuren
  • Belastingen en premies sociale verzekeringen
  • Overige vorderingen
  • Overlopende activa
  • Voorziening latente belastingverplichtingen
  • Overige voorzieningen
  • Schulden aan leveranciers
  • Schulden ter zake van pensioenen
  • Overige schulden
  • Overlopende passiva

Winst- en verliesrekening:

  • Lasten verhuur en beheeractiviteiten
  • Overige directe lasten exploitatie bezit (m.u.v. saneringsfonds)
  • Toegerekende organisatiekosten
  • Opbrengsten en kosten overige activiteiten
  • Overige organisatiekosten
  • Leefbaarheid

Kasstroomoverzicht:

  • Personeelsuitgaven
  • Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat
  • Leefbaarheid externe uitgaven niet-investeringsgebonden
  • Overige bedrijfsontvangsten en bedrijfsuitgaven
  • Investeringskasstromen in materiële vaste activa
  • Desinvesteringskasstromen in materiële vaste activa 

5. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

5.1 Algemeen

De toegelaten instelling heeft de jaarrekening opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Woningwet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) 2015, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (herzien 2019), de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

In artikel 35 lid 6 van de Woningwet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van de RTIV 2015 is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst-en-verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevatten die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling (dVi de verantwoordingsinformatie verslagjaar 2023).

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

Schattingswijziging beleidswaarde
De schattingsmethodiek van de bepaling van de onderhoudsnorm, en hiermee de beleidswaarde, is in 2023 aangepast. Bij de berekening van de gemiddelde onderhoudsnorm is in de beleidswaarde 2023 niet langer rekening gehouden met onderhoud van toekomstige nieuwbouw.

Indien deze nieuwe methode in boekjaar 2022 toegepast zou zijn, zou dit resulteren in een beleidswaarde 2022 van circa € 869 mln. Dit is circa € 147 mln lager dan de in de jaarrekening 2022 gerapporteerde beleidswaarde 2022 (€ 1.016 mln.). 

De onderhoudsnorm 2023 is als gevolg van de gewijzigde schattingsmethodiek circa € 140 hoger en heeft hiermee een invloed van minus € 55 mln op de beleidswaarde 2023.

Jaarrekening 2023

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn voor het onderdeel verkopen onder voorwaarden gewijzigd. De verkopen onder voorwaarden werden voorheen gewaardeerd o.b.v. de procentuele mutatie tussen getaxeerde waarde vorig jaar en de getaxeerde waarde van het huidige boekjaar. Er is besloten voortaan gebruik te maken van het percentage gemiddelde leegwaardemutatie zoals dit uit de taxatie van het bezit in het marktwaarde traject komt. Deze waarderingsgrondslag is voor het eerst in 2023 toegepast en de vergelijkende cijfers over 2022 zijn niet aangepast. 

De berekening van de voorraad woningen bestemd voor verkoop is dit jaar ook aangepast. Voorheen werd voor deze voorraad nog wel een marktwaarde bepaald en werd de voorraad o.b.v. deze marktwaarde opgenomen onder de post voorraad bestemd voor verkoop. In 2023 is voor deze woningen echter geen marktwaarde in verhuurde staat bepaald, daarom is er nu gebruik gemaakt van de actuele leegwaarde.

5.3 Grondslagen voor balanswaardering

5.3.1 Vastgoedbeleggingen (Ref 6.1)

Algemene uitgangspunten

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief naar de toegelaten instelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. De vastgoedbeleggingen worden onderscheiden in DAEB-vastgoed in exploitatie, niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

De verwerking van uitgaven na eerste verwerking

Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie worden verwerkt in overeenstemming met artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De regeling maakt onderscheid tussen onderhoud en verbetering. Onderhoudsuitgaven worden in het resultaat verwerkt, uitgaven die kwalificeren als verbetering worden als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed verwerkt.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Tevens worden hierbij de rente tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen een rentepercentage van 2,5%. Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie (Ref 6.1.1 en ref 6.1.2)

Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB.

Classificatie

DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens op het moment van afsluiten van de huurovereenkomst, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen en overige objecten in exploitatie die niet voldoen aan het criterium van DAEB-vastgoed.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023). Woonforte past voor het volledige bezit de full-versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderingscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Woonforte maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
  • feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen (zoals afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatieafspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed, maar maken onderdeel uit van de niet uit de balans blijkende verplichtingen;
  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar op basis van de systematiek van het handboek.

Bij de waardering wordt onderscheid gemaakt naar vier vastgoedcategorieën:

  • woongelegenheden;
  • bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
  • parkeervoorzieningen;
  • intramuraal zorgvastgoed (ZOG).

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeervoorzieningen plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het door-exploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG-, MOG- en ZOG-vastgoed is alleen het door-exploiteerscenario van toepassing.

Bij door-exploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur gebeurt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan. Bij beide scenario's wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijkgesteld aan het begrip 'marktwaarde verhuurde staat' zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten vindt op basis van marktconforme uitgangspunten plaats. Daarbij worden parameters gehanteerd: 

  • Prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur (vanaf 2026), de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten.
  • Looninflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur (t/m 2025), als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten.
  • Bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten.
  • Leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Ten aanzien van het gebruik van de parameters voor de vastgoed-categorieën verwijzen wij naar het handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Woonforte heeft de volgende vrijheidsgraden toegepast:

Impact vrijheidsgraden

Onderdeel Toelichting
Schematische vrijheid Niet afgeweken van de basisversie.
Markthuur(stijging) De markthuur is ingeschat door taxateurs op basis van referentietransacties (marktbewijs), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur. De markthuurstijging is op eigen inschatting welke ook aansluit bij de visie van Noordelijke Randstad overleg. De bandbreedte van de markthuur van woningen is € 425 t/m € 1.450.
Exit Yield Niet afgeweken van de basisversie.
Leegwaarde(stijging) De leegwaarde is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (marktbewijs), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan de geïndexeerde WOZ-waarden. De leegwaardestijging is op eigen inschatting welke ook aansluit bij de visie van Noordelijke Randstad overleg. De bandbreedte van de leegwaarde van wonignen is € 100.000 t/m € 465.000.
Disconteringsvoet De disconteringsvoet is ingeschat door taxateur op basis van nagebootste beleggingstransacties aangezien dit een betere weergave van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet. De disconteringsvoet als parameter an sich is echter niet volledig uit markttransacties af te leiden en dient altijd te worden beoordeeld in relatie tot de ingeprijsde risico’s in de kasstromen en de manier waarop de eindwaardeberekening tot stand komt. De bandbreedte van de disconteringsvoet van woningen is 4% t/m 8%.
Mutatie- en verkoopkans De mutatiegraad in het doorexploiteerscenario is vastgesteld op basis van het 5-jaars gemiddelde. Voor de boven en ondergrens van de mutatiekans wordt rekening gehouden met het type woning en de omvang van het complex. De mutatiekans uitponden is bij sommige complexen aangepast door de taxateur. De bandbreedte van de mutatiekans van woningen is 4% t/m 12%.
(Achterstallig) Onderhoud Niet afgeweken van de basis versie. Achterstallig onderhoud wordt conform de Handboekmethodiek uitsluitend meegenomen indien er direct gevaar is voor de elementaire gebouwprestaties en voor het op lange termijn exploiteren van de huurwoning (opgenomen in de MJOP). Het gaat dus expliciet niet om de eenheid in dezelfde technische staat te houden. Zie voor uitgebreide definities het Handboek met peildatum 31-12-2023. Achtstalling onderhoud is bij 2 complexen van toepassing, namelijk complex 5171-1 en 7041-1.
Technische splitsingskosten Niet afgeweken van de basisversie.
Bijzondere uitgangspunten Niet van toepassing.
Erfpacht Er is geen sprake van erfpacht.
Exploitatiescenario Niet afgeweken van de basisversie.

BOG/MOG/Intramurele zorg

Onderdeel Toelichting
Schematische vrijheid Niet afgeweken van de basisversie.
Markthuur(stijging) De markthuur is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (marktbewijs), aangezien dit een betere weergave geeft van en beter aansluit bij de werkelijke situatie dan een modelmatig bepaalde markthuur. Markthuurstijging conform de basisversie. De bandbreedte van de markthuur per m2 voor BOG/MOG/ZOG is € 20 t/m € 200.
Exit Yield Niet afgeweken van de basisversie.
Leegwaarde(stijging) Leegwaarde(stijging) niet van toepassing bij BOG/MOG/Intramurele zorg.
Disconteringsvoet De disconteringsvoet is ingeschat door taxateur op basis van nagebootste beleggingstransacties aangezien dit een betere weergave van de werkelijke situatie geeft dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet. De disconteringsvoet als parameter an sich is echter niet volledig uit markttransacties af te leiden en dient altijd te worden beoordeeld in relatie tot de ingeprijsde risico’s in de kasstromen en de manier waarop de eindwaardeberekening tot stand komt. De bandbreedte van de disconteringsvoet voor BOG/MOG/ZOG is 4,4% t/m 9%.
(Achterstallig) Onderhoud Ten aanzien van de onderhoudslasten is aangesloten bij de Handboeknormen. Hier wordt onderscheid gemaakt in BOG (exclusief btw), MOG (inclusief btw) en Intramurale zorg (hogere norm inclusief btw). De VTW-normen van Koëter zijn gevoeliger voor interpretatie van de verschillende op- en afslagen van de elementen. Achterstallig onderhoud wordt conform de Handboekmethodiek uitsluitend meegenomen indien er direct gevaar is voor de elementaire gebouw-prestaties en voor het op lange termijn exploiteren van de eenheid (opgenomen in de MJOP). Het gaat dus expliciet niet om de eenheid in dezelfde technische staat te houden. Zie voor uitgebreide definities het Handboek met peildatum 31-12-2023. Achterstallig onderhoud is niet van toepassing.
Technische splitsingskosten Niet afgeweken van de basisversie.
Mutatie- en verkoopkans Niet afgeweken van de basisversie met dien verstande dat alle contractvoorwaarden en bijzondere afspraken juist zijn ingevoerd (in de waarderingssoftware).
Bijzondere uitgangspunten Niet van toepassing.
Erfpacht Er is geen sprake van erfpacht.
Exploitatiescenario Niet van toepassing, inherent aan BOG/MOG/Intramurele zorg is dat uitsluitend het exploitatiescenario wordt doorgerekend.

Gehanteerde werkwijze taxaties
Jaarlijks laat Woonforte 1/3 deel van haar vastgoed taxeren door een externe taxateur wat betekent dat elk object minimaal eens per drie jaar getaxeerd wordt.

Het resterende 2/3 deel wordt bepaald door middel van een markttechnische update. Ook voor het BOG-bezit geldt dat 1/3 deel getaxeerd is en 2/3 deel een markttechnische update heeft gekregen.

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat
Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van vastgoed in exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd. Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.

Afschrijvingen
Op het vastgoed in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop

Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waardepeildatum 31 december 2023 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden meegenomen in de stichtingskosten van het project.

Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Woonforte en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Woonforte.

De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde. Om tot de beleidswaarde te komen, worden - uitgaande van de marktwaarde in verhuurde staat - de volgende vier afslagen gehanteerd:

1. Beschikbaarheid
Voor het gehele bezit wordt uitgegaan van het scenario door-exploiteren (in plaats van de hoogste van door-exploiteren en uitponden in de marktwaarde). De overdrachtskosten worden in deze stap op 0% gesteld aangezien het bezit niet wordt verkocht zoals wordt verondersteld in de marktwaarde. Ook wordt een eindwaarde verondersteld op basis van eeuwigdurend door-exploiteren (in plaats van een eindwaarde uit de marktwaarde).

2. Betaalbaarheid
De huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal aangepast tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur. Woonforte hanteert in haar streefhuurbeleid de volgende uitgangspunten:

Nieuwbouw
Eengezinswoningen: maximaal liberalisatiegrens of minimaal 2e aftoppingsgrens;
Appartementen t/m 55m2: maximaal 1e aftoppingsgrens of minimaal kwaliteitskortingsgrens;
Appartementen vanaf 55m2: maximaal liberalisatiegrens of minimaal 1e aftoppingsgrens.

Bestaande voorraad

  • Geliberaliseerd segment: maximaal markthuur
  • Bereikbaar segment: maximaal liberalisatiegrens 
  • Middensegment: maximaal 1e of 2e aftoppingsgrens
  • Goedkoop segment: maximaal kwaliteitskortingsgrens

Daarnaast wordt in de beleidswaarde de eigen verwachte reguliere huurverhoging doorgerekend in plaats van de extra opslag boven inflatie die in de marktwaarde wordt gehanteerd.

3. Kwaliteit (onderhoud)
De component instandhoudingsonderhoud (inclusief mutatieonderhoud) uit de marktwaarde is vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm (gecorrigeerd voor inflatie). De onderhoudsnorm 2023 is overeenkomstig de definities Onderhoud en Beheer van Aw/WSW bepaald op basis van de post 'lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst- en verliesrekening uit de meerjarenbegroting 2024. Hierbij is gekeken naar een gemiddeld normbedrag van een 15-jaars geprognotiseerde winst- en verliesrekening. Op basis van deze berekening is de norm voor DAEB-woningen vastgesteld op € 3.653 (2022: € 3.094) per woning. Voor niet-DAEB-woningen is de norm vastgesteld op € 3.553 (2022: € 3.264) per woning. De totale lasten onderhoudsactiviteiten zijn gestegen ten opzichte van 2022 met name als gevolg van de hoge inflatie die doorwerkt in alle kostensoorten.

De verwachte onderhoudskosten is de beste inschatting die wij nu kunnen maken. De hoogte ervan baart ons zorgen. Om deze reden gaan we onderzoeken hoe onze kosten zich verhouden tot andere corporaties. Dit onderzoek verwachten wij in september 2024 af te ronden. Naar aanleiding is dit onderzoek is het mogelijk dat wij onze toekomstige schattingen zullen aanpassen.

4. Beheerskosten
De beheerkosten uit de DCF-berekening van de marktwaarde zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de jaarlijkse werkelijke uitgaven voor beheer. De beheernorm 2023 is overeenkomstig de nieuwe definities Onderhoud en Beheer van Aw/WSW  bepaald op basis van de post ‘Lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de functionele winst- en verliesrekening uit de meerjarenbegroting 2024.

De norm is bepaald op basis van een 15-jaars geprognotiseerde winst- en verliesrekening en is voor zowel DAEB- als niet-DAEB-woningen vastgesteld op € 790 (2022: € 743) per woning. De lasten verhuur- en beheeractiviteiten zijn gestegen ten opzichte van 2022. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hoge prijs- en looninflatie van het afgelopen jaar. 

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2023 € 654 miljoen. Het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde ultimo 2023 is uiteengezet bij de toelichting onder paragraaf 6.1.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (Ref 6.1.3)

Voor vastgoed in exploitatie die in het kader van een regeling Verkoop onder Voorwaarden (VOV) door de corporatie wordt overgedragen aan derden waarbij de regeling kwalificeert als financieringstransactie, eindigt het eigen gebruik en wordt het vastgoed gerubriceerd als onroerende zaken verkocht onder voorwaarden. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting.

Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken op het moment van de herclassificatie wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden.

Na eerste verwerking vindt waardering plaats tegen de leegwaarde na aftrek van de in het VOV-contract overeengekomen korting. De waardemutatie wordt vanaf 2023 berekend o.b.v. het percentage leegwaardemutatie vastgoed in exploitatie en niet langer o.b.v. een taxatierapport van een externe taxateur. Waardeveranderingen worden in het resultaat verantwoord onder de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden. De regeling kwalificeert als een financieringstransactie indien niet alle belangrijke economische voor- en nadelen zijn overgedragen. Dit is in het kader van een regeling VOV doorgaans het geval indien sprake is van een terugkoopplicht dan wel een terugkooprecht tegen een significant lagere terugkoopprijs dan de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (Ref. 6.1.4)

Dit betreft investeringen ten behoeve van projecten waarin nieuwbouw wordt ontwikkeld of projecten waarbij bestaand bezit door middel van sloop/nieuwbouw tot volledig nieuw vastgoed wordt ontwikkeld. 

Waardering
Vastgoed in aanbouw of ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief bijkomende kosten zoals rente).

De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven. De direct toe te rekenen uitgaven bevatten tevens, bijvoorbeeld, de juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. 

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. 
De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onrendabele investeringen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie
Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de duurzame exploitatie van het nieuw gerealiseerde vastgoed. De verkrijgingsprijs van het vastgoed ten behoeve van de opvolgende waardering in het vastgoed in exploitatie vindt plaats tegen de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie op het moment van de herclassificatie onder aftrek van de eventueel gevormde voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

De herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het verschil tussen de verkrijgings- en vervaardigingsprijs en de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed waarop de herwaarderingsreserve betrekking heeft.

5.3.2 Materiële vaste activa (Ref 6.2)

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (Ref 6.2.1)

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 
Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken, wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Woonforte verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde als wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activaregistratie is te herleiden, wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.

5.3.3 Financiële vaste activa (Ref 6.3)

Latente belastingvorderingen (Ref 6.3.5)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa, latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

Overige vorderingen (Ref 6.3.9)

De onder financiële vaste activa opgenomen overige vorderingen omvatten verstrekte leningen alsmede obligaties die tot het einde van de looptijd worden aangehouden. Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. 

Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden de rente-inkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht op basis van de effectieve rente. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.3.4 Voorraden (Ref 6.4)

Vastgoed bestemd voor de verkoop

Vastgoed bestemd voor verkoop betreft de voorraad woningen (opgeleverd en nog niet verkocht) die niet in exploitatie zijn en zijn aangewezen voor verkoop (RJ645.212). De voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd tegen actuele waarde. Deze is gebaseerd op de actuele marktsituatie en omstandigheden per balansdatum.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop

Vastgoed bestemd voor verkoop onder voorwaarden betreft de voorraad woningen (opgeleverd en nog niet verkocht) die niet in exploitatie zijn en zijn aangewezen voor verkoop onder voorwaarden (RJ645.212). De voorraad vastgoed bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd tegen lagere actuele waarde. Deze is gebaseerd op de actuele marktsituatie en omstandigheden per balansdatum.

Overige voorraden

Ingenomen grondposities worden verwerkt tegen aanschafprijs en bijkomende kosten of tegen lagere actuele waarde en opgenomen onder de overige voorraden. Het gaat om grondposities waar nog geen ontwikkelplan/-doelstelling voor aanwezig is of grondposities die aangemerkt zijn om te verkopen. 

5.3.5 Vorderingen (Ref 6.5)

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.3.6 Liquide middelen (Ref 6.6)

Liquide middelen bestaan uit kastegoeden, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan banken onder kortlopende schulden. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.3.7 Eigen vermogen (Ref 6.7)

Herwaarderingsreserve (Ref 6.7.1)

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het bedrag van het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Als op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt deze eerst teruggenomen alvorens een herwaarderingsreserve gevormd wordt voor het betreffende complex.

Overige reserves (Ref 6.7.2)

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van de op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

5.3.8 Voorzieningen (Ref 6.8)

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.

Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen (Ref 6.8.1)

Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen. De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'. 

Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering specifiek benoemd als het moment waarop het definitieve ontwerp van het project goedkeuring van de Raad van Commissarissen heeft gekregen (vrijgeven uitvoeringsbudget). Er wordt een voorziening onrendabele top gevormd voor de sloopkosten en de inbreng van de waarde van het sloopcomplex. Ieder jaar worden de gerealiseerde sloopkosten afgeboekt van het vastgoed in ontwikkeling tegen de voorziening onrendabele top. 

Latente belastingverplichtingen (Ref 6.8.2)

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa (zie paragraaf 5.4.2), latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen. Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Overige voorzieningen (Ref 6.8.7)

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Woonforte onderkent de overige voorziening 'Jubilea'. De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van CAO-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

5.3.9 Langlopende schulden (Ref 6.9)

Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. De langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt in de winst- en verliesrekening als interestlast verwerkt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden.

De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft Woonforte een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden.

De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. De terugkoopverplichting wordt als verplichting op de balans opgenomen zonder rekening te houden met de tijdswaarde van geld, omdat inschatting van het tijdstip waarop terugkoop in de toekomst zal plaatsvinden, mede gelet op de onbeperkte terugkooptermijn, niet goed mogelijk is. Als de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

5.3.10 Kortlopende schulden (Ref 6.10)

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De kortlopende schulden worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde. Winsten en verliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

5.3.11 Leasing

Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Woonforte ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.4 Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen direct zodra deze voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten die niet zijn aangemerkt als afdekkingsinstrument. De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling.
Het functionele model van de winst- en verliesrekening geeft meer inzicht in de opbouw van het jaarresultaat en in welke mate de verschillende activiteiten hebben bijgedragen aan dit resultaat dan het categorale model.

Bij het verdelen van de opbrengsten en kosten wordt onderscheid gemaakt in direct en niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten. Opbrengsten en kosten worden zoveel mogelijk direct toegerekend, toegewezen aan activiteiten en bij het betreffende onderdeel in de winst- en verliesrekening verantwoord.

De toerekening van de niet direct toerekenbare opbrengsten en kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels door middel van een verdeelstaat. Toerekening heeft op reële, redelijke en toetsbare wijze plaatsgevonden.

Opbrengstverantwoording
Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

5.4.1 Huuropbrengsten (Ref 7.1)

Hieronder worden de huuropbrengsten opgenomen welke uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd, onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.
Ook de mutatie van de voorziening dubieuze debiteuren wordt onder de huuropbrengsten verantwoord. De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders.

5.4.2 Opbrengsten servicecontracten (Ref 7.2)

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten. De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid.

5.4.3 Lasten servicecontracten (Ref 7.3)

Onder de lasten servicecontracten worden de kosten verantwoord van leveringen en diensten.

5.4.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten (Ref 7.5)

Hieronder worden alle kosten verantwoord welke zijn te relateren aan de verhuur en beheeractiviteiten. Dit betreft zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord. Onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten worden de lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel opgenomen dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed m.u.v. de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten, afschrijvingskosten van de activa ten dienste van de exploitatie voor zover indirect toegerekend aan vastgoed in exploitatie, overige lasten en opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten.

Daarnaast zijn het beheerdeel, bankkosten, vergaderkosten en algemene kosten van de bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten verantwoord. Bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren bevatten naast de component ‘beheer’ ook een component ‘onderhoud’ welke onder de lasten onderhoudsactiviteiten is opgenomen.

5.4.5 Lasten onderhoudsactiviteiten (Ref 7.6)

Onder deze post worden alle onderhoudskosten verantwoord welke zijn gerelateerd aan het vastgoed in exploitatie, inclusief de personeelskosten van personeelsleden betrokken bij de onderhoudsactiviteiten, voor zover daadwerkelijk werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief.

Daarnaast is het onderhoudsdeel van de bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren onder de lasten 'onderhoudsactiviteiten' verantwoord. Bijdragen aan Verenigingen van Eigenaren bevatten naast de component ‘onderhoud’ ook onder andere een component ‘beheer’ welke onder de lasten verhuur en beheeractiviteiten is opgenomen.

5.4.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit (Ref 7.7)

De kosten die samenhangen met het verhuren, beheren en onderhouden van het bezit zijn gegroepeerd in afzonderlijke onderdelen van de winst- en verliesrekening, namelijk lasten verhuur en beheeractiviteiten en lasten onderhoudsactiviteiten. Kosten die niet direct gerelateerd zijn aan de sub-activiteiten verhuren, beheren en onderhouden worden verantwoord onder de overige directe operationele lasten exploitatie bezit. Onder de overige directe operationele lasten bezit worden de belastingen (OZB, waterschapslasten), verzekeringen en overige directe operationele lasten exploitatie bezit opgenomen.

5.4.7 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten (ref. 7.9)

Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille, overige organisatiekosten en leefbaarheid. Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting in de winst- en verliesrekening. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers van Woonforte.

De pensioenregeling is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW) en is naar zijn aard een toegezegde pensioenregeling. Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren. Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. 

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • pensioengevende salarisgrondslag (middelloonregeling);
  • afspraken over indexatie;
  • beschrijving belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst;
  • wijze waarop pensioenregelingen zijn ondergebracht bij de pensioenuitvoerder;
  • (maand)dekkingsgraad van de pensioenuitvoerder 128,8% ultimo 2023;
  • beleidsdekkingsgraad van de pensioenuitvoerder 131,5% ultimo 2023.

Woonforte heeft geen verdere verplichtingen uit hoofde van haar pensioenregeling anders dan de betaling van premies. In het geval van een tekort bij het pensioenfonds heeft Woonforte geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies.

De premies worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord voor zover zij in het verslagjaar verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien deze tot een terugstorting leiden of tot een vermindering van toekomstige betalingen.

5.4.8 Afschrijvingen (ref. 7.10)

Afschrijvingen vormen geen aparte regel in de winst- en verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in de andere onderdelen van de winst- en verliesrekening, te weten lasten verhuur en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille en overige organisatiekosten.

Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar de betreffende toelichting op de winst- en verliesrekening.

De afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief.
Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur van het actief. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden.

Over terreinen en op actuele waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn inbegrepen onder de afschrijvingen.

5.4.9 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille (Ref 7.12)

Onder de verkoopopbrengst vastgoedportefeuille wordt de verkoopopbrengst verantwoord die wordt gerealiseerd op verkopen van vastgoed in exploitatie minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten (externe verkoopkosten).

Naast de direct toerekenbare verkoopkosten worden organisatiekosten toegerekend (interne verkoopkosten).
De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich bezighoudt met verkopen en overige toegerekende organisatiekosten. De boekwaarde van de verkochte eenheden wordt per verkoopdatum verwerkt in de winst- en verliesrekening.

De verkoopopbrengst vastgoedportefeuille minus de boekwaarde van de verkochte eenheden minus de toegerekende organisatiekosten resulteert in een netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille. Resultaten op verkochte eenheden worden verantwoord op het moment van overdracht van het betreffend vastgoedobject.

5.4.10 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.13)

De overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille worden gevormd door waardeverminderingen die ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investering in nieuwbouw, woningverbetering en renovatie (onrendabele toppen). Naast waardeverminderingen kunnen er ook terugnames van waardeverminderingen voorkomen.

Daarnaast hebben de overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille betrekking op duurzame waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

5.4.11 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (Ref 7.14)

De niet-gerealiseerde waardeverandering van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie (exclusief het effect van onrendabele investeringen).

5.4.12 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden (Ref 7.15)

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post onroerende zaken verkocht onder voorwaarden als de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

5.4.13 Opbrengsten overige activiteiten (Ref 7.16)

Hieronder zijn de opbrengsten van beheer voor derden en opbrengsten van serviceabonnementen, dakverhuur telefonie (antennes), EPV-vergoedingen en opbrengst verhuur logeerkamer alsmede de opbrengsten van verkoop onder voorwaarden opgenomen.

5.4.14 Kosten overige activiteiten (Ref 7.17)

Hieronder zijn de kosten van beheer voor derden, kosten van overige dienstverlening en incidentele kosten opgenomen alsmede de kosten van verkopen onder voorwaarden.

5.4.15 Overige organisatiekosten (Ref 7.18)

De toerekenbare organisatiekosten bestaan uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel belast met governance & bestuur, jaarverslag & control, P&O, ondernemingsraad en treasury. De toerekenbare organisatiekosten worden bepaald door de ingeschatte uren te vermenigvuldigen met de werkelijke salariskosten. Tevens wordt hier de bijdrage heffing Aw en de saneringsheffing opgenomen.

5.4.16 Kosten omtrent leefbaarheid (Ref 7.19)

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Woonforte die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen. Onder leefbaarheid worden de kosten verantwoord welke gerelateerd worden aan leefbaarheid en welke niet noodzakelijk zijn voor de verhuurexploitatie.

Naast directe kosten bestaan de kosten leefbaarheid uit lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten voor personeel dat zich specifiek bezighoudt met leefbaarheid alsmede de ingeschatte uren van de ondersteunende afdelingen Communicatie en ICT en overige toegerekende kosten leefbaarheid.

De dekking van de buurtbeheerderskosten die ten laste van de leveringen en diensten wordt gebracht, wordt in mindering gebracht op de toegerekende personeelskosten leefbaarheid.

5.4.17 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten (Ref 7.20)

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst- en verliesrekening verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

5.4.18 Rentelasten en soortgelijke kosten (Ref 7.21)

Rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende passiefpost. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen. Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke hoeveelheid tijd vergt om het actief gebruiksklaar te maken. Geactiveerde rente wordt in de winst- en verliesrekening in mindering gebracht op de post rentelasten en soortgelijke kosten.

Onder deze post worden ook lasten opgenomen voor het vervroegd aflossen en herfinancieren van kapitaalmarktleningen. Deze lasten bestaan uit herbeleggingsverliezen (boeterente), provisies en disagio (borgstelling WSW).

5.4.19 Belastingen (Ref 7.22)

Woonforte is integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sinds 2008 verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO) tussen corporaties en de Belastingdienst. In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van fiscale resultaatverantwoording. De Belastingdienst heeft de VSO eenzijdig opgezegd per 1 januari 2023. De consequenties voor Woonforte zijn op dit moment beperkt. De gevolgen zien met name toe op gemengde projecten en deze heeft Woonforte vooralsnog niet. 

De belasting wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

6. Toelichting op de balans

6.1 Vastgoedbeleggingen

6.1.1 Vastgoed in exploitatie

De mutaties van het vastgoed in exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

    DAEB-vastgoed in exploitatie   Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
  2023 2022 2023 2022
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 697.198 704.492 57.371 60.325
Cumulatief waardeveranderingen 1.107.085 1.149.270 76.884 77.977
Boekwaarde per 1 januari 1.804.283 1.853.762 134.255 138.302
         
         
Mutaties        
Investeringen 1.583 2.860 66 766
Desinvesteringen -10.642 -10.949 -1.049 -3.180
Waardeveranderingen -37.993 -34.093 -1.954 -772
Niet gerealiseerde waardeveranderingen -1.723 -2.834 -66 -321
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling 51.328 12.838 299 0
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling -4.089 -12.454 0 -129
Overboeking van voorziening ORT -5.804 0 -299 0
Overboeking (van DAEB naar niet-DAEB en vice versa) 929 411 -929 -411
Overboeking naar voorraden -4.945 -5.258 -585 0
Overboeking van voorraden 5.258 0 0 0
Totaal mutaties -6.098 -49.479 -4.517 -4.047
         
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 730.503 697.198 55.459 57.371
Cumulatief waardeveranderingen 1.067.682 1.107.085 74.279 76.884
         
         
Boekwaarde per 31 december 1.798.185 1.804.283 129.738 134.255

De posten DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie zijn als volgt opgebouwd:

  Aantal 2023     Aantal 2022    
  DAEB Niet-DAEB Totaal DAEB Niet-DAEB Totaal
Woongelegenheden 9.890 458 10.348 9.676 469 10.145
Intramuraal zorgvastgoed 311 0 311 319 0 319
Maatschappelijk onroerend goed 37 0 37 35 0 35
Bedrijfsonroerend goed 1 87 88 1 87 88
Parkeergelegenheden 129 919 1.048 129 922 1.051
Totaal 10.368 1.464 11.832 10.160 1.478 11.638

Investeringen en overboekingen

De totale investeringen voor het DAEB-vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2023 uit op € 1,6 miljoen (voor DAEB € 1,6 miljoen en voor niet-DAEB € 66.000). 

Het betreft de volgende investeringen:

Aankoop € 55.800
Aankoop en plaatsen van een unit aan de Vennootsweg.

Renovatie € 153.500

  • Nagekomen subsidie voor het renovatieproject Prins Hendrikstraat van € 195.000;
  • Aan zonnepanelen is € 348.500 besteed.

Dagelijks- en planmatig onderhoud € 1,4 miljoen

  • Uitgaven die vanuit dagelijks onderhoud (€ 0,1 miljoen voor woningverbetering) en planmatig onderhoud (€ 1,3 miljoen voor woningverbetering) zijn geactiveerd.

Desinvesteringen
De totale desinvesteringen voor het DAEB- en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2023 uit op € 11,7 miljoen. Dit is de marktwaarde van de verkopen.

Overboekingen naar vastgoed in ontwikkeling

  • 28 bungalows Magnolia fase 1  € 4,1 miljoen.

Investeringen en overboekingen 

  • 67 eengezinswoningen project Rode Dorp fase 2 € 19 miljoen;
  • 91 sociale (flex)huurwoningen + een algemene ruimte project Zaagmolenweg € 10,3 miljoen;
  • 4 eengezinswoningen project Hellenbroeckstraat € 1,2 miljoen;
  • 131 Sociale huurwoningen project Barones € 21,2 miljoen.

Overboekingen naar voorraden
Het betreft hier leegstaande verhuureenheden uit het bestaande bezit waarvoor per einde boekjaar een verkooptraject loopt. Het aantal woningen voor de verkoop bedraagt 26 woningen en 3 parkeerplaatsen met een marktwaarde van € 5,5 miljoen per ultimo 2023.

Niet gerealiseerde waardeveranderingen
In 2023 heeft een daling van de marktwaarde in verhuurde staat plaatsgevonden, de daling van de marktwaarde van het DAEB-vastgoed in exploitatie is € 38 miljoen en van het niet-DAEB-vastgoed € 2 miljoen. 

Verzekering & zekerheden

De vastgoedbeleggingen zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van Woonforte. De activa zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Woonforte heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het DAEB-bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

Marktwaarde in verhuurde staat
Woonforte waardeert haar vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen in exploitatie bedraagt ultimo 2023 € 1.928 miljoen (2022: € 1.939 miljoen).

Deze marktwaarde in verhuurde staat kan uitgesplitst worden in € 1.798,2 miljoen (2022: € 1.804,3 miljoen) voor het DAEB-bezit in exploitatie en € 130 miljoen (2022: € 134 miljoen) voor het niet-DAEB-bezit in exploitatie. 

De Woonforte specifieke parameters worden in onderstaande tabel toegelicht. Het betreft hier de parameters waar Woonforte de vrijheidsgraden heeft toegepast. De gemiddeld percentages zijn vermeld.

Parameter

Mutatiekans door-exploiteren woningen 5,86%
Disconteringsvoet (%) woningen 6,11%
Disconteringsvoet (%) parkeren 6,53%
Disconteringsvoet (%) BOGMOG 7,34%
Disconteringsvoet (%) intramuraal zorg 6,25%
     
Gemiddelde Leegwaarde woningen 269.147
Gemiddelde Leegwaarde parkeren 19.164
Gemiddelde Leegwaarde BOGMOG 197.345
Gemiddelde Leegwaarde intramuraal zorg 484.672
     
Gemiddelde markthuur woningen 904
Gemiddelde markthuur parkeren 93
Gemiddelde markthuur BOGMOG 1.315
Gemiddelde markthuur intramuraal zorg 2.578
     
Gemiddelde contracthuur woningen 586
Gemiddelde contracthuur parkeren 63
Gemiddelde contracthuur BOGMOG 1.185
Gemiddelde contracthuur intramuraal zorg 2.491

De overdrachtsbelasting is per 1 januari 2023 gestegen naar 10,4%. Verder is disconteringsvoet gestegen als gevolg van de gestegen rente en het toegenomen marktrisico. Vooral deze elementen hebben een negatief effect op de marktwaarde ten opzichte van voorgaand jaar.

Gevoeligheidsanalyse
Om inzicht te geven in de betekenis van de belangrijkste parameters in de marktwaarde is ten aanzien van de woningportefeuille (DAEB en niet-DAEB) in onderstaande tabel een gevoeligheidsanalyse opgenomen. Daaruit blijkt dat de leegwaardeontwikkeling en disconteringsvoet een grote invloed hebben op de uitkomst van de marktwaarde 31 december 2023. De financiële positie is hiermee enigszins gevoelig voor schommelingen in de belangrijkste variabelen en in de marktwaardeberekening.

  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2023 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 5,86% -1% -57,80 -3,00%
Disconteringsvoet 6,16% +1% -197,6 -10,25%
Leegwaarde ontwikkeling 1,80% -1% -122,40 -6,35%
  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2022 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 6,40% -1% -55,70 -2,87%
Disconteringsvoet 5,89% +1% -206,0 -10,63%
Leegwaarde ontwikkeling 1,80% -1% -98,30 -5,07%

WOZ-waarde
De WOZ-waarde van het bezit heeft betrekking op het bedrag waarvoor de gemeente de woningen heeft getaxeerd, als ze, vrij van huur, aangeboden zouden worden in de vrije verkoop.

In 2023 is de aanslag opgelegd voor het vastgoed in exploitatie, gebaseerd op de WOZ-beschikkingen met een waardepeildatum 1-1-2022 van € 2.490 miljoen. Hiervan heeft € 2.337 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 153 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

In 2024 is een WOZ-aanslag opgelegd. De waarde van vastgoed in exploitatie gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen bedraagt € 2.600 miljoen (waardepeildatum 1-1-2023). Hiervan heeft € 2.444 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 156 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

Beleidswaarde 

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek en bedraagt per 31 december 2023 € 654 miljoen (2022 € 1.016 miljoen).

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2023 bestaat uit de volgende onderdelen:

(x € 1.000)

Marktwaarde verhuurde staat   1.927.923
Af:    
Beschikbaarheid (door-exploiteren) 32.626  
Betaalbaarheid (huren) -572.089  
Kwaliteit (onderhoud) -736.278  
Beheer (beheerkosten) 2.307  
Totaal maatschappelijke bestemming   -1.273.434
Beleidswaarde   654.489

Schattingswijziging beleidswaarde
De schattingsmethodiek van de bepaling van de onderhoudsnorm, en hiermee de beleidswaarde, is in 2023 aangepast. Bij de berekening van de gemiddelde onderhoudsnorm is in de beleidswaarde 2023 niet langer rekening gehouden met onderhoud van toekomstige nieuwbouw.

Indien deze nieuwe methode in boekjaar 2022 toegepast zou zijn, zou dit resulteren in een beleidswaarde 2022 van circa € 869 mln. Dit is circa € 147 mln lager dan de in de jaarrekening 2022 gerapporteerde beleidswaarde 2022 (€ 1.016 mln.). 

De onderhoudsnorm 2023 is als gevolg van de gewijzigde schattingsmethodiek circa € 140 hoger en heeft hiermee een invloed van minus € 55 mln op de beleidswaarde 2023.

Woonforte heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde 2023:

Uitgangspunten beleidswaarde (woningen) 2023 2022
Gemiddelde contracthuur € 586 € 582
Gemiddelde beleidshuur € 629 € 616
Beleidsnorm onderhoud Daeb € 3.653 € 3.094
Beleidsnorm onderhoud Niet-Daeb € 3.553 € 3.264
Beleidsnorm beheer € 790 € 743
Gemiddelde disconteringsvoet 5,50% 5,14%

De onderhoudsnorm is gestegen vanwege een toename van de verwachte onderhoudslasten. De verwachte onderhoudskosten is de beste inschatting die wij nu kunnen maken. De hoogte ervan baart ons zorgen. Om deze reden gaan we onderzoeken hoe onze kosten zich verhouden tot andere corporaties. Dit onderzoek verwachten wij in september 2024 af te ronden. Het onderzoek kan tot gevolg hebben dat het ingeschatte toekomstige onderhoud in de meerjarenbegroting 2025 wordt herzien.

Sensitiviteitsanalyse

In de volgende tabel wordt aangegeven welk effect een aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde

  Mutatie t.o.v uitgangspunt Effect op beleids- waarde (€ miljoen) Effect op beleids- waarde %
Disconteringsvoet 1% hoger -91,4 -14,0%
Streefhuur per maand € 25 hoger 51,6 7,9%
Streefhuur per maand € 25 lager -48,8 -7,5%
Norm onderhoud en beheer beiden € 100 hoger -78,1 -11,9%
Reguliere huurstijging contracthuur 1% lager -49,0 -7,5%

6.1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De mutaties onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

  2023 2022
Verkrijgingsprijzen 5.706 6.018
Cumulatieve waardeveranderingen 4.158 2.649
Boekwaarde per 1 januari 9.864 8.667
Mutaties    
Investeringen 0 0
Desinvesteringen -574 -312
Waardeveranderingen 255 1.509
Totaal mutaties -319 1197
Verkrijgingsprijzen 5.132 5.706
Cumulatieve waardeveranderingen 4.413 4.158
Boekwaarde per 31 december 9.545 9.864

Gedurende 2023 zijn twee woningen (2022: één woning) teruggekocht die eerder onder een VOV-regeling is verkocht. Deze woningen worden weer verkocht onder voorwaarden en zijn verantwoord onder de voorraden. Het aantal woningen verkocht onder voorwaarden is ultimo 2023: 26 (2022: 28). 

6.1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De mutaties vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn in het volgende schema weergegeven.

(x € 1.000)

  2023 2022
Investeringen 26.189 23.681
Cumulatieve waardeveranderingen -5.299 -6.910
Boekwaarde per 1 januari 20.890 16.771
Mutaties    
Investeringen 31.646 23.341
Overige waardeveranderingen terugname afwaardering 733 0
Overige waardeveranderingen afwaarderingen -1.735 0
Afboeking sloopuitgaven (impact voorziening ORT) -2.815 -20.578
Terugname voorziening ORT (impact voorziening ORT) 6.103 9.237
Overboekingen van vastgoed in ontwikkeling - naar vastgoed in exploitatie -51.627 -12.838
Overboekingen van vastgoed in exploitatie - naar vastgoed in ontwikkeling 4.089 12.583
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in ontwikkeling -3.466 -7.626
Totaal mutaties -17.072 4.119
Investeringen 7.482 26.189
Cumulatieve waardeveranderingen -3.664 -14.536
Boekwaarde per 31 december 3.818 11.653

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn de projecten in ontwikkeling opgenomen die na oplevering worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging. Het betreft investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw).

Nieuwbouw Rode Dorp fase 3 31.900 
Nieuwbouw Magnolia/Bosparkweg 3.631.600 
Nieuwbouw Noorderlicht 1.341.400 
Nieuwbouw Noorderkeerkring 1.520.200 
Nieuwbouw Mendelweg 85.400 
Nieuwbouw Klompenmaker Noorderbrink 379.800 
Nieuwbouw Waterrijk West IV 152.600 
Nieuwbouw Nieuwe Sloot 3.700 
Nieuwbouw Rijnhaven - De Groep 21.800 
Nieuwbouw Rijnhaven - kop West 1.500 
Nieuwbouw Zijde 21-31 Boskoop 62.100 
Nieuwbouw Wonen op Tuinen 61.400 
Nieuwbouw Churchillaan 14.900 
Renovatie Wederikstraat 172.800 
Totaal 7.481.100 

In 2023 is in het vastgoed in ontwikkeling € 492.500 aan rente geactiveerd. Er is uitgegaan van een rentepercentage van 2,5% (2022: € 279.700).

In 2023 zijn de nieuwbouwprojecten Rode Dorp fase 2, Hellenbroeckstraat, Barones en Zaagmolenweg opgeleverd. Op de waarde van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie is de gevormde voorziening voor onrendabele investeringen van € 3,7 miljoen in mindering gebracht.

Dit betreft de projecten:

Nieuwbouw Rode Dorp fase 3 31.900 
Nieuwbouw Magnolia 3.631.600 
Totaal 3.663.500 

6.2 Materiële vaste activa

6.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

  2023 2022
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 6.405 12.480
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -4.204 -10.066
Boekwaarde per 1 januari 2.201 2.414
     
Mutaties    
Investeringen 675 278
Desinvesteringen 0 -45
Afschrijvingen -448 -446
Waardeverminderingen 0 0
Herrubricering verkrijgings- of vervaardigingsprijs 0 -6.308
Herrubricering cumulatieve waardeverminderingen afschijvingen 0 6.308
     
Totaal mutaties 227 -213
     
     
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 7.080 6.405
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -4.652 -4.204
     
Boekwaarde per 31 december 2.428 2.201

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Type activa Afschrijvingstermijn Afschrijvingssysteem
Bedrijfsterreinen geen afschrijving  
Gebouwen 20 jaar/30 jaar Lineair
Automatisering 3 jaar/5 jaar/10 jaar Lineair
Vervoermiddelen 5 jaar Lineair
Inventaris 10 jaar Lineair

In 2023 is aan investeringen geactiveerd: voor gebouwen € 46.500, voor inventaris € 16.800, voor automatisering € 516.300 en voor vervoermiddelen € 95.800 (aankoop van vier auto's). Door de implementatie van een nieuw primair systeem (Tobias 365) zijn de kosten voor automatisering hoger uitgevallen dan vorig jaar.

6.3 Financiële vaste activa

Alle financiële vaste activa hebben een resterende looptijd langer dan een jaar.           

(x € 1.000)

    Latente belasting- vorderingen Overige vorderingen Totaal
Stand per 1 januari   559 2 561
         
Mutaties        
Dotatie   354 0 354
Onttrekkingen   0 0 0
Totaal mutaties   354 0 354
         
Stand per 31 december   913 2  915 

6.3.5 Latente belastingvorderingen

De totale contante waarde van actieve belastinglatenties bedraagt ultimo 2023 € 0,9 miljoen (nominaal € 6,8 miljoen). Ultimo 2022 bedroeg de totale waarde van de actieve belastinglatenties € 0,6 miljoen (nominaal € 4,5 miljoen). De belastinglatenties zijn in 2023 contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet van 2,10% (1,56% na vennootschapsbelasting). In 2022 bedroeg de gemiddelde vermogenskostenvoet 1,99% (1,48% na vennootschapsbelasting).

(x € 1.000)

  31-12-23     31-12-22  
  nominaal contant   nominaal contant
Leningen disagio 176 153   196 175
Leningen agio -8 -7   -10 -9
Vestia lening agio 0 0   0 0
  168 146   186 166
           
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 2 0   9 0
Vastgoedportefeuille (excl. Verkoopprogramma) 5.759 0   3.910 0
Afschrijvingen 826 767   421 393
  6.755 913   4.526 559

De looptijd van de belastinglatentie op de leningen bedraagt 25 jaar.

Voor de belastinglatentie vastgoedportefeuille en het verkoopprogramma van de vastgoedportefeuille is geen inschatting te maken over de looptijd van de belastinglatentie, omdat het tijdstip van realisatie niet is in te schatten.

Leningen
Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 zijn de leningen fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Dit (dis)agio en daarmee de realisatie van de belastinglatentie valt lineair vrij met de looptijd van de betreffende individuele leningen.

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille
Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert deze latentie contant tot nihil.

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)
Er is een nominale belastinglatentie gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). Omdat geen inschatting te maken is omtrent (het tijdstip van) de realisatie tendeert deze latentie contant tot nihil.

Afschrijvingen
De contante latente belastingvordering opgenomen voor de inschatting van het fiscale afschrijvingspotentieel bedraagt op dit moment € 767.000 (2022: € 393.000). De contante latente belastingvordering is opgenomen voor de inschatting van het fiscale afschrijvingspotentieel van de vastgoedportefeuille gedurende vijf jaar.

De renteaftrek is met ingang van 2022 beperkt tot 20% van de fiscale EBITDA. Het niet (fiscaal) aftrekbaar deel van de rentelast, uit hoofde van ATAD-regelgeving bedraagt over 2023 circa € 2,3 miljoen (2022: € 2,3 miljoen). Op basis van de verwachte toekomstige rentelasten en fiscaal belastbare resultaten is het niet waarschijnlijk dat dit bedrag later benut en in aftrek kan worden genomen. Derhalve is hiervoor geen latentie gevormd.

6.3.9 Overige vorderingen

Woningnet N.V.
Woonforte bezit 200 aandelen met in totaal een uitgifteprijs van € 2.455 in de vennootschap. Het aandeel van Woonforte in het geplaatst aandelenkapitaal van Woningnet N.V. bedraagt 0,04%.

6.4.1 Vastgoed bestemd voor de verkoop

  2023 2022
Vastgoed bestemd voor de verkoop 5.530 5.258
Totaal van vastgoed bestemd voor verkoop 5.530 5.258

Onder Vastgoed bestemd voor verkoop zijn de leegstaande woningen opgenomen, welke per jaareinde voor verkoop zijn gemarkeerd. Per ultimo 2023 betreft dit 26 woningen en 3 parkeerplaatsen. 

6.4.2 Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden

  2023 2022
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 574 0
Totaal van vastgoed bestemd voor verkoop 574 0

In 2023 zijn de woningen Goudse Rijweg 242 en Boezemlaan 38 teruggekocht. 

6.4.3. Overige voorraden

  2023 2022
Overige voorraden 1.438 0
Totaal van overige voorraden 1.438 0

Onder de overige voorraden zijn vier grondposities verantwoord. In 2023 is de grond van het project Koopse Glorie aangekocht. Hier worden woningen gebouwd voor de verkoop. Voor de overige drie grondposities is nog geen ontwikkelplan en/of doelstelling aanwezig of zijn aangemerkt om te verkopen. Het betreft de grondposities:

  • 's -Molenaarspad (€ 0);
  • Zuidkade (€ 0);
  • Korteraarseweg in Aarlanderveen (€ 0).

6.5 Vorderingen

(x € 1.000)

  2023 2022
Huurdebiteuren 1.372 1.196
Belastingen en premies sociale verzekeringen 5.913 6.611
Overige vorderingen 384 597
Overlopende activa 3.112 172
Totaal vorderingen 10.781 8.576

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter en omdat voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd, als dat nodig is. In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht.

6.5.1 Huurdebiteuren

(x € 1.000)

  2023 2022
Huurdebiteuren huidige huurders 962 723
Huurdebiteuren vertrokken huurders 989 1.070
  1.951 1.793
Voorziening wegens oninbaarheid -579 -597
Totaal huurdebiteuren 1.372 1.196

(x € 1.000)

  Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal 2023
Achterstand huren 639 98 737
Overige vorderingen 20 841 861
Niet-vervallen betalingsregeling 285 31 316
WSNP 18 19 37
  962 989 1.951
Voorziening dubieuze debiteuren -19 -560 -579
Totaal 943 429 1.372

6.5.6 Belastingen en premies sociale verzekeringen

(x € 1.000)

  2023 2022
Omzetbelasting 0 0
Vennootschapsbelasting 5.913 6.611
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 5.913 6.611

De vordering vennootschapsbelasting 2023 bestaat uit (x € 1.000):

Jaar Saldo per begin boekjaar Vennootschapsbelasting boekjaar Betaald/ontvangen in boekjaar Saldo per ultimo boekjaar
2018 18 0 0 18
2019 945 0 -558 387
2020 2.620 0 0 2.620
2021 1.478 88 -1.139 427
2022 1.550 -155 0 1.395
2023 0 -5.117 6.183 1.066
Totaal 6.611 -5.184 4.486 5.913

6.5.7 Overige vorderingen

(x € 1.000)

  2023 2022
Debiteuren 111 95
Nog te ontvangen rente 4 4
Uitkering verzekeringen 247 475
Overige vorderingen 22 23
Totaal Overige vorderingen 384 597

6.5.8 Overlopende activa

(x € 1.000)

  2023 2022
Vooruitbetaalde kosten 390 76
Teruggave tijdelijke subsidieregeling tegenmoetkoming blokaansluitingen (TTB) 2.489 0
Overige overlopende activa 233 96
Totaal overlopende activa 3.112 172

De vooruitbetaalde kosten zijn kosten die betrekking hebben op 2024:

Verzekeringspremies 20
Automatiseringskosten 265
Overige 105
Totaal 390
     

De tijdelijke tegemoetkoming blokverwarming (TTB), ook wel subsidie, is in september 2023 door Woonforte aangevraagd. De Belastingdienst heeft deze aanvraag bevestigd. Het toekenningsbesluit dat in december 2023 zou volgen is door de Belastingdienst met 13 weken uitgesteld. De verwachting is dat dit uiterlijk eind maart 2024 zal plaatsvinden, waarna uitbetaling volgt. Voor de verantwoording in de jaarrekening is het bedrag als vordering opgenomen op de balans en als reservering geboekt tegenover de kosten.

6.6 Liquide middelen

(x € 1.000)

  2023 2022
Totaal liquide middelen 578 1.169

De liquide middelen staan vrij ter beschikking. Er zijn geen middelen uitgezet in het buitenland. De daling van het saldo liquide middelen wordt veroorzaakt door het vervroegd aflossen van een lening.

6.7 Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

(x € 1.000)

  Herwaarderingsreserve Overige reserves Resultaat na belastingen van het boekjaar Totaal
Stand per 1 januari 1.164.914 413.078 0 1.577.992
         
Mutaties        
Uit resultaatbestemming -39.947 39.947 -29.797 -29.797
Gerealiseerde verkopen -14.509 14.509 0 0
Gerealiseerde slopen -2.023 2.023 0 0
Realisatie uit herwaarderingsreserve 5.299 -5.299 0 0
Totaal mutaties -51.180 51.180 -29.797 -29.797
         
Stand per 31 december 1.113.734 464.258 -29.797 1.548.195

Het eigen vermogen bestaat per 31 december 2023 uit € 1.113,7 miljoen aan niet-gerealiseerde herwaarderingen (herwaarderingsreserve) en € 434,5 miljoen aan gerealiseerde herwaarderingen en operationele winsten (overige reserve € 464,3 miljoen positief en resultaat van het boekjaar € 29,8 miljoen negatief). 

Hoe Woonforte haar eigen vermogen inzet en welk maatschappelijk offer Woonforte brengt, is uitgewerkt in het hoofdstuk Financiën van het Bestuursverslag 2023. Uitgaande van waardering tegen marktwaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 1.273 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Woonforte niet wordt of kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonforte. 

De mogelijkheden om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan DAEB-woningen.

Omdat het de doelstelling van Woonforte is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Woonforte.

Voorstel resultaatbestemming

In de statuten van Woonforte staat geen bepaling omtrent resultaatbestemming vermeld. Het voorstel is om het gerealiseerde resultaat 2023 ten laste van de overige reserves te verwerken. 

6.7.1 Herwaarderingsreserve

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2023 in het eigen vermogen opgenomen. Het niet-gerealiseerde resultaat over het boekjaar van € 39,9 miljoen is ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht.
Er wordt een herwaarderingsreserve gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs van vastgoed in exploitatie. Waar op complexniveau een negatief verschil is ontstaan, wordt geen toevoeging aan de herwaarderingsreserve gegaan.

6.7.2 Overige reserves

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2023 in het eigen vermogen opgenomen. Indien het voorstel om het gerealiseerde negatief resultaat over het boekjaar van € 29,7 miljoen ten laste van de overige reserves te brengen wordt goedgekeurd ontstaat de volgende situatie: 

x € 1.000

Overige reserve    
Beginstand saldo per 1 januari 2023   440.084
Resultaat na belasting 2022   -27.006
    413.078
af: mutatie herwaarderingsreserve 39.947  
bij: gerealiseerde verkopen 14.509  
bij: gerealiseerde slopen 2.023  
bij: overige mutatie -5.299  
Totaal mutaties    
    51.180
Eindsaldo per 31-12-2023   464.258
Resultaat boekjaar 2023   -29.797
Totaal saldo per 31 december 2023   434.461

6.8 Voorzieningen

6.8.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

(x € 1.000)

  2023 2022
Voorziening onrendabele investeringen vastgoedprojecten 17.604 28.077
Voorziening verantwoord onder vastgoed in ontwikkeling -5.299 -6.910
Boekwaarde per 1 januari 12.305 21.167
     
Mutaties    
Mutatie aanpassing onrendabele top 6.866 10.105
Overige waardeveranderingen terugname afwaardering -733 0
Overige waardeveranderingen afwaarderingen 1.735 0
Afboeking voorziening ORT (impact vastgoed in ontwikkeling) -2.815 -20.578
Terugname voorziening ORT (impact vastgoed in ontwikkeling) 5.101 9.237
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in ontwikkeling -3.466 -7.626
Overboekingen van voorziening ORT naar vastgoed in exploitatie -6.103 0
Totaal mutaties 585 -8.862
     
Voorziening onrendabele investeringen vastgoedprojecten 16.554 17.604
Voorziening verantwoord onder vastgoed in ontwikkeling -3.664 -5.299
     
Boekwaarde per 31 december 12.890 12.305
     

De voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van vastgoed bestemd voor eigen exploitatie, waarvoor nog onvoldoende uitgaven zijn gedaan om het voorzieningsbedrag gesaldeerd op te nemen onder de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Er is geen disconteringvoet gehanteerd, dit heeft namelijk nauwelijks effect op de contante waarde, omdat de voorziening ‘onrendabele investeringen en herstructureringen’ na circa één jaar vrijvalt.

De voorziening wordt voor zover mogelijk gesaldeerd gepresenteerd met de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (per 31 december 2023 € 3,7 miljoen).

6.8.2 Latente belastingverplichtingen

De voorziening latente belastingverplichtingen wordt gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen in de fiscale waardering en de waardering van de vastgoedbeleggingen, onderhanden projecten in opdracht van derden en financiële activa en passiva in deze jaarrekening. De belastinglatenties zijn, indien van toepassing, contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet 2,10% (1,56% na vennootschapsbelasting). In 2022 zijn de belastinglatenties contant gemaakt tegen 1,99% (1,48% na vennootschapsbelasting).

Voor het ultimo balansdatum niet aangewende deel van de herinvesteringsreserve dient een voorziening voor latente belastingen gevormd te worden. Deze voorziening valt vrij met de toekomstige benutting van de herinvesteringsreserve. Een gevormde herinvesteringsreserve dient binnen drie boekjaren na het jaar van vorming te worden aangewend. Woonforte is nog steeds voornemens om de volledige herinvesteringsreserve te verrekenen met de oplevering van de geplande nieuwbouw, derhalve hoeft geen latente belastingverplichting te worden gevormd.

De post belastinglatenties is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  31-12-23   31-12-22  
  nominaal contant nominaal contant
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 137.072 0 138.305 0
Vastgoedportefeuille (excl. verkoopprogramma) 5.079 0 13.300 0
  142.151 0 151.605 0

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille

Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert de contante waarde van deze latentie naar nihil.

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)

Voor de nominale latente belastingverplichtingen is een voorziening gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). De contante waarde tendeert naar nihil omdat het realisatiemoment oneindig ver in toekomst ligt door gebruik van de herinvesteringsreserve (bij verkoopprogramma) en door het voornemen tot door-exploiteren (bij vastgoedportefeuille exclusief verkoopprogramma).

6.8.7 Overige voorzieningen

Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

(x € 1.000)

  2023 2022
Jubilea 89 84
Totaal overige voorzieningen 89 84

6.9 Langlopende schulden

(x € 1.000)

  2023       2024   2023     2022  
  Looptijd <5 jaar Looptijd >5 jaar Totaal   Aflossing   Langlopende schulden Rentevoet   Langlopende schulden Rentevoet
Schulden banken 75.661 294.398 370.059   -3.005   367.054 2,10%   360.559 1,99%
Amortisatie agio lening 884 4.339 5.223   -124   5.099     5.223  
  76.545 298.737 375.282   -3.129   372.153     365.782  
                       
Waarborgsommen 166 444 610   0   610     584  
                       
Totaal 31 december 76.711 299.181 375.892   -3.129   372.763     366.366  

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het verslagjaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. Deze aflossingsverplichting bedraagt voor 2024 € 3,1 miljoen (aan schulden banken € 3 miljoen en aan amortisatie agio lening € 0,1 miljoen). In 2023 was dit € 3,7 miljoen. 

De marktwaarde van de bestaande leningcontracten inclusief roll-over leningen bedraagt € 378,6 miljoen (2022: € 353,6 miljoen), exclusief de opgelopen rente. De nominale waarde is € 376 miljoen (2022: € 370,6 miljoen) (inclusief het niet-opgenomen bedrag van € 5,9 miljoen (2022: € 6,4 miljoen) van de roll-over lening). De marktwaarde van de leningen is berekend tegen de swapcurve op basis vna de 6-maands Euribor. Voor de toelichting op de financiële instrumenten wordt verwezen naar de paragraaf 5.3.12 Financiële instrumenten.

6.9.2 Schulden aan banken

(x € 1.000)

  Schulden aan banken Amortisatie agio lening Totaal
Stand per 1 januari 360.559 5.223 365.782
       
Ontvangsten wegens afgesloten leningen 26.000 0 26.000
       
Opname uit roll over 500 0 500
Aflossingen 2023 -17.000 0 -17.000
Aflossingen 2024 -3.005 -124 -3.129
Stand per 31 december 367.054 5.099 372.153

De gemiddelde rente van de hieronder begrepen leningen bedraagt 2,10% (2022: 1,99%). Het betreft hier alle leningen dus ook de roll-over leningen. 

Het WSW heeft voor een bedrag van € 362,1 miljoen aan leningen geborgd per 31 december 2023. Het geborgde bedrag is inclusief de aflossingsverplichting van 2024 (€ 3 miljoen).

Het WSW heeft een onherroepelijke en onvoorwaardelijke volmacht om recht van hypotheek te vestigen op het onderpand voor WSW geborgde leningen. 

Eind 2021 heeft Woonforte een ongeborgde lening (€ 10,0 mln) aangetrokken en daarbij een gedeelte van ons niet-DAEB bezit als onderpand verstrekt aan de hypotheekverstrekker. 

6.9.3 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Het verloop van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is:

(x € 1.000)

  2023 2022
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 5.772 6.080
Waardeverminderingen/vermeerderingen 3.742 2.344
Stand per 1 januari 9.514 8.424
     
Mutaties    
Verkochte woningen 0 0
Teruggekochte woningen -587 -308
Opwaarderingen 262 1.398
Afwaarderingen 0 0
Totaal mutaties -325 1.090
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 5.185 5.772
Waardeverminderingen/vermeerderingen 4.004 3.742
     
Stand per 31 december 9.189 9.514

6.9.4 Overige schulden

(x € 1.000)

  2023 2022
Overige schulden 610 584
Totaal overige schulden 610 584

De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten met huurders ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten.

6.10 Kortlopende schulden

(x € 1.000)

  2023 2022
Schulden aan overheid 137 132
Schulden aan banken 3.129 3.772
Schulden aan leveranciers 2.520 5.698
Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.921 2.455
Overlopende passiva 12.697 8.740
Totaal kortlopende schulden 20.404 20.797

In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht. Alle kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.

6.10.1 Schulden aan overheid

(x € 1.000)

  2023 2022
Nog te betalen aan gemeente Alphen aan den Rijn 137 132
Totaal schulden overheid 137 132

6.10.2 Schulden aan banken

(x € 1.000)

  2023 2022
Aflossingsbestanddeel komend jaar 3.005 3.648
Amortisatie agio lening 124 124
Totaal schulden aan banken 3.129 3.772

6.10.3 Schulden aan leveranciers en handelskredieten

De schulden aan leveranciers zijn tegen de nominale waarde verantwoord.

6.10.6 Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

(x € 1.000)

  2023 2022
Omzetbelasting 1.716 2.228
Loonbelasting en premies sociale verzekeringen 205 227
Totaal schulden belastingen en premies sociale verzekeringen 1.921 2.455

6.10.9 Overlopende passiva

(x € 1.000)

  2023 2022
Transitorische rente 3.581 3.173
Transitorische kosten 7.256 3.733
Vooruit ontvangen huur 1.076 1.088
Te verrekenen servicekosten 447 429
Reservering vakantiedagen 337 317
Totaal overlopende passiva 12.697 8.740

In de transitorische kosten is een reservering opgenomen voor uitgevoerde maar nog niet gefactureerde projecten van € 5 miljoen (in 2022 € 2,5 miljoen) en de reservering voor het persoonlijk loopbaan budget voor personeelsleden van € 322.000.

6.11 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Investeringsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2023 € 6,7 miljoen aan verplichtingen voor nieuwbouwprojecten aangegaan. 

Begin februari 2024 is gebleken dat van een complex in Boskoop de onderhoudsstaat slechter is dan voorzien. De staat van onderhoud is dermate slecht dat besloten is overgaan tot ontruiming en sloop van de woningen. De bewoners zijn middels een bijeenkomst op de hoogte gesteld, de huurders zijn vrijgesteld van huurbetaling per februari 2024 en moeten uiterlijk 1 juli 2024 de woning verlaten hebben. Woonforte zet alles op alles om te zorgen dat de bewoners passende vervangende huisvesting krijgen. Er zijn nog geen verplichtingen aangegaan met partijen inzake de sloop en nieuwbouw. 

Onderhoudsverplichtingen

Woonforte is per ultimo 2023 € 16,7 miljoen aan verplichtingen aangegaan op het gebied van nog uit te voeren onderhoud- en renovatiewerkzaamheden. Het is de verwachting dat deze werkzaamheden in 2024 worden uitgevoerd.

Lease en huurverplichtingen

Woonforte heeft per eind 2023 de beschikking over drie leaseauto's. Daarnaast zijn leasecontracten aangegaan voor multifunctionals.

In 2013 is (voorheen) WonenCentraal een huurovereenkomst aangegaan voor het kantoorpand Baronie. Op deze huurovereenkomst is in 2015 een allonge gekomen. De huurprijs is opgebouwd uit de componenten ‘huurprijs kantoor en parkeerplaatsen’ en ‘vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten’. 

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren   (x € 1.000):

  2023 2022
Binnen een jaar 341 365
Tussen een jaar en vijf jaar 1.354 1.357
Meer dan vijf jaar 0 0

Gedurende het verslagjaar zijn in de winst- en verliesrekening verwerkt (x € 1.000):

  2023 2022
Minimale leasebetalingen 353 363
Voorwaardelijke leasebetalingen 0 0
Sub-leaseontvangsten 0 0

Het betreft hier de kosten van de leasecontracten van de leaseauto, de multifunctionals en de huurovereenkomst van het kantoorpand aan Baronie.

Pensioenverplichtingen

Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering.

Obligo WSW

Jaarlijks obligo

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar.

Obligolening

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen, doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen deelnemers zeker door middel van een zogenaamde obligolening.

De obligolening is aanvullend aangetrokken bovenop de geborgde leningen. Dit valt niet binnen het actuele borgingsplafond en is afzonderlijk geregistreerd. 

Zolang het WSW geen aanspraak doet op (een deel van) de obligolening betaalt Woonforte een bereidstellingsprovisie over het niet opgenomen deel. Deze bereidstellingsprovisie wordt als rentelasten opgenomen, waarmee deze een (zeer beperkt) effect zal hebben op de ICR. De bereidstellingsprovisie is 0,165% per jaar.

Leningen

Per januari 2024 is Woonforte geen verplichtingen aangegaan voor leningen.

Juridische claims

Het juridische geschil wat eind 2022 liep inzake het ontbinden van een huurcontract m.b.t. parkeerplaatsen is eind 2023 nog niet opgelost. Er is nog geen getekende vaststellingsovereenkomst op het moment van het opstellen van de jaarrekening 2023. 

7. Toelichting op de winst- en verliesrekening

7.1 Huuropbrengsten

(x € 1.000)

  2023 2022
Woningen en woongebouwen 71.704 70.871
Overige woongelegenheden 2.621 2.519
Onroerende zaken niet zijnde woningen 2.262 2.182
Nettohuur opbrengsten 76.587 75.572
     
Huurderving wegens leegstand -906 -1.072
Huurderving wegens oninbaarheid -233 -479
Huurderving wegens verkopen -144 -213
Huurderving wegens projecten -26 -3
Mutatie voorziening dubieuze huurdebiteuren 17 213
  -1.292 -1.554
     
Totaal huuropbrengsten 75.295 74.018

In 2023 zijn de netto huuropbrengsten gewijzigd ten opzichte van 2022 door: 

  • huurverhoging van de huren van woningen. De huren zijn per 1 juli verhoogd met gemiddeld 2,3%;
  • huurverhoging van de huren van niet zijnde woningen;
  • het in exploitatie komen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen;
  • het uit exploitatie gaan van woningen door verkopen en sloop.

De post ‘huurderving wegens verkopen’ heeft betrekking op derving in verband met leegstand van de te verkopen eenheden. De post ‘huurderving wegens projecten’ heeft betrekking op derving in verband met lopende (groot-) onderhoudsprojecten.

Alle opbrengsten zijn volledig in de gemeente Alphen aan den Rijn gerealiseerd (conform RJ350.208).

7.2 Opbrengsten servicecontracten

(x € 1.000)

  2023 2022
Overige goederen, leveringen en diensten 6.887 6.144
Vergoedingsderving wegens leegstand -172 -141
Afboeken wegens oninbaarheid 5 17
Te verrekenen raming -447 -429
Totaal opbrengsten servicecontracten 6.273 5.591

In 2023 zijn de opbrengsten servicecontracten gewijzigd door:

  • verhoging van de voorschotten van de componenten gas en elektra. Dit door de verhoging van gas- en elektra tarieven; 
  • de afwikkeling servicekosten 2022.

7.3 Lasten servicecontracten

(x € 1.000)

  2023 2022
Lasten servicecontracten -6.977 -5.745
Totaal lasten servicecontracten -6.977 -5.745

Door de hoge inflatie en hoge tarieven van gas en elektra in 2023 zijn de servicekosten € 1,2 miljoen hoger dan in 2022.

7.5 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

(x € 1.000)

  2023 2022
Personeelskosten toegerekend aan verhuur en beheeractiviteiten -3.526 -3.489
Afschrijvingen -179 -206
Directe overige lasten verhuur en beheeractiviteiten -930 -600
Indirecte overige lasten verhuur en beheeractiviteiten -1.370 -1.186
Opbrengsten verhuur en beheeractiviteiten 37 49
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten -5.968 -5.432

7.6 Lasten onderhoudsactiviteiten

(x € 1.000)

  2023 2022
Personeelskosten toegerekend aan onderhoudsactiviteiten -3.230 -2.929
     
Dagelijks onderhoud    
Klachtenonderhoud -4.959 -3.656
Mutatieonderhoud -4.228 -4.339
Klantgestuurd onderhoud -3.943 -2.251
Totaal dagelijks onderhoud -13.130 -10.246
     
Planmatig onderhoud    
Contractonderhoud -3.600 -3.173
Basisonderhoud -8.826 -7.227
Totaal planmatig onderhoud -12.426 -10.400
     
Renovatieprojecten -148 -79
Bijdrage aan verenigingen van eigenaren -2.136 -2.061
Overige lasten onderhoudsactiviteiten -351 -223
Indirecte lasten onderhoudsactiviteiten -1.613 -1.266
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -33.034 -27.204

Naast de bovengenoemde lasten 'onderhoudsactiviteiten' is vanuit dagelijks onderhoud voor € 0,2 miljoen (2022: € 0,2 miljoen), vanuit planmatig onderhoud voor € 1,3 miljoen (2022: € 2,4 miljoen) en vanuit renovatie- en verbeteringsprojecten voor € 0,4 miljoen (2022: € 1,2 miljoen) geïnvesteerd.

In de kosten van dagelijks onderhoud is een bedrag van € 103.700 in mindering gebracht voor door te belasten kosten aan derden (in 2022: € 149.700).

7.7 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(x € 1.000)

  2023 2022
Belastingen (OZB, waterschapslasten) -2.507 -2.383
Verzekeringen -908 -571
Verhuurderbijdrage huurcommissie -37 -24
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -102 -98
Verhuurderheffing 0 -6.346
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie bezit -3.554 -9.422

Vanaf 1 januari 2023 is de verhuurderheffing afgeschaft. 

7.9 Lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten

(x € 1.000)

  2023 2022
Lonen en salarissen -6.572 -6.075
Sociale lasten -1.070 -933
Pensioenlasten -876 -842
Totaal lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten -8.518 -7.850
  2023 2022
Feitelijke personeelsbezetting in fte's per 31 december 107,9 104,9
Gemiddelde personeelsbezetting boekjaar 107,8 103,8
Gemiddeld salaris per fte (x € 1.000) 61,0 58,5

Werknemers

Gedurende het jaar 2023 had de corporatie gemiddeld 107,8 werknemers in dienst (2022: 103,8). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Per hoofdafdeling is dat:

  2023 2022
Totaal afdeling Vastgoed 29,4 28,0
Totaal afdeling Directie en Staf 13,6 12,9
Totaal afdeling Financiën & Bedrijfsvoering 20,8 19,5
Totaal afdeling Wonen 44,0 43,4
  107,8 103,8

Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2022: 0).

7.10 Afschrijvingen

(x € 1.000)

  2023 2022
Afschrijvingen onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie -449 -491

De niet-direct toerekenbare afschrijvingen van € 449.000 worden via een verdeelstaat verdeeld over de activiteiten (lasten verhuur- en beheeractiviteiten, lasten onderhoudsactiviteiten, toegerekende organisatiekosten in verband met verkoop vastgoedportefeuille en overige organisatiekosten).

7.11 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:       

(x € 1.000)

  BDO Audit & Assurance B.V. 2023 BDO Audit & Assurance B.V. 2022
Controle van de jaarrekening -137 -118
Controle van de dVi (andere controleopdrachten) -17 -16
Fee voor over niet-controle-opdrachten 0 0
Totaal accountantshonoraria -154 -134

Bovenstaande honoraria betreffen uitsluitend de werkzaamheden die bij Woonforte zijn uitgevoerd door onafhankelijke accountantsorganisaties en externe onafhankelijke accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties), alsook door binnenlandse en buitenlandse onafhankelijke accountantskantoren, inclusief hun fiscale afdelingen en adviesafdelingen. De verantwoorde honoraria stemmen overeen met de overeengekomen fees inclusief eventueel meerwerk. Het in rekening gebrachte honoraria is in 2023 met 16% gestegen ten opzichte van 2022, dit komt met name door stijging van de uurtarieven van de accountant.

7.12 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2023 2022
Opbrengst verkopen o.b.v. taxatiewaarde 15.695 19.303
Verleende korting zittende huurders -75 -142
Opbrengst verkopen bestaand bezit 15.620 19.161
     
Overige verkoopkosten -123 -146
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 15.497 19.015
     
Personeelskosten toegerekend aan verkoop -196 -183
Afschrijvingen toegerekend aan verkoop -9 -10
Overige toegerekende organisatiekosten -85 -72
Toegerekende organisatiekosten i.v.m. verkopen -290 -265
     
Marktwaarde verkopen bestaand bezit -11.691 -14.129
     
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.516 4.621

Gedurende 2023 zijn 71 woningen verkocht. In 2022 waren dit 83 woningen en 7 garages.

7.13 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2023 2022
Onrendabel deel woningverbeteringen -1.788 -3.154
Aanpassing onrendabel deel nieuwbouw 1.819 -10.105
Terugname afwaardering 733 0
Onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten -8.668 0
Terugname onrendabel deel nieuwbouw- en renovatieprojecten -1.753 0
Totaal van overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -9.657 -13.259

De verwerking van woningverbeteringen leidt in 2023 tot waardemutaties in de vastgoedportefeuille.

Woonforte heeft gekozen om de waardeverminderingen die zijn ontstaan door nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in zonnepanelen, woningverbetering en verbeteringen planmatig onderhoud en/of herstructurering met betrekking tot bezit in (of bestemd voor) eigen exploitatie, de zogenaamde onrendabele toppen ten laste van de overige waardeveranderingen te brengen. In 2023 is € 1,78 miljoen als onrendabele top onder de overige waardeveranderingen verantwoord.

Voor de onderstaande nieuwbouwprojecten is in 2023 voor het eerst een onrendabele top opgenomen. 

Nieuwbouw Magnolia 7.813.500
Nieuwbouw Koopse Glorie 854.100
  8.667.600 

7.14 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(x € 1.000)

  2023 2022
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -39.946 -34.866

De waardeverandering van de vastgoedportefeuille betreft de mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie (zie 6.1.1).

7.15 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

(x € 1.000)

  2023 2022
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 5 108

De leegwaardemutatie van het vastgoed in explotatie betreft gemiddeld 3,1% voor zowel de DAEB als de niet-DAEB woningen. Over 2022 was dit percentage 0,4% voor DAEB woningen en 5,8% voor niet-DAEB woningen. 

7.16 Opbrengsten overige activiteiten

(x € 1.000)

  2023 2022
Opbrengsten serviceabonnementen 152 147
Opbrengsten uit beheer voor derden 66 61
EPV-vergoedingen 149 96
In rekening gebrachte vergoedingingen voor administratieve lasten 48 25
Overige opbrengsten activiteiten 0 2
Opbrengsten overige activiteiten 415 331

7.17 Kosten overige activiteiten

(x € 1.000)

  2023 2022
Kosten serviceabonnementen -171 -154
Verzekerd Beheer & Onderhoud -71 -44
Lasten verkopen onder voorwaarden -5 -2
Eigen risicogedeelte verzekeringen -7 -156
Overige kosten activiteiten -6 -3
Totaal kosten overige activiteiten -260 -359

7.18 Overige organisatiekosten

(x € 1.000)

  2023 2022
Personeelskosten toegerekend aan overige organisatiekosten -1.471 -1.465
Directe overige organisatiekosten -1.004 -694
Indirecte overige organisatiekosten -602 -535
Totaal overige organisatiekosten -3.077 -2.694

De stijging in de overige organisatiekosten wordt veroorzaakt door verhoging van het tarief obligoheffing van het WSW (2023: 0,1383% en 2022: 0,0487%). 

7.19 Kosten omtrent leefbaarheid

(x € 1.000)

  2023 2022
Personeelskosten toegerekend aan leefbaarheid -483 -356
Lasten leefbaarheid -475 -279
Totaal kosten omtrent leefbaarheid -958 -635

Door toename van het aantal huismeesters/buurtbeheerders, de automatiseringskosten en meer rechtstreekse uitgaven die betrekking hebben op de leefbaarheid zijn de kosten gestegen. 

7.20 Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten

(x € 1.000)

  2023 2022
Banken 127 136
Overige vorderingen 6 5
Totaal van overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 133 141

7.21 Rentelasten en soortgelijke kosten

  2023 2022
Rente leningen banken -7.549 -7.372
Rente tijdens de bouw 493 280
Borgstellingvergoeding WSW -91 -91
Bijkomende kosten financiering -26 -28
Overige schulden 0 -48
Totaal van rentelasten en soortgelijke kosten -7.173 -7.259

In 2023 is een bedrag van € 493.000 in mindering gebracht op de rentelasten en geactiveerd voor het nieuwbouwproject Barones, nieuwbouwproject Rode Dorp, en nieuwbouwproject Zaagmolenweg. Er is een rentepercentage van 2,5% gehanteerd.

7.22 Belastingen

  2023 2022
Acute belasting -5.184 -4.156
Latente belastingen 354 -785
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -4.830 -4.941
De acute belasting bestaat uit de volgende posten:    
Vennootschapsbelasting 2023    -5.117 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2021    88 
Aanpassing vennootschapsbelasting 2022    -155 
Totale acute last    -5.184 
     
De latente belastingen bestaan uit:    
Beginsaldo 2023    559 
Eindsaldo 2023    913 
Subtotaal    354 
     
Totaal   -4.830
     
     

De belastinglast € 4,8 miljoen uitgedrukt als percentage van het jaarresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen € 24,9 miljoen negatief bedraagt 19,3%.

Het belastbaar bedrag over het jaar 2023 is als volgt vanuit het bedrijfseconomisch resultaat herleid:

Bedrijfseconomisch resultaat voor belastingen   -24.967
Af:    
Fiscaal lagere rente-activering ter zake van projecten -379  
Fiscaal hogere onderhoudskosten -168  
Dotatie aan de herinvesteringsreserve -8.434  
Fiscaal hogere afschrijving MVA in exploitatie -1.553  
Fiscaal hogere afschrijving MVA ten dienste van -226  
Fiscale afschrijving zonnepanelen -877  
Fiscale desinvestering containerweg -26  
Per saldo afschrijving agio/disagio leningen o/g -41  
    -11.704
Bij:    
Fiscaal niet aftrekbare rente 2.347  
Fiscaal geen waardeveranderingen 49.569  
Fiscaal terugname afwaardering 7  
Fiscaal hoger verkoopresultaat 4.663  
    56.586
Fiscale winst 2023   19.915
Af: verliesverrekening   0
Belastbaar bedrag 2023   19.915

Op basis van het bovenstaande wordt het fiscaal resultaat 2023 ingeschat op € 19.915.000. De acute vennootschapsbelasting over het jaar 2023 bedraagt derhalve € 5.117.000. 

De effectieve belastingdruk is circa 19,3% t.o.v. van een nominale belastingdruk van 25%. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de waardeveranderingen vastgoedportefeuille die commercieel wel, maar fiscaal niet tot de winst worden gerekend.

In de fiscale positie voor de jaarrekening 2022 werd het belastbare bedrag voor het jaar 2022 geschat op € 18,0 miljoen. Voor de jaarrekening 2023 is de conceptaangifte vennootschapsbelasting 2022 gehanteerd met een belastbaar bedrag van € 18,6 miljoen. Het verschil tussen deze bedragen is grotendeels toe te schrijven aan en aanpassing in de afschrijvingen als gevolg van een verandering in de toerekening van de herinvesteringsreserve, waardoor afschrijvingspotentieel is komende te vervallen. Daarnaast is de afwaardering grotendeels teruggenomen terwijl in de fiscale positie 2022 er nog vanuit werd gegaan dat de afwaardering in 2021 volledig zou worden teruggenomen. 

In de fiscale positie is een deel van de uitgaven voor de renovatieprojecten Lauwers en Akkerwinde/Boterbloemweg als fiscale last verantwoord. Gezien het totale bedrag aan uitgaven per woning zou de Belastingdienst echter het standpunt kunnen innemen dat op basis van jurisprudentie alle uitgaven dienen te worden geactiveerd. Voorzichtigheidshalve, ter voorkoming van belastingrente, heeft Woonforte haar belastingaangifte hierop aangepast. Een gedetailleerde verdeling tussen de onderhoudskosten en verbeteringsuitgaven ten aanzien van de renovatieprojecten Akkerwinde/Boterbloem en Lauwers is inmiddels voorgelegd aan de Belastingdienst. Een goedkeuring van de Belastingdienst zou leiden tot een lager belastbaar bedrag over de jaren 2019-2021 van per saldo € 110.081, waarbij rekening is gehouden met de impact van de ATAD-renteaftrekbeperking. Gelet op het beperkte belang is bij bepaling van de fiscale positie 2023 nog vastgehouden aan de gehanteerde lijn in de fiscale positie 2021 en 2022. 

9. Toelichting op de balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2023

9.1 Toelichting en balans scheiding DAEB en niet-DAEB 2023

(x € 1.000)

  31-12-23       31-12-22      
Vaste activa DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Vastgoedbeleggingen                
DAEB vastgoed in exploitatie 1.798.185 0 0 1.798.185 1.804.283 0 0 1.804.283
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 0 129.738 0 129.738 0 134.255 0 134.255
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.437 7.108 0 9.545 2.625 7.239 0 9.864
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 2.873 945 0 3.818 20.490 400 0 20.890
Materiële vaste activa                
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.258 170 0 2.428 2.047 154 0 2.201
Financiële vaste activa                
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen 109.893 0 -109.893 0 112.009 0 -112.009 0
Vorderingen op groepsmaatschappijen 21.000 0 -21.000 0 21.000 0 -21.000 0
Latente belastingvorderingen 849 64 0 913 520 39 0 559
Overige vorderingen 2 0 0 2 2 0 0 2
Totaal van vaste activa 1.937.497 138.025 -130.893 1.944.629 1.962.976 142.087 -133.009 1.972.054
Vlottende Activa                
Voorraden                
Vastgoed bestemd voor de verkoop 5.286 244 0 5.530 5.258 0 0 5.258
Vastgoed bestemd voor de verkoop onder voorwaarden 233 341 0 574 0 0 0 0
Overige voorraden 0 1.438 0 1.438 0 0 0 0
Vorderingen                
Huurdebiteuren 1.276 96 0 1.372 1.126 70 0 1.196
Belastingen en premies sociale verzekeringen 5.499 414 0 5.913 6.148 463 0 6.611
Overige vorderingen 368 16 0 384 567 30 0 597
Overlopende activa 2.888 224 0 3.112 144 28 0 172
Liquide middelen               0
Liquide middelen 578 10.352 -10.352 578 1169 8.394 -8.394 1.169
Totaal van vlottende activa 16.128 13.125 -10.352 18.901 14.412 8.985 -8.394 15.003
Totaal van activa 1.953.625 151.150 -141.245 1.963.530 1.977.388 151.072 -141.403 1.987.057

(x € 1.000)

  31-12-23       31-12-22      
Passiva DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Eigen Vermogen                
Herwaarderingsreserve 1.113.734 75.439 -75.439 1.113.734 1.164.914 78.612 -78.612 1.164.914
Overige reserves 464.258 34.668 -34.668 464.258 440.083 32.455 -32.455 440.083
Resultaat na belastingen van het boekjaar -29.797 -214 214 -29.797 -27.006 942 -942 -27.006
                 
Voorzieningen                
Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 12.036 854 0 12.890 12.305 0 0 12.305
Overige voorzieningen 83 6 0 89 79 5 0 84
                 
Langlopende Schulden                
Schulden aan banken 362.574 9.579 0 372.153 355.782 10.000 0 365.782
Schulden aan groepsmaatschappijen 0 21.000 -21.000 0 0 21.000 -21.000 0
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 2.309 6.880 0 9.189 2.495 7.019 0 9.514
Overige schulden 473 137 0 610 458 126 0 584
                 
Kortlopende Schulden                
Schulden aan overheid 137 0 0 137 132 0 0 132
Schulden aan banken 13.061 420 -10.352 3.129 12.166 0 -8.394 3.772
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 2.395 125 0 2.520 5.302 396 0 5.698
Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen 1.768 153 0 1.921 2.283 172 0 2.455
Overlopende passiva 10.594 2.103 0 12.697 8.395 345 0 8.740
                 
Totaal van passiva 1.953.625 151.150 -141.245 1.963.530 1.977.388 151.072 -141.403 1.987.057

9.2 Toelichting op de Winst- en verliesrekening scheiding DAEB en niet-DAEB over 2023

(x € 1.000)

  31-12-23       31-12-22      
Winst- en verliesrekening DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Huuropbrengsten 69.350 5.945 0 75.295 68.261 5.757 0 74.018
Opbrengsten servicecontracten 6.092 181 0 6.273 5.403 188 0 5.591
Lasten servicecontracten -6.498 -479 0 -6.977 -5.450 -295 0 -5.745
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -5.573 -395 0 -5.968 -5.067 -365 0 -5.432
Lasten onderhoudsactiviteiten -31.026 -2.008 0 -33.034 -25.741 -1.463 0 -27.204
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -3.333 -221 0 -3.554 -9.110 -312 0 -9.422
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille 29.012 3.023 0 32.035 28.296 3.510 0 31.806
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 14.682 1.995 -1.180 15.497 16.582 3.880 -1.447 19.015
Toegerekende organisatiekosten -264 -26 0 -290 -245 -20 0 -265
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -11.810 -1.061 1.180 -11.691 -11451 -4.125 1.447 -14.129
Totaal van netto-gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 2.608 908 0 3.516 4.886 -265 0 4.621
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -8.737 -920 0 -9.657 -12.938 -321 0 -13.259
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -37.992 -1.954 0 -39.946 -34.094 -772 0 -34.866
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden -3 8 0 5 13 95 0 108
Totaal waardeveranderingen vastgoedportefeuille -46.732 -2.866 0 -49.598 -47.019 -998 0 -48.017
Opbrengsten overige activiteiten 399 16 0 415 317 14 0 331
Kosten overige activiteiten -229 -31 0 -260 -296 -63 0 -359
Totaal van nettoresultaat overige activiteiten 170 -15 0 155 21 -49 0 -28
Overige organisatiekosten -2.894 -183 0 -3.077 -2.517 -177 0 -2.694
Kosten omtrent leefbaarheid -905 -53 0 -958 -601 -34 0 -635
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 658 0 -525 133 666 0 -525 141
Rentelasten en soortgelijke kosten -7.008 -690 525 -7.173 -7.085 -699 525 -7.259
Totaal van financiële baten en lasten -6.350 -690 0 -7.040 -6.419 -699 0 -7.118
Toaal van resultaat voor belastingen -25.091 124 0 -24.967 -23.353 1.288 0 -22.065
Belastingen -4.492 -338 0 -4.830 -4.595 -346 0 -4.941
Resultaat deelnemingen -214 0 214 0 942 0 -942 0
Totaal van resultaat na belastingen -29.797 -214 214 -29.797 -27.006 942 -942 -27.006

9.3 Toelichting op de kasstroomoverzicht scheiding DAEB en niet-DAEB over 2023

(x € 1.000)

  31-12-23       31-12-22      
(A) Operationele activiteiten DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
                 
Ontvangsten                
Huurontvangsten 69.525 5.938 0 75.463 68546 5.793 0 74.339
Vergoedingen 4.483 351 0 4.834 4.465 350 0 4.815
Overige bedrijfsontvangsten 524 25 0 549 386 18 0 404
Ontvangen interest 528 0 -525 3 0 0 -525 0
Saldo ingaande kasstromen 75.060 6.314 -525 80.849 73.922 6.161 -525 79.558
                 
Uitgaven                
Betalingen aan werknemers -7.837 -632 0 -8.469 -7.208 -582 0 -7.790
Onderhoudsuitgaven -26.105 -1.662 0 -27.767 -21.317 -1.167 0 -22.484
Overige bedrijfsuitgaven -15.961 -1.251 0 -17.212 -12.847 -943 0 -13.790
Betaalde interest -7.093 -690 525 -7.258 -7.614 -690 525 -7.779
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -554 0 0 -554 -243 0 0 -243
Verhuurderheffing 0 0 0 0 -6.232 -114 0 -6.346
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -257 -21 0 -278 -200 -16 0 -216
Vennootschapsbelasting -4.149 -337 0 -4.486 -4.922 -384 0 -5.306
Saldo uitgaande kasstromen -61.956 -4.593 525 -66.024 -60.583 -3.896 525 -63.954
                 
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 13.104 1.721 0 14.825 13.339 2.265 0 15.604

(x € 1.000)

  31-12-23       31-12-22      
B (Des)investeringsactiviteiten DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Vaste Activa ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur 14.678 2.007 -1180 15.505 16.136 4.295 0 20.431
Verkoopontvangsten grond 0 0 0 0 83 4 0 87
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van materiële vaste activa 14.678 2.007 -1.180 15.505 16.219 4.299 0 20.518
                 
Vaste Activa uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur -31.948 -1.313 0 -33.261 -17.299 -714 0 -18.013
Verbeteruitgaven -2.071 -62 0 -2.133 -3.219 -702 0 -3.921
Aankoop -1.168 -12 1.180 0 -945 -567 0 -1.512
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop -233 -341 0 -574 0 -379 0 -379
Sloopuitgaven -149 0 0 -149 -112 0 0 -112
Investeringen overig -626 -42 0 -668 -303 -25 0 -328
Totaal van verwerving van materiële vaste activa -36.195 -1.770 1.180 -36.785 -21.878 -2.387 0 -24.265
                 
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -21.517 237 0 -21.280 -5.659 1.912 0 -3.747
                 
Financiële Vaste Activa                
Ontvangsten overig 11 0 0 11 0 0 0 0
Uitgaven overig 0 0 0 0 0 0 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 11 0 0 11 0 0 0 0
                 
Totaal van Kasstroom uit investeringensactiviteiten -21.506 237 0 -21.269 -5.659 1.912 0 -3.747

(x € 1.000)

  31-12-23       31-12-22      
C Financieringsactiviteiten DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Ingaand                
Nieuwe te borgen leningen 26.000 0 0 26.000 0 0 0 0
Nieuwe ongeborgde leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
  26.000 0 0 26.000 0 0 0 0
                 
Uitgaand                
Aflossing geborgde leningen -20.149 0 0 -20.149 -21.800 0 0 -21.800
Aflossing ongeborgde leningen 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 5.851 0 0 5.851 -21.800 0 0 -21.800
                 
Mutatie kort geld 2 0 0 2 -54 0 0 -54
Mutatie liquide middelen -2.551 1.958 0 -593 -14.120 4.177 0  -14.120 
                 
Liquide middelen per 1-1 -7.225 8.394 0 1.169 6.949 4.217 0 11.166
                 
Liquide middelen per 31-12 -9.774 10.352 0 578 -7.225 8.394 0 1.169

10. WNT-verantwoording

De WNT is van toepassing op Stichting Woonforte. Het voor Woonforte toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 209.000, klasse G.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog vier jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Gegevens 2023

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 147.945
Beloningen betaalbaar op termijn 21.074
Bezoldiging 169.019
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 209.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Bezoldiging 169.019
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

Gegevens 2022

bedragen x € 1 M.F. Brewster
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2022 1/1 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 138.831
Beloningen betaalbaar op termijn 18.758
Bezoldiging 157.589
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 203.000
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Bezoldiging 157.589

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2023

bedragen x € 1 E. Kemperman M. Buis M. Souverijn
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 – 31/12 1/1 – 31/1 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 19.933 1.107 13.289
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 31.350 1.775 20.900
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 19.933 1.107 13.289
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
  B. de Maar M. Schoordijk A. Azouz
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/9 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 13.289 13.289 4.430
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.900 20.900 6.986
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 13.289 13.289 4.430
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2022

bedragen x € 1 E. Kemperman M. Buis M. Souverijn
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12 1/1 – 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 19.371 12.914 12.914
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 30.450 20.300 20.300
  M.C.J. Schoordijk
Functiegegevens Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 21/1 – 31/12
   
Bezoldiging  
Bezoldiging 12.185
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 19.188

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 

Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report