Spring naar inhoud

6. Toelichting op de balans

6.1 Vastgoedbeleggingen

6.1.1 Vastgoed in exploitatie

De mutaties van het vastgoed in exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000)

  DAEB DAEB Niet-DAEB Niet-DAEB
  2025 2024 2025 2024
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 784.664 784.874 60.861 62.224
Cumulatief waardeveranderingen 1.166.605 1.013.311 81.087 67.514
Boekwaarde per 1 januari 1.951.269 1.798.185 141.948 129.738
         
         
Mutaties        
Investeringen 21.620 10.558 548 40
Desinvesteringen -5.164 -4.691 -1.025 -798
Waardeveranderingen 98.157 182.236 7.484 14.676
Overige waardeveranderingen -7.009 -9.749 -18 -40
Overboeking van vastgoed in ontwikkeling 28.948 0 7.442 0
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling -8.559 -17.683 -14 0
Overboeking van voorziening ORT -15.070 0 0 0
Overboeking (van DAEB naar niet-DAEB en vice versa) -16 515 16 -515
Overboeking naar voorraden -9.328 -8.102 -367 -1.181
Overboeking van voorraden 0 0 0 28
Totaal mutaties 103.579 153.084 14.066 12.210
         
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 828.461 784.664 68.400 60.861
Cumulatief waardeveranderingen 1.226.387 1.166.605 87.614 81.087
         
         
Boekwaarde per 31 december 2.054.848 1.951.269 156.014 141.948

De posten DAEB-vastgoed in exploitatie en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie zijn als volgt opgebouwd:

  Aantal 2025     Aantal 2024    
  DAEB Niet-DAEB Totaal DAEB Niet-DAEB Totaal
Woongelegenheden 9.715 472 10.187 9.731 452 10.183
Intramuraal zorgvastgoed 311 0 311 311 0 311
Maatschappelijk onroerend goed 32 0 32 33 0 33
Bedrijfsonroerend goed 0 84 84 0 82 82
Parkeergelegenheden 129 909 1.038 129 914 1.043
Totaal 10.187 1.465 11.652 10.204 1.448 11.652

Investeringen en overboekingen 

De totale investeringen voor het DAEB-vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2025 uit op € 21,6 miljoen voor DAEB (2024: €10,6 miljoen) en voor de niet-DAEB tak €0,6 miljoen (2024:  € 0 miljoen). Het betreft de volgende investeringen: 

Uitgaven die vanuit renovatie van woningverbeteringen € 3,0 miljoen (2024: € 5,0 miljoen) en voor renovatie bij ingrijpende verbouwingen € 15,1 miljoen (2024: € 2,8 miljoen) zijn geactiveerd. 

Dagelijks- en planmatig onderhoud € 4,1 miljoen
Uitgaven die vanuit dagelijks onderhoud € 0,1 miljoen (2024: € 0,3 miljoen voor woningverbetering) en planmatig onderhoud € 4,0 miljoen (2024: € 2,1 miljoen voor woningverbetering) zijn geactiveerd.

Desinvesteringen
De totale desinvesteringen voor het DAEB- en het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie komen in 2025 uit op € 6,2 miljoen (2024: € 5,5 miljoen). Dit is de marktwaarde van de verkopen € 5,4 en een correctie van € 0,8 miljoen op de investeringen van het nieuwbouwproject Rode Dorp fase 2 .

Overboekingen naar vastgoed in ontwikkeling
In 2025 is gestart met de sloop van het project Magnolia fase 2. Voor dit project is de waarde van de grond (€ 8,6 miljoen) overgeboekt naar vastgoed in ontwikkeling. Dit betreft de grondwaarde

Investeringen en overboekingen 
In 2025 € 36,4 miljoen (2024: € 0 miljoen) voor overboekingen van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie voor de realisatie van de nieuwbouwproject Magnolia fase 1 € 17,1 miljoen en Nieuwbouwproject Rode Dorp fase 3 € 19,3 miljoen.

Overboekingen naar voorraden
Het betreft hier leegstaande verhuureenheden uit het bestaande bezit waarvoor per einde boekjaar een verkooptraject loopt. De eenheden hebben een leegwaarde van € 9,7 miljoen (2024: € 9,3 miljoen) ultimo 2025. Het betreft hier 33 woningen, 1 BOG en 1 kelder.

Waardeveranderingen
In 2025 heeft een verhoging van de marktwaarde in verhuurde staat plaatsgevonden, de stijging van de marktwaarde van het DAEB-vastgoed in exploitatie is € 98,2 miljoen (2024: € 182,2 miljoen) en van het niet-DAEB-vastgoed € 7,5 miljoen (2024: € 14,7 miljoen). 

Overige waardeveranderingen
In 2025 zijn de overige waardeveranderingen in totaal € 7,0 miljoen (2024: € 9,8 miljoen) bestaande uit afslag voor dagelijks onderhoud van € 0,1 miljoen (2024: € 0,3 miljoen), planmatig onderhoud € 3,9 miljoen en renovatie woningverbeteringen € 3,0 miljoen.

Verzekering & zekerheden
De vastgoedbeleggingen zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van Woonforte. De activa zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Woonforte heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het DAEB-bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

Marktwaarde in verhuurde staat
Woonforte waardeert haar vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat van de vastgoedbeleggingen in exploitatie bedraagt ultimo 2025 € 2.211 miljoen (2024: € 2.093 miljoen).
Deze marktwaarde in verhuurde staat kan uitgesplitst worden in € 2.055 miljoen (2024: € 1.951 miljoen) voor het DAEB-bezit in exploitatie en € 156 miljoen (2024: € 142 miljoen) voor het niet-DAEB-bezit in exploitatie.
De Woonforte specifieke parameters worden in onderstaande tabel toegelicht. Het betreft hier de parameters waar Woonforte de vrijheidsgraden heeft toegepast. De gemiddelde percentages zijn vermeld.

Parameters

Omschrijving Type 2025 2024
Mutatiekans door-exploiteren woningen 5,92% 5,82%
Disconteringsvoet (%) woningen 6,75% 6,65%
Disconteringsvoet (%) parkeren 7,05% 6,26%
Disconteringsvoet (%) BOGMOG 7,67% 7,58%
Disconteringsvoet (%) intramuraal zorg 6,72% 6,25%
       
Gemiddelde Leegwaarde woningen 340.158 307.036
Gemiddelde Leegwaarde parkeren 22.747 20.915
Gemiddelde Leegwaarde BOGMOG 211.929 200.554
Gemiddelde Leegwaarde intramuraal zorg 697.600 628.192
       
Gemiddelde markthuur woningen 1.045 957
Gemiddelde markthuur parkeren 119 103
Gemiddelde markthuur BOGMOG 1.242 1.199
Gemiddelde markthuur intramuraal zorg 2.896 2.638
       
Gemiddelde contracthuur woningen 656 618
Gemiddelde contracthuur parkeren 62 65
Gemiddelde contracthuur BOGMOG 1.205 1.199
Gemiddelde contracthuur intramuraal zorg 2.678 2.581

De overdrachtsbelasting is in 2025 gelijk gebleven op 10,4% (Sinds 1 januari 2023 10,4%) . De leegwaarde van woningen is in 2025 opnieuw fors gestegen. Verder is disconteringsvoet gestegen als gevolg van de gestegen rente en het toegenomen marktrisico. Vooral deze elementen verklaren de mutatie van de marktwaarde in 2025 en hebben per saldo een positief effect ten opzichte van voorgaand jaar.

Gevoeligheidsanalyse
Om inzicht te geven in de betekenis van de belangrijkste parameters in de marktwaarde is ten aanzien van de woningportefeuille (DAEB en niet-DAEB) in onderstaande tabel een gevoeligheidsanalyse opgenomen. Daaruit blijkt dat de leegwaardeontwikkeling en disconteringsvoet een grote invloed hebben op de uitkomst van de marktwaarde 31 december 2025. De financiële positie is hiermee enigszins gevoelig voor schommelingen in de belangrijkste variabelen in de marktwaardeberekening. De uitkomsten zijn vergelijkbaar met voorgaand jaar.

  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2025 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 5,92% -1% -53,5 -2,42%
Disconteringsvoet 6,79% +1% 220,0 -9,95%
Leegwaarde ontwikkeling 2,13% -1% 154,7 -7,00%
  Gehanteerd in marktwaarde 31-12-2024 Afwijking t.o.v. gehanteerde marktwaarde Effect op marktwaarde (€ miljoen) Effect op marktwaarde %
Mutatiegraad 5,82% -1% -49,0 -2,34%
Disconteringsvoet 6,62% +1% -212,2 -10,14%
Leegwaarde ontwikkeling 2,33% -1% -152,0 -7,26%

WOZ-waarde
De WOZ-waarde van het bezit heeft betrekking op het bedrag waarvoor de gemeente de woningen heeft getaxeerd, als ze, vrij van huur, aangeboden zouden worden in de vrije verkoop.
In 2025 is de aanslag opgelegd voor het vastgoed in exploitatie, gebaseerd op de WOZ-beschikkingen met een waardepeildatum 1-1-2024 van € 2.769 miljoen. Hiervan heeft € 2.605 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 164 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.
In 2026 is een WOZ-aanslag opgelegd. De waarde van vastgoed in exploitatie gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen bedraagt € 3.210 miljoen (waardepeildatum 1-1-2025).Hiervan heeft € 3.012 miljoen betrekking op het DAEB-vastgoed in exploitatie en € 198 miljoen op het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie.

Beleidswaarde 
De beleidswaarde is in 2025 gestegen met 9,8% naar € 1.175,6 miljoen. (2024: € 1.070,4 miljoen.). De mutatie van € 105,2 miljoen is als volgt opgebouwd:

Beleidswaarde 2024 (x € 1.000)  1.070.440    
Verkoop en sloop  -8.200  -0,8% 
Effect jaar opschuiven (jaarwissel)  6.569  0,6% 
Handboek wijzigingen (o.a. disconteringsvoet)  -4.392  -0,4% 
Objectgegevens (o.a. contracthuren)  10.567  1,0% 
Streefhuur  38.710  3,6% 
Reguliere huurstijging  41.735  3,7% 
Beheernorm  -46.750  -4,0% 
Onderhoud  43.518  3,9% 
Nieuwbouw  20.067  1,7% 
Mutatie marktwaarde (beleidswaarde flex- en niet-woningen)  3.368  0,3% 
Beleidswaarde 2025  1.175.632 9,8% 

De mutatie van de beleidswaarde heeft, naast de bedrijfsvoering van Woonforte, voor een groot deel betrekking op niet-beïnvloedbare factoren zoals wijzigingen van economische prognoses en van de rekenmethodiek. Hieronder een korte toelichting.

  • De mutatie beleidswaarde van verkoop, sloop en nieuwbouw is in 2025 € 12 mln. 
  • Het effect van de prognose kasstromen een jaar opschuiven en handboekwijzigingen is samen € 2 mln.
  • Het positieve effect van € 11 mln. door gewijzigde objectgegevens van 2024 naar 2025 komt vooral door de hogere contracthuren in de berekening door huurverhogingen en gerealiseerde streefhuren in 2025.
  • Het beleidswaarde effect van € 39 mln. op streefhuren is vooral toe te schrijven aan indexatie. Het streefhuurbeleid is nog gelijk aan het beleid van 2024. In de berekening van de beleidswaarde worden streefhuren verhoogd met de prijsindex. In ons beleid sluiten we aan bij de aftoppingsgrenzen, welke in 2025 harder zijn gestegen.
  • De verwachte percentages van jaarlijkse huurverhogingen zijn structureel gestegen in het handboek 2025 ten opzichte van 2024 door een hogere inflatieverwachting. Dit heeft een opwaarts effect op de beleidswaarde van bijna 42 mln.
  • De beheernorm is relatief harder gestegen ten opzichte van de loonindex vooral door de toename van de OZB vanaf 2026.
  • De onderhoudsnorm is juist minder hard gestegen dan de onderhoudsindex. Dit komt door de nadere uitwerking van de taakstellende bezuiniging in de meerjarenbegroting.
  • Voor Flex-woningen, parkeren en BOG/MOG/ZOG wordt de beleidswaarde gelijkgesteld aan de marktwaarde. De stijging van de marktwaarde in 2025 voor deze eenheden was totaal 3 mln.

Beleidswaarde uitgangspunten
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 1.176 miljoen.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Uitgangspunten beleidswaarde (woningen) DAEB Niet-DAEB
  2025 2024 2025 2024
Contracthuur  € 642   € 605   € 960   € 907 
- Eengezinswoningen  € 731   € 690   € 971   € 921 
- meergezinswoningen  € 596   € 562   € 943   € 884 
Streefhuur  € 744   € 708   € 1.072   € 1.040 
- Eengezinswoningen  € 828   € 800   € 1.076   € 1.052 
- meergezinswoningen  € 700   € 661   € 1.064   € 1.018 
Norm beheerlasten  € 1.008   € 852   € 1.008   € 852 
- Eengezinswoningen  € 1.008   € 852   € 1.008   € 852 
- meergezinswoningen  € 1.008   € 852   € 1.008   € 852 
Onderhoudslasten per woning  € 3.716   € 3.702   € 3.905   € 3.758 
- Eengezinswoningen  € 3.627   € 3.513   € 3.858   € 3.625 
- meergezinswoningen  € 3.762   € 3.797   € 3.984   € 3.980 
EFG pre-labels 634  731 
- Eengezinswoningen 30  43 
- meergezinswoningen 604  688 

Contracthuur
De gemiddelde contracthuur per woning ultimo 2025 is voor DAEB: € 642 (2024: € 605) en Niet-DAEB € 960 (2024: € 907). Deze stijging is het effect van de reguliere huurverhogingen in 2025 plus het effect van huurstijgingen na mutatie in 2025 (harmonisatie).

Streefhuur
Eind 2024 heeft Woonforte een nieuw streefhuurbeleid geïntroduceerd dat nog steeds actueel is. De streefhuren zijn in 2025 wel opnieuw afgestemd op de landelijke aftoppingsgrenzen en sociale huurgrens. De gemiddelde streefhuur per woning komt hierdoor ultimo 2025 uit op DAEB € 744 (2024: € 708) en voor Niet-DAEB € 1.072 (2024: € 1.040). Dit heeft een positief effect op de beleidswaarde door een toename van de verwachte huurinkomsten.

De ingerekende streefhuren zijn overeenkomstig het streefhuurbeleid van Woonforte ingerekend. Hierbij gelden op hoofdlijnen de volgende uitgangspunten:

  • De categorisering van de streefhuur vindt plaats op basis van de kwaliteit van de woning uitgedrukt in het aantal WWS-punten van de woning.
  • 80% van de DAEB-woningen krijgt een huur tot de 2e aftoppingsgrens (2025: € 731,93) en zijn daarmee beschikbaar voor alle potentiële huurders die huurtoeslag ontvangen;
  • 20% van de DAEB-woningen krijgt een huur op de DAEB-grens (€ 900,07). Deze woningen zijn dan beschikbaar voor alle potentiële huurders in het aanpalende segment van de huurtoeslagontvangers;
  • De 80% DAEB woningen tot de 2e aftoppingsgrens zijn verdeeld in de volgende categorieën: woningen tot en met 110 punten die een maximale huur hebben van € 682,96 krijgen een streefhuur gelijk aan de maximale huur. Deze woningen worden met voorrang toegewezen aan jongeren tussen 18 en 22 jaar. In het huurcontract komt dan de maximale huur te staan, waarbij de jongeren een korting krijgen tot de kwaliteitskortingsgrens (€ 477,20) tot zij de leeftijd van 23 jaar bereiken; woningen met 111 tot en met 117 punten. Deze woningen hebben een maximale huur die ligt tussen € 682,96 en € 731,93. Deze woningen worden toegewezen aan een- of tweepersoonshuishoudens en worden afgetopt op de 1e aftoppingsgrens (€ 682,96);woningen met 118 tot en met 190 punten. Deze woningen hebben een maximale huur die ligt tussen € 731,93 (2e aftoppingsgrens) en € 1211,31. Bij kleinere appartementen (t/m 3 kamers), die worden toegewezen aan één- of tweepersoonshuishoudens, wordt de huur afgetopt op € 682,96. Als dit een groter appartement of eengezinswoning betreft, die wordt toegewezen aan een drie of meerpersoons huishouden, wordt de huur afgetopt op € 731,93;

• De 20% van DAEB-woningen die een huur krijgen van € 900,07 hebben 191 tot 250 punten;
• De voorraad niet DAEB-woningen is gelijk gebleven aan de huidige voorraad.

Jaarlijks worden de genoemde grenzen bijgesteld op basis van de nieuwe aftoppingsgrenzen en de tabel van maximale huurprijzen.

Onderhoud
In 2025 is de taakstellende bezuiniging uit 2024 inhoudelijk uitgewerkt in de nieuwe onderhoudsbegroting 2026 e.v. Deze taakstelling is daarmee ruimschoots gerealiseerd. De gemiddelde onderhoudsnorm per woning (DAEB) in 2025 is € 3.716 (2024: € 3.702). Voor niet-Daeb is dat €3.905 (2024: € €3.758). Op totaalniveau is de norm in 2025 € 3.725 (2024: € 3.704). Deze stijging van 0,6% in 2025 is veel lager dan de verwachte stijging in 2025 o.b.v. de onderhoudsindex in de berekening van voorgaand jaar (4,3%). Hierdoor heeft deze nieuwe onderhoudsnorm een positief effect op de beleidswaarde.

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Planmatig- en contractonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Badkamer-, keuken- en toilet-vervanging
  • VVE- onderhoudsbijdrage
  • Geschatte onderhoudsuitgaven van ingrijpende verbouwingen
  • Direct en indirect aan onderhoud toe te rekenen bedrijfs- en personeelslasten.

De in de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden en worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de MJOB van Woonforte. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

De Raad van Commissarissen heeft goedkeuring gegeven aan de meerjarenbegroting 2026-2035.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Woonforte conditiemetingen. Hiertoe hanteert Woonforte een periodieke actualisatie. Eens in de drie jaar wordt ieder complex opgenomen op basis van de NEN2767.

Bij het opstellen van de MJOB houdt Woonforte rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op het prijzenhandboek binnen de software van IBIS MAIN (v25-01).

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert op deze wijze naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de MJOB houdt Woonforte rekening met de volgende cycli:  
Onderdeel Cycli
Badkamer, Keuken en Toilet  o.b.v. technische noodzaak 
Schilderwerk  8 jaar 
Reinigen beton/volkern  8 jaar 
Rookmelder  10 jaar 
Inloopmat  12 jaar 
Omvormer PV-panelen  15 jaar 
Hydrofoor  16 jaar 
Betonherstel  16 jaar 
CV-ketel/ Boiler  18 jaar 
Mechanische Ventilatie/ WTW  20 jaar 
Dakbedekking bitumen  24 jaar 
Postkasten/ Armaturen/ Intercom  24 jaar 
PV-panelen  30 jaar 
Dakramen  30 jaar 
Stucwerk gevels  32 jaar 
HWA en goten   36 jaar 
Voegwerk/ Kozijnen/ Hekwerken/ Dakpan beton  48 jaar 
Dakpan keramisch  75 jaar 

De MJOB is opgesteld op basis van doorexploiteren en houdt geen rekening met verwachte toekomstige sloop, nieuwbouw en verkoop. De MJOB van Woonforte kent al een minimale horizon van 75 jaar. Er zijn ten behoeve van de beleidswaarde, die gebaseerd dient te worden op een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode, geen correcties nodig vanwege deze definitie. Wel worden de bedragen in de MJOB indien nodig gecorrigeerd naar het juiste prijspeil voor de beleidswaarde.

In aanvulling op het onderhoud vanuit de MJOB zijn nog de volgende lasten in de beleidswaarde meegenomen:

  • VVE-onderhoudsbijdrage van gemiddeld € 3,1 mln. per jaar
  • Ingrijpende verbouwingen. In de begroting 2026 zijn een drietal projecten geclassificeerd als een zogenaamde ingrijpende verbouwing. In de jaarrekening worden hierdoor ook alle onderhoudsuitgaven van deze projecten geactiveerd, omdat er sprake is van ingrijpende verbouwingen. In de beleidswaarde moeten volgens het handboek deze onderhoudslasten wel worden meegenomen. In de beleidswaarde 2025 gaat het om de volgende projecten en bedragen:
    ● Wederikstraat (€ 0,1 mln.)
    ● Diamantstraat (€ 4,3 mln.)
    ● Herculesstraat (€ 4,3 mln.)
    Dit betreft niet het totale project, maar de verwachte onderhoudsuitgaven (niet zijnde verbeteringen) die in de prognoseperiode vallen.
  • Overige aan onderhoud toe te rekenen directe en indirecte bedrijfs- en personeelslasten.
    Los van de gewijzigde looptijd naar zestig jaar van de onderhoudsbegroting is de definitie van onderhoud in de beleidswaarde niet gewijzigd, zoals beschreven in paragraaf 9.2.4.1 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025. Dit betekent dat naast de onderhoudslasten vanuit de MJOB er ook overige direct en indirect aan onderhoud toe te rekenen bedrijfs- en personeelslasten worden meegenomen. Deze normbedragen zijn gebaseerd op de langjarig gemiddelde bedrijfs- en personeelslasten uit de meerjarenbegroting 2026-2035, met dezelfde kostentoewijzing zoals gehanteerd in de Verlies- en Winstrekening in deze jaarrekening. 

EFG labels
Woonforte heeft nog 634 woningen waarop een EFG label van toepassing is volgens de definitie van de beleidswaarde. Dit betreft het pre-label op basis van de laatst uitgevoerde meting (EP2). Voor deze complexen is een correctie op de onderhoudskosten doorgevoerd zoals beschreven in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025.

Het aantal EFG-labels wijkt vanwege deze definitie af van de eveneens in dit jaarverslag genoemde 778 EFG-certificaten (afgemelde labels) dat Woonforte op dit moment heeft.

Achterstallig onderhoud
In principe heeft Woonforte geen achterstallig onderhoud. Na de calamiteit in de Julianastraat in 2024 is er onderzoek uitgevoerd naar funderingen. Bij de meeste woningen zijn op korte termijn geen problemen te verwachten. Er resteren nu nog 60 woningen waarbij aanvullend onderzoek nodig is. In de meerjarenbegroting 2026 is hiervoor normatief 60.000 per woning gereserveerd. Ditzelfde bedrag is bij deze 60 woningen uit voorzorg meegenomen als achterstallig onderhoud in de markt- en beleidswaarde. Deze normatieve herstelkosten zijn nog niet in de onderhoudsbegroting opgenomen, waardoor dit niet dubbel wordt meegenomen in de berekening van de beleidswaarde.

Beheerlasten
De norm beheerlasten is gebaseerd op de langjarig gemiddelde beheerlasten op basis van de goedgekeurde meerjarenbegroting 2026 - 2035. Aanvullend hierop is rekening gehouden met een forse extra stijging van de OZB vanaf 2026. Het nieuwe tarief is in december 2025, ná de begroting 2026, vastgesteld in de gemeenteraad. Vanwege de impact op de beheerlasten en daarmee de beleidswaarde zijn de verwachte extra lasten ten opzichte van de begroting alsnog meegenomen.

De beheernorm 2025 is vastgesteld op € 1.008 (2024: € 852) per woning.

Reguliere huurverhoging
In de beleidswaarde is rekening gehouden met een verwachte huurstijging afgeleid van de inflatieverwachting in het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025. De enige uitzondering is de huurstijging in 2026 voor middenhuur-woningen. De verwachte huurverhoging voor deze groep is naar beneden bijgesteld van 5,9% (handboek) naar 4,5% op basis van het voorlopige voorstel van de huurverhoging 2026 van Woonforte.

Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Om inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij een sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025:

Sensitiviteitsanalyse

Effect op de beleidswaarde            
             
Sensitiviteitsanalyse beleidswaarde (x €. mln) DAEB Niet-DAEB Totaal
Beleidswaarde 2025 1.056 120 1.176
Aanpassing uitgangspunt: effect % effect % effect %
Hogere streefhuur (+ €25,-) +50,9 +4,8% +2,6 +2,1% +53,4 +4,5%
Lagere streefhuur (- €25,-) -65,4 -6,2% -1,6 -1,3% -67,0 -5,7%
Hogere beheer- en onderhoudskosten per woning (+ €100,-) -37,9 -3,6% -1,6 -1,4% -39,6 -3,4%
Lagere beheer- en onderhoudskosten per woning (- €100,-) +37,9 +3,6% +1,6 +1,4% +39,6 +3,4%
Hogere mutatiekans (+0,5%) +3,2 +0,3% +0,3 +0,2% +3,5 +0,3%
Lagere mutatie kans (-0,5%) -1,9 -0,2% -0,4 -0,3% -2,3 -0,2%
Hogere disconteringsvoet (+0,5%) -97,0 -9,2% -9 -7,6% -106 -9,0%
Lagere disconteringsvoet (-0,5%) +114,4 +10,8% +10,6 +8,9% +125,1 +10,6%

De beleidswaarde van Woonforte is met name gevoelig voor wijzigingen van disconteringsvoet, onderhouds- en beheerkosten en streefhuur.

6.1.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De mutaties onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000) 2025 2024
Verkrijgingsprijzen 8.135 5.132
Cumulatieve waardeveranderingen 5.835 4.413
Boekwaarde per 1 januari 13.970 9.545
     
Mutaties    
Investeringen 0 3.003
Desinvesteringen -801 0
Waardeveranderingen 1.344 1.422
Totaal mutaties 543 4.425
     
Verkrijgingsprijzen 7.334 8.135
Cumulatieve waardeveranderingen 7.179 5.835
Boekwaarde per 31 december 14.513 13.970

In 2025 zijn er geen woningen verkocht onder voorwaarden.
Er zijn twee woningen teruggekocht die eerder onder een VOV-regeling zijn verkocht (2024: 0 woningen)
Het aantal woningen verkocht onder voorwaarden is ultimo 2025: 34 (2024: 36). 

6.1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De mutaties vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn in het volgende schema weergegeven.

(x € 1.000) 2025 2024
Investeringen 27.345 7.482
Cumulatieve waardeveranderingen -16.252 -3.664
Boekwaarde per 1 januari 11.093 3.818
Mutaties    
Investeringen 61.634 15.416
Desinvesteringen 669 -260
Overige waardeveranderingen en terugname waardeveranderingen 0 294
Overige waardeveranderingen aanloopkosten -54 -6.095
Overboekingen van vastgoed in i.o. naar vastgoed in i.e. -36.390 0
Overboekingen van vastgoed in i.e. naar vastgoed in i.o. 8.573 17.683
Vrijval voorziening ORT 0 0
Terugname waardevermindering via vastgoed i.o. 4.232 0
Overboeking van voorziening ORT naar vastgoed i.o. -28.862 -19.762
Totaal mutaties 9.802 7.276
     
Investeringen 54.608 27.345
Cumulatieve waardeveranderingen -33.714 -16.252
Boekwaarde per 31 december 20.894 11.093

Onder vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie zijn de projecten in ontwikkeling opgenomen die na oplevering worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging. Het betreft: 

Investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw):   2025
Nieuwbouw Magnolia/Bosparkweg 2.016.100 
Nieuwbouw Noorderlicht 13.618.700 
Nieuwbouw Noorderkeerkring 12.877.800 
Nieuwbouw Mendelweg 5.913.400 
Nieuwbouw Klompenmaker Noorderbrink 13.019.000 
Nieuwbouw Waterrijk West IV 616.800 
Nieuwbouw Nieuwe Sloot 19.200 
Nieuwbouw Rijnhaven - kop West 416.300 
Nieuwbouw Wonen op Tuinen 256.300 
Nieuwbouw Churchilllaan 3.210.200 
Nieuwbouw Julianastraat 2.563.200 
Nieuwbouw De Jozef 76.400 
Nieubouw Euromarkt 3.000 
Nieuwbouw Woonwagens Goudse Rijpad 1.800 
Totaal 54.608.200 

In 2025 is in het vastgoed in ontwikkeling € 745.500 aan rente geactiveerd. Er is uitgegaan van een rentepercentage van 2,5% (2024: € 83.700).

In 2025 zijn er twee nieuwbouw projecten opgeleverd: Rode Dorp fase 3 en Magnolia fase 1. 

Op de waarde van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie is de gevormde voorziening voor onrendabele investeringen in mindering gebracht van € 28,9 miljoen (2024: 16,3 miljoen). Dit betreft de projecten: Noorderkeerkring, Klompenmaker Noorderbrink, Magnolia fase 2, Noorderlicht, Waterrijk, Churchillaan, Julianastraat, Woonwagens Goudse Rijpad en Wonen op de Tuin.

6.2 Materiële vaste activa

6.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

(x € 1.000) 2025 2024
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 7.001 7.080
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -5.115 -4.652
Boekwaarde per 1 januari 1.886 2.428
     
Correctie beginstand    
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 0 -30
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen 0 30
Boekwaarde per 1 januari 0 0
     
Mutaties    
Investeringen 428 409
Desinvesteringen 0 -458
Afschrijvingen -530 -493
Waardeverminderingen 0 0
Totaal mutaties -102 -542
     
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs 7.429 7.001
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -5.645 -5.115
Boekwaarde per 31 december 1.784 1.886

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

Type activa Afschrijvingstermijn Afschrijvingssysteem
Bedrijfsterreinen geen afschrijving  
Gebouwen 20 jaar/30 jaar Lineair
Automatisering 3 jaar/5 jaar/10 jaar Lineair
Vervoermiddelen 5 jaar Lineair
Inventaris 10 jaar Lineair

In 2025 is aan investeringen geactiveerd: voor gebouwen € 82.400, voor inventaris € 84.300, voor automatisering  € 222.400 en voor vervoermiddelen € 39.300.

6.3 Financiële vaste activa

Alle financiële vaste activa hebben een resterende looptijd langer dan een jaar.           

(x € 1.000)   Latente belasting- vorderingen Overige vorderingen Totaal
Stand per 1 januari   741 2 743
         
Mutaties        
Dotatie   0 0 0
Onttrekkingen   -192 0 -192
Totaal mutaties   -192 0 -192
         
Stand per 31 december   549 2  551 

6.3.5 Latente belastingvorderingen

De totale contante waarde van actieve belastinglatenties bedraagt ultimo 2025 € 0,5 miljoen (nominaal € 0,6 miljoen). Ultimo 2024 bedroeg de totale waarde van de actieve belastinglatenties € 0,7 miljoen (nominaal € 2,4 miljoen). De belastinglatenties zijn in 2025 contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet van 2,43% (1,80% na vennootschapsbelasting). In 2024 bedroeg de gemiddelde vermogenskostenvoet 2,17% (1,61% na vennootschapsbelasting).

(x € 1.000) 31-12-25     31-12-24  
  nominaal contant   nominaal contant
Leningen disagio 152 127   164 141
Leningen agio -6 -5   -7 -6
Vestia lening agio 0 0   0 0
  146 122   157 135
           
Verkoopprogramma vastgoedportefeuille 0 0   2 0
Vastgoedportefeuille (excl. Verkoopprogramma) 0 0   1.588 0
Afschrijvingen 466 427   655 606
  612 549   2.402 741

Leningen
In de jaarrekening 2024 was een latente belastingvordering opgenomen voor de leningen (saldo agio/disagio) van € 135.000. Deze latente belastingvordering valt over de restant looptijd van de leningen vrij. De stand van de latentie bedraagt ultimo 2025 € 122.000

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille
In de jaarrekening 2025 is een latente belastingvordering berekend voor de te verkopen woningen voor het gehele verkoopprogramma. Deze latentie is berekend over het verschil tussen de fiscale boekwaarde ultimo 2025 en de marktwaarde in verhuurde staat ultimo 2025. Deze latentie tendeert contant naar nihil, onder de aanname van dat voor het fiscale verkoopresultaat een HIR wordt gevormd en daarmee onduidelijk is of deze latentie ooit wordt gerealiseerd. Het vervangingsvoornemen blijkt uit MJB 2026-2035 (groei portefeuille).

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)
Woonforte dient ook een latentie te vormen over het verschil tussen de fiscale boekwaarde en marktwaarde in verhuurde staat voor het overige (niet te verkopen) bezit. Vanwege de niet geheel vergelijkbare bestandsindeling is voor de niet-woningen de latentie op totaalniveau berekend. Omdat onduidelijk is of deze latentie ooit gerealiseerd zal worden en uitgaande van een lange/eeuwigdurende exploitatie tendeert ook deze latentie contant naar nihil. 

Afschrijvingen
Deze latentie is als volgt berekend:

  • Alleen woningen waarvan de fiscale boekwaarde 2025 hoger is dan zowel de bodemwaarde (WOZ-waarde 2025) als de marktwaarde ultimo 2025 zijn geselecteerd.
  • Vervolgens is van de geselecteerde woningen, het laagste bedrag van het afschrijvingspotentieel en het commercieel-fiscaal verschil in de grondslag van de latentie verwerkt.
  • Voor het contant maken van de latentie is per geselecteerde woning de grondslag afgezet tegen 5x de jaarlijkse afschrijving.
  • Bij het contant maken is daarbij dus niet uitgegaan van een jaarlijkse stijging (of daling) van de WOZ-waarden.
  • Dit heeft geleid tot een latentie ultimo 2025: € 427k (2024: € 606k). Daling tov 2024 wordt verklaard door de stijging van zowel de bodemwaarde (WOZ-waarde) als de marktwaarde in verhuurde staat.

Jaarrekening 2025
Balanspositie € 427k (latente vordering (FVA); vennootschapsbelastinglast € 179k.

Latente belastingverplichting inzake gevormde herinvesteringsreserve
Vooralsnog gaan we ervan uit de dotatie aan de HIR te verrekenen met de oplevering van nieuwbouw, derhalve is geen latentie belastingverplichting gevormd.

6.3.9 Overige vorderingen

Woningnet N.V.
Woonforte bezit 200 aandelen met in totaal een uitgifteprijs van € 2.455 in de vennootschap. Het aandeel van Woonforte in het geplaatst aandelenkapitaal van Woningnet N.V. bedraagt 0,04%.

6.4.1 Vastgoed bestemd voor de verkoop

(x € 1.000) 2025 2024
Vastgoed bestemd voor de verkoop 10.287 9.283
Totaal van vastgoed bestemd voor verkoop 10.287 9.283

Onder Vastgoed bestemd voor verkoop zijn de leegstaande woningen opgenomen, welke per jaareinde voor verkoop zijn gemarkeerd. Per ultimo 2025 betreft dit 33 woningen, 1 BOG en 1 overige ruimte. 

6.4.3 Overige voorraden

Onder de overige voorraden zijn drie grondposities opgenomen. voor deze grondposities is nog geen ontwikkeling en/of doelstelling vastgesteld,  of ze zijn aangemerkt om te verkopen. Daarom zijn deze grondposities afgewaardeerd naar € 0,00. Het betreft de grondposities:

  • 's-Molenaardspad
  • Zuidkade
  • Korteraarseweg in Aarlanderveen

6.5 Vorderingen

(x € 1.000) 2025 2024
Huurdebiteuren 1.481 1.379
Belastingen en premies sociale verzekeringen 4.479 8.429
Overige vorderingen 194 214
Overlopende activa 537 567
Totaal vorderingen 6.691 10.589

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter en omdat voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd, als dat nodig is. In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht.

6.5.1 Huurdebiteuren

(x € 1.000) 2025 2024
Huurdebiteuren huidige huurders 1.073 862
Huurdebiteuren vertrokken huurders 932 983
  2.005 1.845
Voorziening wegens oninbaarheid -524 -466
Totaal huurdebiteuren 1.481 1.379
(x € 1.000) Zittende huurders Vertrokken huurders Totaal 2025
Achterstand huren 697 98 795
Overige vorderingen 10 745 755
Niet-vervallen betalingsregeling 349 54 403
WSNP 17 35 52
  1.073 932 2.005
Voorziening dubieuze debiteuren -17 -507 -524
Totaal 1.056 425 1.481

6.5.6 Belastingen en premies sociale verzekeringen

(x € 1.000) 2025 2024
Vennootschapsbelasting 4.044 8.429
Omzetbelasting 435 0
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 4.479 8.429

De vordering vennootschapsbelasting 2025 bestaat uit (x € 1.000):

Jaar Saldo per begin boekjaar Vennootschapsbelasting boekjaar Betaald/ontvangen in boekjaar Saldo per ultimo boekjaar
2019 795 0 -796 -1
2020 3.461 0 -3462 -1
2021 1.695 0 -1.695 0
2022 -6 0 5 -1
2023 934 0 -934 0
2024 1.550 21 0 1.571
2025 0 -3.707 6.183 2.476
Totaal 8.429 -3.686 -699 4.044

6.5.7 Overige vorderingen

(x € 1.000) 2025 2024
Debiteuren 85 130
Nog te ontvangen rente 14 4
Uitkering verzekeringen 42 40
Overige vorderingen 53 40
Totaal Overige vorderingen 194 214

Het saldo Debiteuren  is per balansdatum aanzienlijk gedaald doordat in het verslagjaar een omvangrijke openstaande factuur uit 2024 is voldaan.

6.5.8 Overlopende activa

(x € 1.000) 2025 2024
Vooruitbetaalde kosten 405 384
Overige overlopende activa 132 183
Totaal overlopende activa 537 567
     
De vooruitbetaalde kosten zijn kosten die betrekking hebben op 2025:    
Verzekeringspremies 31
Automatiseringskosten 348
Overige 26
Totaal 405

6.6 Liquide middelen

(x € 1.000) 2025 2024
Totaal liquide middelen 10.210 7.426

De liquide middelen staan vrij ter beschikking. Er zijn geen middelen uitgezet in het buitenland.

6.7 Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

(x € 1.000) Herwaarderingsreserve Overige reserves Resultaat na belastingen van het boekjaar Totaal
Stand per 1 januari 1.274.633 446.328 0 1.720.961
         
Mutaties        
Herwaarderingen 105.641 -105.641 0 0
Gerealiseerde verkopen -2.535 2.535 0 0
Gerealiseerde slopen -5.005 5.005 0 0
Negatieve waardeveranderingen -31.081 31.081 0 0
Resultaat boekjaar 0 0 58.117 58.117
Stand per 31 december 1.341.653 379.308 58.117 1.779.078

Het eigen vermogen bestaat per 31 december 2025 uit € 1.341,7 miljoen aan niet-gerealiseerde herwaarderingen (herwaarderingsreserve) en € 441,3 miljoen aan gerealiseerde herwaarderingen en operationele winsten (overige reserve € 379,3 miljoen positief en resultaat van het boekjaar € 62,0 miljoen positief). 

Hoe Woonforte haar eigen vermogen inzet en welk maatschappelijk offer Woonforte brengt, is uitgewerkt in het hoofdstuk Financiën van het Bestuursverslag 2025. Uitgaande van waardering tegen marktwaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 1.035 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Woonforte niet wordt of kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woonforte. 

De mogelijkheden om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan DAEB-woningen.

Omdat het de doelstelling van Woonforte is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.
Daarnaast wordt bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Woonforte.

Voorstel resultaatbestemming
In de statuten van Woonforte staat geen bepaling omtrent resultaatbestemming vermeld. Het voorstel is om het gerealiseerde resultaat 2025 ten laste van de overige reserves te verwerken. 

6.7.1 Herwaarderingsreserve

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2025 in het eigen vermogen opgenomen. Het niet-gerealiseerde resultaat over het boekjaar van € 105,6 miljoen is ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht.
Er wordt een herwaarderingsreserve gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs van vastgoed in exploitatie. Waar op complexniveau een negatief verschil is ontstaan, wordt geen toevoeging aan de herwaarderingsreserve gegaan.

6.7.2 Overige reserves

Het resultaat over het boekjaar is als mutatie 2025 in het eigen vermogen opgenomen. Indien het voorstel om het gerealiseerde positief resultaat over het boekjaar van € 58,1 miljoen ten gunste van de overige reserves te brengen wordt goedgekeurd ontstaat de volgende situatie: 

Overige reserve (x € 1.000):    
Beginstand saldo per 1 januari 2025   273.562
Resultaat na belasting 2024   172.766
    446.328
bij: mutatie herwaarderingsreserve -105.641  
bij: gerealiseerde verkopen 2.535  
bij: gerealiseerde slopen 5.005  
bij: overige mutatie 31.081  
Totaal mutaties    
    -67.020
Eindsaldo per 31-12-2025   379.308
Resultaat boekjaar 2025   58.117
Totaal saldo per 31 december 2025   437.425

6.8 Voorzieningen

6.8.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

(x € 1.000) 2025 2024
Boekwaarde per 1 januari 18.655 12.890
     
Mutaties    
Dotatie 70.429 30.085
Vrijval -11.050 -2.444
Overige waarderingenverandering en terugname waardeveranderingen -8.245 294
Terugname waardevermindering via vastgoed in ontwikkeling 4.232 0
Onttrekking t.b.v. vastgoed in ontwikkeling -28.862 -19.762
Onttrekking t.b.v. vastgoed in exploitatie -4.021 -2.408
Totaal mutaties 22.483 5.765
     
Boekwaarde per 31 december 41.138 18.655

De voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van vastgoed bestemd voor eigen exploitatie, waarvoor nog onvoldoende uitgaven zijn gedaan om het voorzieningsbedrag gesaldeerd op te nemen onder de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
Er is geen disconteringvoet gehanteerd, dit heeft namelijk nauwelijks effect op de contante waarde, omdat de voorziening ‘onrendabele investeringen en herstructureringen’ grotendeels na  één jaar vrijvalt. 
De voorziening wordt voor zover mogelijk gesaldeerd gepresenteerd met de post vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   2025
Desinvesteringen Magnolia fase 2 934.200 
Nieuwbouw Magnolia fase 2 4.175.100 
Nieuwbouw Noorderlicht 10.119.800 
Nieuwbouw Waterrijk 5.333.300 
Nieuwbouw Julianastraat 804.000 
Desinvesteringen Julianastraat 761.800 
Nieuwbouw Woonwagens Goudse Rijpad 1.394.800 
Nieuwbouw Wonen op Tuin 1.623.300 
Renovatie Lange Diamantstraat 15.991.800 
Totaal 41.138.100 

6.8.2 Overige voorzieningen

Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

(x € 1.000) 2025 2024
Jubilea 71 79
Totaal overige voorzieningen 71 79

6.8.7 Latente belastingverplichtingen

De voorziening latente belastingverplichtingen wordt gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen in de fiscale waardering en de waardering van de vastgoedbeleggingen, onderhanden projecten in opdracht van derden en financiële activa en passiva in deze jaarrekening. De belastinglatenties in 2025 zijn contant gemaakt tegen de gemiddelde vreemd vermogenskostenvoet 2,43% (1,80% na vennootschapsbelasting). In 2024 zijn de belastinglatenties contant gemaakt tegen 2,17% (1,61% na vennootschapsbelasting).
Voor het ultimo balansdatum niet aangewende deel van de herinvesteringsreserve dient een voorziening voor latente belastingen gevormd te worden. Deze voorziening valt vrij met de toekomstige benutting van de herinvesteringsreserve. Een gevormde herinvesteringsreserve dient binnen drie boekjaren na het jaar van vorming te worden aangewend. Woonforte is nog steeds voornemens om de volledige herinvesteringsreserve te verrekenen met de oplevering van de geplande nieuwbouw, derhalve is geen latente belastingverplichting gevormd.

De post belastinglatenties is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

(x € 1.000) 2025 2024
Stand per 1 januari 2.915 0
     
Mutaties    
Dotatie 34 2.915
Onttrekking 0 0
Totaal mutaties 34 2.915
     
Stand per 31 december 2.949 2.915

Onderhoud
De onderhoudsuitgaven kwalificeren fiscaal veelal als aftrekbare kosten. Commercieel worden deze fiscale kosten ook deels geactiveerd. Dit vormt een extra fiscale aftrekpost. Contractonderhoud kwalificeert vanzelfsprekend als fiscaal aftrekbare onderhoudskosten. De projectleiders hebben, van alle onderhoudsprojecten rondom renovatie en planmatig onderhoud, 0/1-lijsten opgesteld met de verdeling van de onderhoudsuitgaven. De Vastgoedcontroller heeft beoordeeld in hoeverre de onderhoudsuitgaven kwalificeren als verbetering (activeren) dan wel aftrekbare last o.b.v. van de praktijkhandreiking van de Belastingdienst. Totaal is er fiscaal ca € 12,1 miljoen te activeren. Commercieel is er € 22,1 miljoen geactiveerd. Dit resulteert in een aanvullende fiscale aftrekpost van € 10,0 miljoen. Verder heeft alles betrekking op schilderwerk, onderhoud, vervanging en herstel. 

Verkoopprogramma vastgoedportefeuille
Als gevolg van de integrale belastingplicht per 1 januari 2008 is het bezit fiscaal afwijkend gewaardeerd van de commerciële waardering. Hiervoor is voor de te verkopen woningen een nominale belastinglatentie berekend. Uitgangspunt is dat voor fiscale verkoopresultaten een herinvesteringsreserve gevormd. Om deze reden is geen inschatting te maken omtrent (het tijdstip van) de realisatie en tendeert de contante waarde van deze latentie naar nihil.

Vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma)
Voor de nominale latente belastingverplichtingen is een voorziening gevormd over het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering van de vastgoedportefeuille (exclusief verkoopprogramma). De contante waarde tendeert naar nihil omdat het realisatiemoment oneindig ver in toekomst ligt door gebruik van de herinvesteringsreserve (bij verkoopprogramma) en door het voornemen tot door-exploiteren (bij vastgoedportefeuille exclusief verkoopprogramma).

Het verkoopprogramma is in meerjarenbegroting 2025-2034 uitgefaseerd over 10 jaar. De latentie voor de te verkopen woningen is voor 10 jaar berekend; de latentie gevormd voor de voorgenomen verkopen over de jaren 2025 tot en met 2034. 

6.9 Langlopende schulden

(x € 1.000) 2025       2026   2025     2024  
  Looptijd <5 jaar Looptijd >5 jaar Totaal   Aflossing   Langlopende schulden Rentevoet   Langlopende schulden Rentevoet
Schulden banken 83.820 324.448 408.268   -26.879   381.389 2,43%   362.068 2,17%
Amortisatie agio lening 894 4.080 4.974   -125   4.849     4.974  
  84.714 328.528 413.242   -27.004   386.238     367.042  
                       
Waarborgsommen 181 445 626   0   626     612  
                       
Totaal 31 december 84.895 328.973 413.868   -27.004   386.864     367.654  

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het verslagjaar zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. Deze aflossingsverplichting bedraagt voor 2025 € 27,0 miljoen (aan schulden banken € 26,9 miljoen en aan amortisatie agio lening € 0,1 miljoen). In 2024 was dit € 6,9 miljoen.
De marktwaarde van de bestaande leningencontracten inclusief roll-over leningen bedraagt € 407,7 miljoen (2024: € 386,3 miljoen), exclusief de opgelopen rente. De nominale waarde is € 419,4 miljoen (2024: € 375,3 miljoen) (inclusief het niet-opgenomen bedrag van € 11,2 miljoen van de roll-over lening (leningnr. 250). De marktwaarde van de leningen is berekend tegen de swapcurve op basis van de 6-maands Euribor. 

6.9.2 Schulden aan banken

(x € 1.000) Schulden aan banken Amortisatie agio lening Totaal
Stand per 1 januari 362.068 4.974 367.042
       
Ontvangsten wegens afgesloten leningen 69.200 0 69.200
       
Opname uit roll over 0 0 0
Aflossingen 2024 -23.000 0 -23.000
Aflossingen 2025 -26.879 -125 -27.004
Stand per 31 december 381.389 4.849 386.238

De gemiddelde rente van de hieronder begrepen leningen bedraagt 2,43% (2024: 2,17%). Het betreft hier alle leningen dus ook de roll-over leningen.
Het WSW heeft voor een bedrag van € 357,3 miljoen aan leningen geborgd per 31 december 2025. Het geborgde bedrag is inclusief de aflossingsverplichting van 2026 (€ 26,9 miljoen).
Het WSW heeft een onherroepelijke en onvoorwaardelijke volmacht om recht van hypotheek te vestigen op het onderpand voor WSW geborgde leningen.
Eind 2021 heeft Woonforte een ongeborgde lening (€ 10,0 mln) aangetrokken en daarbij een gedeelte van ons niet-DAEB bezit als onderpand verstrekt aan de hypotheekverstrekker. 

6.9.3 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Het verloop van de verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is:

(x € 1.000) 2025 2024
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 8.188 5.185
Waardeverminderingen/vermeerderingen 5.306 4.004
Stand per 1 januari 13.494 9.189
     
Mutaties    
Verkochte woningen 0 3.003
Teruggekochte woningen -770 0
Opwaarderingen 1.254 1.302
Afwaarderingen 0 0
Totaal mutaties 484 4.305
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij verkoop onder voorwaarden 7.418 8.188
Waardeverminderingen/vermeerderingen 6.560 5.306
     
Stand per 31 december 13.978 13.494

6.9.4 Overige schulden

(x € 1.000) 2025 2024
Overige schulden 626 612
Totaal overige schulden 626 612

De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten met huurders ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten.

6.10 Kortlopende schulden

(x € 1.000) 2025 2024
Schulden aan overheid 145 142
Schulden aan banken 27.004 6.932
Schulden aan leveranciers 7.734 4.745
Belastingen en premies sociale verzekeringen 4.874 2.886
Overlopende passiva 11.957 9.744
Totaal kortlopende schulden 51.714 24.449

In de volgende paragrafen worden de afzonderlijke bedragen toegelicht. Alle kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.

6.10.1 Schulden aan overheid

(x € 1.000) 2025 2024
Nog te betalen aan gemeente Alphen aan den Rijn 145 142
Totaal schulden overheid 145 142

6.10.2 Schulden aan banken

(x € 1.000) 2025 2024
Aflossingsbestanddeel komend jaar 26.878 6.807
Amortisatie agio lening 126 125
Totaal schulden aan banken 27.004 6.932

Voor het aflossingsbestanddeel binnen 12 maanden na afloop van het verslagjaar wordt voor twee leningen een eindaflossing verwacht van in totaal € 25 miljoen. 

6.10.3 Schulden aan leveranciers en handelskredieten

De schulden aan leveranciers zijn tegen de nominale waarde verantwoord.

(x € 1.000) 2025 2024
Leveranciers en handelskredieten 7.734 4.745
Totaal schulden aan banken 7.734 4.745
     

In december zijn twee grote facturen ontvangen voor nieuwbouwprojecten, te weten Klompenmaker (€ 1,2 miljoen) en Mendelweg (€ 1,5 miljoen). Deze facturen houden verband met in het boekjaar uitgevoerde werkzaamheden.

De stijging van deze schulden zijn hoofdzakelijk te herleiden aan openstaande facturen voor nieuwbouw projecten (€ 2,6 miljoen).

6.10.6 Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

(x € 1.000) 2025 2024
Omzetbelasting 4.496 2.589
Loonbelasting en premies sociale verzekeringen 378 297
Totaal schulden belastingen en premies sociale verzekeringen 4.874 2.886

6.10.9 Overlopende passiva

(x € 1.000) 2025 2024
Transitorische rente 4.677 3.707
Transitorische kosten 4.042 4.469
Vooruit ontvangen huur 1.224 1.163
Te verrekenen servicekosten 1.697 108
Reservering vakantiedagen 317 297
Totaal overlopende passiva 11.957 9.744

De post 'transitorische kosten' heeft betrekking op in 2025 verantwoorde kosten welke in 2026 worden betaald. In deze post is een reservering opgenomen voor uitgevoerde maar nog niet gefactureerde projecten van € 3,9 miljoen (in 2024 € 3,8 miljoen).

6.11 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Investeringsverplichtingen
Woonforte is per ultimo 2025 voor 145,2 miljoen verplichtingen voor nieuwbouwprojecten aangegaan.  

Onderhoudsverplichtingen
Woonforte is per ultimo 2025 €22,5 miljoen aan verplichtingen aangegaan op het gebied van nog uit te voeren onderhoudswerkzaamheden. Het is de verwachting dat deze werkzaamheden in 2026 worden uitgevoerd.

Lease en huurverplichtingen
Woonforte heeft per eind 2025 de beschikking over 1 leaseauto. 

Per 1 december 2025 is het leasecontract voor de multifunctionals aangepast en zijn de 4 voorgaande printers vervangen door 3 nieuwe exemplaren met een looptijd van 60 maanden.

In 2013 is (voorheen) wonenCentraal een huurovereenkomst aangegaan voor het kantoorpand Baronie. Op deze huurovereenkomst is in 2015 een allonge gekomen. De huurprijs is opgebouwd uit de componenten huurprijs kantoor en parkeerplaatsen en vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 20 jaar met een breakoptie in jaar 10.

Per 1 december 2024 is een huurovereenkomst aangegaan voor een werkruimte in een kantorencomplex in Boskoop. De overeenkomst voor Koninginneweg 1K-1 is aangegaan voor een periode van 2 jaar.

De minimale huurlasten van de eerste 10 jaar + de vergoeding voor afkoop van het contract zijn meegenomen als verplichtingen uit hoofde van operationele leases. De huurlasten van de tweede 10 jaar zijn voorwaardelijke lasten en uit dien hoofde buiten beschouwing gelaten bij de verplichtingen uit hoofde van operationele leases.

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren (x € 1.000):

  2025 2024
Binnen een jaar 306 351
Tussen een jaar en vijf jaar 1.299 1.341
Meer dan vijf jaar 3.072 3.072

Het totaal van de naar verwachting te ontvangen toekomstige minimale sub-leaseontvangsten met betrekking tot niet (tussentijds) opzegbare sub-leases bedraagt € 0.

Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren (x € 1.000):

  2025 2024
Minimale leasebetalingen en aangegane huurovereenkomsten 297 416
Voorwaardelijke leasebetalingen 0 0
Sub-leaseontvangsten 0 0

Het betreft hier de kosten van de leasecontracten van 1 leaseauto, de multifunctionals en de huurovereenkomst van het kantoorpand aan Baronie en Koninginneweg Boskoop.

Pensioenverplichtingen
Woonforte heeft de toegezegde pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering.

Obligo WSW

Jaarlijks obligo
Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Het percentage in rekening gebracht door het WSW in 2025 is 0,0269%.

Obligolening
Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen, doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen deelnemers zeker door middel van een zogenaamde obligolening.
De obligolening is aanvullend aangetrokken bovenop de geborgde leningen. Dit valt niet binnen het actuele borgingsplafond en is afzonderlijk geregistreerd.
Zolang het WSW geen aanspraak doet op (een deel van) de obligolening betaalt Woonforte een bereidstellingsprovisie over het niet opgenomen deel. Deze bereidstellingsprovisie wordt als rentelasten opgenomen, waarmee deze een (zeer beperkt) effect zal hebben op de ICR. De bereidstellingsprovisie is 0,23% per jaar.

Juridische claims
Sinds eind 2022 loopt een juridische geschil inzake het ontbinden van een huurcontract m.b.t. parkeerplaatsen. In dit dossier is momenteel een procedure aanhangig bij het Gerechtshof Den Haag. De discussie gaat over de vraag of Woonforte nog de jaarlijkse huurpenningen is verschuldigd over de periode tot en met 31 december 2026 (vanaf 1 januari 2022). De verhurende partij is in eerste aanleg door de rechtbank in het gelijk gesteld.

6.12 Gebeurtenis na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum van 2025 die een significant effect hebben op de jaarrekening en die verwerkt of toegelicht moeten worden.